• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 30 pages
Summary

Samenvatting Een kennismaking met de Oude Wereld deel 2

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 30 pages

Een samenvatting van het 2e deel van het boek, namelijk h12 t/m 16 over Rome. Met deze samenvatting haal je het tentamen. Zie samenvatting deel 1 om het eerste deel van het boek te leren.

Content preview

Rome
Hoofdstuk 12
De Vroege Romeinse geschiedenis (753 – 265 v. Chr.)

De gebieden rondom het westelijke bekken van de Middellandse Zee
Deze gebieden hebben een andere beschavingsgeschiedenis gehad dan de gebieden uit het oosten.
In het 3e en 2e millennium bestonden nog niet zulke hoge beschavingen, maar verkeerde het nog in
de nevelen van de prehistorie. Pas tussen 800 en 500 v. Chr. ontstonden er zulke hoge beschavingen:
- De Etrusken in Midden-Italië.
- Carthagers in Noord-Afrika (Tunesië).
- De Griekse cultuur in de Griekse kolonies in Zuid-Italië, Sicilië en Zuid-Gallië.

De Etrusken
- Leefden in stadstaten verenigd in een los federatief verband.
- De stedelijke kernen waren culturele en bestuurlijke centra  stedelijke cultuur.
- Welvaart door hoge niveau ambachtelijke producten; metaalbewerking en de ceramiek.
- Ze waren vermoedelijk een bovenlaag die heerste over de autochtone Italiaanse bevolking.
Hun oorsprong is omstreden.
- Mengcultuur van oosterse, Italiaanse en Griekse elementen.
- Bloeitijd in de 7e en 6e eeuw; ze beheersten toen Midden-Italië, delen van de Povlakte en
Campánië.
- Na 500 v.Chr. minder macht door toenemende concurrentie van de Grieken en invallen van
de Kelten (=Galliërs).

Carthágo
- Werd in de 9e of 8e eeuw v.Chr. gesticht vanuit de Fenicische stad Tyrus als één van de
steunpunten en handelsposten langs hun scheepvaartroutes.
- De macht van Tyrus ging achteruit door de Assyriërs, Carthágo nam dit over en stichten ook
kolonies in Noord-Afrika, die gericht waren op landbouw.
- Rijke stad door welvaart; zeehandel, import goud Senegal en tin West-Europa, hoog
ontwikkelde agrarische productie in Afrika.
- Oorlogen werden uitgevochten door huursoldaten uit Spanje en Noord-Afrika.
- Scheepvaart had een monopoliepositie  altijd oorlog om deze steunpunten te behouden
 voortdurende oorlog met Grieken over Scicilië.
- Bestuur bestond uit regentenstand van grootgrondbezitters, rijke kooplieden en
generaalsfamilies.

Het ontstaan van Rome
- De Romeinen maakten oorspronkelijk deel uit van de stam der Latijnen.
- Rome werd in 753 v.Chr gesticht dor Rómulus; eerste koning.
- De eerste dorpen tussen de heuvels in het grensgebied tussen Latium en Etrurië.
- De oudste Romeinse bevolking bestond uit Latijnen, Etrusken en Sabijnen (stam uit de
bergen).
- Tegen 600 v.Chr. nam de Etruskische en Griekse invloed toe en werd Rome een stad met
marktplein, continue bebouwing en stenen tempels.
- Na 600 een van de grootste steden in Italië door; centraal punt, vruchtbare grond,
dichtbevolkte landstreek, kruispunt landweg Etrurië, Griekse en Etruskische nederzettingen
in Campanië, aan een vaarroute (de Tiber) en aan een weg naar zoutpannen aan de kust.
- Het oudste Rome werd volgens overlevering geregeerd door 7 koningen.

, Staat en maatschappij in het vroegste Rome
- Het oudste Rome bestond uit een bovenlaag van aristocratische geslachten met veel grond,
boerenstand en kleine boeren (zelfvoorziening voor gezin).
- In de stad woonden en werkten ambachtlieden.
- Veel boeren, ook rijkere boeren, waren afhankelijk van de aristocraten of stonden onder hun
bescherming.
- Boeren = cliëntes (=horigen), aristocratische beschermers = patróni.
- Plebéjers: boeren en ambachtlieden die buiten de patronage van de aristocraten vielen.
- Patríciërs: de aristocraten; zij leidden hun stambomen af van heroïsche figuren.
- De belangrijkste regeringstaken van de koning; leger aanvoeren, rechtspraken en
plechtigheden staatsgoden leiden.
- Impérium; de koning had op alle terreinen staatsbemoeienis.
- Senaat: koningen werden bijgestaan en geadviseerd door een raad van aanzienlijke
familiehoofden.
- Comítia curiáta: Volksvergadering. Deze kon de Senaat bijeenroepen. Zij verleende hun
koning het imperium en wettigde dus hun positie.
- Comítia curiáta bestond uit 30 cúriae. Een cúria was een bundeling van een aantal géntes.
Een gens is een bundeling van een aantal famíliae = man, vrouw, kinderen (wel/niet
gehuwd), kleinkinderen, slaven en cliëntes.
- De páter famílias, de familievader, had een absoluut gezag. De vrouwen ging op de dag van
hun huwelijksdag met bruidschat over in de macht van de pater familias; de familie van hun
man.
- Vergelijking koning  onbeperkt gezag Romeinen, ging voor in cultus van staatsgoden en
familievader  absolute zeggenschap privé-huishouding en leidde de dagelijkse offers en
gebeden tot de huisgoden.

Iets over Romeinse namen
De Romeinen hadden tenminste 3 namen:
- Voornaam.
- Gensnaam.
- En een of meer bijnamen om de families binnen een gens uit elkaar te houden.

Het leger en de comítia centuriáta
- De gentes waren ook militaire eenheden.
- In de 6e eeuw begonnen de Etrusken en de Romeinen ook in falanx te vechten.
- De voorlaatste koning Sérvius Túllius (ca. 578-535) heeft de veranderde strijdwijze bij de
burgers toegepast en ze ingedeeld in vermogensklasse.
- De rijkste burgers (patriciërs en wat rijke plebejers), de équites, dienden in de ruiterij en
kregen een paard van de staat.
- De gezeten boerenstand diende als zwaargewapende infanterie en de lagere klassen dienden
als lichtbewapende. Bezitloze burgers, die geen wapens konden betalen, zaten niet in het
leger.
- Deze indeling in vermogensklasse werd ook gebruikt voor het opleggen van
vermogensbelasting en voor een nieuwe volksvergadering, de comitia centuriata.
- Er waren 5 vermogensklassen, die elk onderverdeeld waren in centúriae (centúria= een
afdeling van 100 man). Elke centúria kreeg één stem. De centuriae, en dus de stemmen,
werden zo over de vijf klassen verdeeld dat de ruiters samen met de eerste klasse de
meerderheid vormden. Ze maakten de dienst uit. De bezitloze burgers = proletáriërs vielen
buiten het leger en zaten in de vergadering tezamen in één toegevoegde centuria. = één
stem.
- De comitia centuriata verdrong geleidelijk aan de Comítia curiáta.

Connected book
 image
L. de Blois, R.J. van der Spek Een kennismaking met de Oude Wereld
Publisher: september 2001 ISBN: 9789062832354 Edition: 6

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Rome, deel 2. hoofdstuk 12 t/m 16
Uploaded on
September 12, 2013
Number of pages
30
Written in
2012/2013
Type
Summary
$4.60
Purchased by 94 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
NadineG
4.1
(40)
Sold
194
Followers
96
Items
4
Last sold
2 year ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions