Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 21 pages
Summary

Samenvatting - boek Leman & Bremner

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 21 pages

Een samenvatting van het boek van Leman & Bremner voor het vak ontwikkelingspsychologie. Het is een uitgebreide samenvatting dat vooral informatie uitlegt wat niet expliciet in de colleges behandeld wordt, met alle begrippen dikgedrukt. Het bevat de hoofdstukken: 3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13 en 14. Het boek is in het Engels, maar alle begrippen in de samenvatting zijn in Nederlands uitgelegd en indien nodig een letterlijke vertaling.

Content preview

Ontwikkelingspsychologie — samenvattingen
______________________________________________

Hoofdstuk 3
______________________________________________
gaat over : onderzoeksmethoden

wetenschappelijke methodes -> gebruiken meetbare technieken die je eventueel overnieuw kunt
doen, in een hypothese op basis van de theorie en ze verzamelen en analyseren data om zo de
bruikbaarheid van de theorie te testen.

methodes om data te verzamelen:

- self- report = informatie die mensen over zichzelf geven, kan een direct interview zijn of
bijvoorbeeld iets wat ze zelf invullen of schrijven als een vragenlijst.
- rapporten door familieleden of leraren etc.: is meestal gepasseerd op veel observaties op
verschillende momenten. en is objectief? maar het geheugen van mensen is meestal niet 100%
te vertrouwen. of ze antwoorden oneerlijk. dit lossen wetenschappers op door om bijv. recente
gebeurtenissen te vragen of door ouders een dagboek te laten bijhouden. of leraren (mensen in
een andere omgeving van het kind) worden gevraagd.
- observatie = een methode waarbij onderzoekers in een setting van de natuurlijke wereld gaat
of waarbij ze deelnemers in het laboratorium brengen om het gedrag van hun interesse te
bestuderen.
gestructureerde observatie = een observatie vorm waarbij de onderzoekers een situatie
schetsen voor de proefpersonen waarbij het gedrag dat ze willen bestuderen eerder voorkomt.
- interviews:
- Biological en psychophysiological measures:
-> zenuwstelsel
voorbeelden van spychophysiological methodes gebruikt door ontwikkelingspsychologen:

perifere zenuwen = voor gevoel en beweging. -> bewuste en onbewuste handelingen.
EMG = methode om elektrische activiteit te meten in de spieren.
fMRI => door magnetische velden kan het level van zuurstofrijk bloed dat aanwezig is in de
hersenen worden gesignaleerd. -> het brein pompt dit bloed naar gedeelten van de hersenen die
in werking zijn. = duur en je moet heel stil liggen, hard lawaai en je wordt er claustrofobisch van.
NIRS = andere methode waarbij je zuurstof in hersenen kan vinden (oxyhaemoglobin).Hiervoor
wordt gebruik gemaakt van een speciaal soort high-tech muts met sensoren die het
zuurstofgehalte van de verschillende hersengebieden van de baby kunnen meten. De sensoren
sturen licht uit en meten hoeveel van dit licht gereflecteerd wordt door de verschillende
hersengebieden. De hoeveelheid gereflecteerd licht hangt af van het zuurstofgehalte en kan ons
zo iets vertellen over welke gebieden geactiveerd worden.
PET = radioactieve stoffen worden geïnjecteerd. deze labellen het bloed op verschillende
manieren. Zo kun je ook zien waar welk bloed zich in de hersenen bevind. het kan ook andere
dingen onderscheiden, niet alleen zuurstof.
EEG = registreert via de hoofdhuid elektrische potentiaalverschillen. Door middel van elektroden
op het hoofd. -> is het meest kindvriendelijk.

Etnografie = het beschrijven van een volk, de dagelijkse handelingen van dit volk.
sample = een groep mensen die representatief zijn voor een grotere populatie (om mee te
testen) .

,representativeness = in hoeverre een sample de karaktereigenschappen bezit van de groep die
hij/zij moet representeren.

Research designs: (wordt gebruikt om de nature en proces van kind ontwikkeling)
- correlation method: laat onderzoekers toe om relaties tussen variabelen vast te stellen en de
kracht van die relaties te beoordelen.
-> negatieve correlatie: wanneer je veel met een variabel te maken krijgt en daardoor slechter
presteert etc.

- experimental method: waar een experiment gebruikt is. dit kan een laboratory experiment
zijn; hier kunnen onderzoekers bepaalde factors controleren, die kunnen invloed hebben op de
variabele waar ze geïnteresseerd in zijn. vaak wordt er gewerkt met 2 groepen, een
experimental group (deze wordt bloot gesteld aan de oorzaken factor) en de control groep (bij
deze wordt juist deze factor helemaal weggelaten, zij ervaren dit niet).
je kunt ook een natural experiment doen.
random assignment -> een techniek waarmee onderzoekers er voor kunnen zorgen dat mensen
heel willekeurig in of de experiment of de controle groep geplaatst worden.
onafhankelijke variabele = hetgeen wat in een experiment door onderzoekers veranderd kan
worden.
afhankelijke variabele = hetgeen waarvan de onderzoekers verwachten dat het gaat veranderen
(door het veranderen van de onafhankelijke variabele). maar zelf kunnen ze dit niet doen
(bijvoorbeeld het gedrag wat mensen vertonen)
ecological validity =Ecologische validiteit is de mate waarin de onderzoeksresultaten uit een
onderzoek overeenkomen met de alledaagse praktijk.

veld experiment = een experiment in de natuurlijke situatie, waarbij onderzoekers een
verandering creëren en de uitkomsten meten van hun manipulatie.

