Aardrijkskunde
Boek: Geowijzer
Hoofdstuk 8 bestaansmiddelen
8.1 economische systemen
Economie hoe een samenleving streef naar welvaart en hoe ze schaarse goederen en
diensten inzet.
Economisch systeem wijze waarop een staat de producte van goederen regelt
Kapitalisme economisch systeem waarbij de producteeactoren in handen zijn van
bedrijven, gestreeed naar winst = vrijemarkteconomie
Angelsaksische model economisch systeem dat uitgaat van volledige marktwerking
Rijnlandse model alternatee van Angelsaksische model, gaat uit van een overheid die een
sociale verzorgingsstaat nastreef = de overheid zich actee bezighoudt met zaken als
onderwijs, ruimtelijke ordening, milieu en sociale vraagstukken. Streven naar samenwerking.
Socialisme politeke stroming van arbeiders waarin gelijkheid tussen mensen het doel is.
Binnen het socialisme zijn 2 richtngenn gematgde socialisten willen hun plannen via een
parlementaire weg bereiken ze streven naar een verzorgingsstaat met voldoende sociale
voorzieningen en solidariteit met elkaar. De radicale socialisten oe communisten willen hun
ideaal via een revolute bereiken, alle productemiddelen zijn eigendom van de
gemeenschap.
Planeconomie centraal geleide economie
Beroepsbevolking alle mensen tussen 15 en 65 jaar die betaald werk willen doen.
8.2 primaire sector
Primaire sector die producten direct uit de natuur haalt landbouw, visserij, jacht en de
delestoewinning.
Landbouw oe agrarische sector is het geheel van economische actviteiten waarbij het
natuurlijke milieu wordt aangepast ten behoeve van de producte van planten en dieren
voor menselijk gebruik
- Akkerbouw verbouwen van gewassen op een akker. Belangrijkste producten
Nederlandse akkerbouwn aardappelen, granen en suikerbieten. Steeds meer
aandacht voor duurzaam gebruik akkerbouwgrond, producte van hernieuwbare
grondstoffen voor niet-voedseldoeleinden. Meest in de belangstelling staat
biobrandstoe.
- Veeteelt het houden van vee om economische redenen. Intensieve veeteelt = veel
dieren op weinig grond (bio-industrie). Extensieve veeteelt = dieren hebben veel
ruimte om te leven, weinig arbeid en kapitaal ingezet.
- Tuinbouw teelt van groente, eruit, bloemen en sierplanten. De tuinbouw bestaat
uit veredelings- en selectebedrijven die nieuwe en betere planten ontwikkelen,
kwekerijen, veilingen en handelsbedrijven. Glastuinbouwbedrijven en
vollegrondsteelt (buitenlucht). 80% wordt geëxporteerd naar het buitenland.
Nederland is de belangrijkste exporteur ter wereld van sierteeltproducten. Bij de
teelt in kassen probeert de kweker de omstandigheden zo gunstg mogelijk te maken.
Aarde vervangen door substraat om precies de hoeveelheid voedingsstoffen te
kunnen geven. Glastuinbouw neemt 10% van het aardgasverbruik in Nederland voor
zijn rekening.
Boek: Geowijzer
Hoofdstuk 8 bestaansmiddelen
8.1 economische systemen
Economie hoe een samenleving streef naar welvaart en hoe ze schaarse goederen en
diensten inzet.
Economisch systeem wijze waarop een staat de producte van goederen regelt
Kapitalisme economisch systeem waarbij de producteeactoren in handen zijn van
bedrijven, gestreeed naar winst = vrijemarkteconomie
Angelsaksische model economisch systeem dat uitgaat van volledige marktwerking
Rijnlandse model alternatee van Angelsaksische model, gaat uit van een overheid die een
sociale verzorgingsstaat nastreef = de overheid zich actee bezighoudt met zaken als
onderwijs, ruimtelijke ordening, milieu en sociale vraagstukken. Streven naar samenwerking.
Socialisme politeke stroming van arbeiders waarin gelijkheid tussen mensen het doel is.
Binnen het socialisme zijn 2 richtngenn gematgde socialisten willen hun plannen via een
parlementaire weg bereiken ze streven naar een verzorgingsstaat met voldoende sociale
voorzieningen en solidariteit met elkaar. De radicale socialisten oe communisten willen hun
ideaal via een revolute bereiken, alle productemiddelen zijn eigendom van de
gemeenschap.
Planeconomie centraal geleide economie
Beroepsbevolking alle mensen tussen 15 en 65 jaar die betaald werk willen doen.
8.2 primaire sector
Primaire sector die producten direct uit de natuur haalt landbouw, visserij, jacht en de
delestoewinning.
Landbouw oe agrarische sector is het geheel van economische actviteiten waarbij het
natuurlijke milieu wordt aangepast ten behoeve van de producte van planten en dieren
voor menselijk gebruik
- Akkerbouw verbouwen van gewassen op een akker. Belangrijkste producten
Nederlandse akkerbouwn aardappelen, granen en suikerbieten. Steeds meer
aandacht voor duurzaam gebruik akkerbouwgrond, producte van hernieuwbare
grondstoffen voor niet-voedseldoeleinden. Meest in de belangstelling staat
biobrandstoe.
- Veeteelt het houden van vee om economische redenen. Intensieve veeteelt = veel
dieren op weinig grond (bio-industrie). Extensieve veeteelt = dieren hebben veel
ruimte om te leven, weinig arbeid en kapitaal ingezet.
- Tuinbouw teelt van groente, eruit, bloemen en sierplanten. De tuinbouw bestaat
uit veredelings- en selectebedrijven die nieuwe en betere planten ontwikkelen,
kwekerijen, veilingen en handelsbedrijven. Glastuinbouwbedrijven en
vollegrondsteelt (buitenlucht). 80% wordt geëxporteerd naar het buitenland.
Nederland is de belangrijkste exporteur ter wereld van sierteeltproducten. Bij de
teelt in kassen probeert de kweker de omstandigheden zo gunstg mogelijk te maken.
Aarde vervangen door substraat om precies de hoeveelheid voedingsstoffen te
kunnen geven. Glastuinbouw neemt 10% van het aardgasverbruik in Nederland voor
zijn rekening.