observer bias = vooroordeel van de observator = de neiging van de observators om beïnvloed te
worden in hun oordeel, door hun kennis van de hypothese tijdens het onderzoek.
natural experiment = wanneer onderzoekers in een experiment de resultaten meten van iets wat
zich voordoet in de natuurlijke situatie. (zonder bemoeienis)

- case study = casus studie = wanneer je als onderzoeker een individueel persoon of groep heel
intens onderzoekt. -> hierbij onderzoek je vaak dingen die niet zo vaak voorkomen.
je kunt hierbij een microgenetische methode gebruiken -> deze zijn geïnteresseerd in verandering
wanneer het zich voordoet. deze methode gaat onder 3 belangrijke voorwaden. (zie blz. 45) i

Handige tabel over research designs: biz 45!

Methodes voor het onderzoeken van verandering over tijd:

- cross-sectional method = je vergelijkt verschillende individuen van verschillende leeftijden op
het zelfde moment in de tijd, op hetzelfde onderwerp dat je wilt onderzoeken.
- longitudinal method = je vergelijkt hetzelfde persoon(en) herhalend op andere tijden in de
persoons leven. ( zo kun je patronen van stabiliteit en verandering beoordelen over de tijd heen)
je kunt hier verschillende problemen krijgen -> oa. practice effects = wanneer de deelnemer de
vragen niet meer goed gaat beantwoorden omdat hij of zij al lang bekend is met ede vragen
enz.
- sequential method = wanneer cross-sectional en longitudinal methodes worden gecomineerd.

informed consent = een overeenkomst, gebaseerd ook duidelijk en goed begrijpen van de doelen
en de procedures van een onderzoek, om mee te kunnen doen. (hier loop je met kinderen
tegenaan, omdat je niet echt na kan gaan of ze dit begrijpen)

, debriefing = na de studie, wanneer de resultaten en de doelen van het onderzoek door
gecommuniceerd moeten worden naar de deelnemers.


Hoofdstuk 4
______________________________________________
meiose =meiose of reductiedeling is een combinatie van opeenvolgende kerndelingen, waardoor
haploïde kernen ontstaan uit een diploïde kern.
crossing over = Uitwisseling van twee homologe delen tussen twee van de vier chromatiden van
homologe chromosomen tijdens de profase van meiose-I.
mitose =


niet alle slechte alleen worden door het lichaam vernietigd, want vaak kan het geen kwaden de
heterozygote. het komt pas alleen negatief uit wanneer je homozygoot bent voor het recessieve
allel. slechte alleen kunnen ook voordelig worden wanneer ze gecombineerd worden met een
normaal allel.

human behavioral genetics = de studie over de relatieve invloeden van erfelijkheid en omgeving
in de ontwikkeling van een indivueel. de verschillen in kenmerken en kunnen.
range of reaction= doordat je als persoon bepaalde genen hebt, is er een range van mogelijke
ontwikkeling uitkomsten. Waarbij de omgeving nog een zetje in een bepaalde richting kan geven
over hoe jij je echt ontwikkeld. eigenschappen die dus niet alleen door genitcs worden bepaald.
de range of reaction verschild dan weer voor iedereen ‘niet iedereen is even kneedbaar’.
kanalisatie = invloeden uit de omgeving hebben maar een kleine invloed op de uitkomst van de
ontwikkeling.
passive genetic-environmental interaction = een interactieve omgeving door ouders met
bepaalde genen die hen deze omgeving laten creëren. doordat ze bijvoorbeeld zelf intelligent zijn
maken ze een omgeving met boeken en stimuleren ze om te leren. dit kan natuurlijk ook de andere
kant zijn.
evocative genetic-environmental interaction = de expressie van bepaalde genen kan invloed
hebben op de reactie van de omgeving. bijvoorbeeld een kind dat veel lacht, zaait ook vaak
vreugde bij anderen.
active genetic-environmental interaction = bepaalde genen stimuleren mensen om opzoek te
gaan naar ervaringen die aansluiten bij hun aanleg.
niche picking= het opzoeken of maken van een omgeving die past bij je eigen (op genen
gepasseerde) aard.
heritability factor = een statistische schatting over de bijdragen die je erfelijkheid maakt aan een
specifieke eigenschap.
monozygotic -> een ei-ige tweeling
dizygotic -> twee ei-ige tweeling

ectoderm -> vanuit hier ontwikkelen de sensorische cellen en het zenuwstelsel zich.
neural tube -> gemaakt van ectoderm, wordt later het brein en ruggenmerg. -> door differentiatie.
neural proliferation = een hele snelle formatie van zenuwcellen in het brein van een ontwikkeld
organisme.
glia cel = een zenuwcel die neuronen ondersteunt en beschermd, door bijvoorbeeld myeline aan
te maken voor om de axonen heen. -> dit maakt de neuronen efficiënter in informatie overdracht
en sneller. dit gebeurt het meeste in de eerste 2 jaar van je leven maar gaat soms door in je
volwassen leven. (het brein blijft veranderen)
neural migration = de beweging van neuronen in het brein wat er voor zorgt dat overal in het
brein genoeg aanwezig zijn (anders kun je geen connecties maken)
synaptogenesis = het vormen van synapsen.

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9780077170035 Edition: Unknown

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
September 12, 2018
Number of pages
21
Written in
2017/2018
Type
Summary
$7.18

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ES159
4.0
(2)
Sold
10
Followers
8
Items
7
Last sold
2 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions