§ 2.1 leven met water blz. 50
Het Nederlandse waterbeleid was eeuwenlang gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van
water
Regenwater, rivierwater en zeewater moest weg, zodat de bevolking er geen last van had
Klimaatwetenschappers verwachten in de toekomst:
1. Warmere den drogere zomers
2. Zachtere en nattere winters
De variabiliteit en intensiteit van de neerslag neemt toe:
Neerslag zal minder gelijkmatg verspreid over het jaar vallen
Er valt meer regenwater in kortere tjd
verstening Nederland is ook sterk verstedelijkt, steeds meer huizen,
industrieterreinen en infrastructuur
Door de toename van bebouwing, verharding en bestratng wordt regenwater snel
afgevoerd. Vooral in de zomer krijgen natuur e landbouw last van verdroging, er is dan
minder water beschikbaar.
De oorzaken zijn:
1. Snellere afvoer door kanalisate. De grondwatervoorraad wordt minder aangevuld,
de grondwaterspiegel daalt en de bovenste laag van de bodem droogt uit
2. Meer verdamping door hogere temperatuur
3. Nuttige neerslag neemt af, er kan minder water in de bodem zakken om
grondwaterspiegel aan te vullen
Rivieren en sloten moeten in de winter meer water verwerken omdat er meer neerslag valt
Er moet gepompt worden om overstromingen te voorkomen
Overheidsbeleid is de laatste jaren gericht op duurzaam waterbeheer
Duurzaam waterbeheer Waterproblemen mogen niet doorgeschoven worden naar de
later tjdstp of een andere plaats
geen afwenteling, er moet en oplossing bedacht en uitgevoerd worden.
er mag geen teveel aan water, maar ook geen tekort aan water voorkomen.
, Aardrijkskunde wonen in Nederland Hoofdstuk 2 Aantekeningen
Drietrapsstrategie: FIGUUR 2.4
1. Vasthouden van water
o Zoveel mogelijk water in eigen gebied in de bodem laten zakken
o Het water vasthouden wordt mogelijk door
Het uitdiepen van de grachten
Vijvers aan te leggen in de wijken
Meer onverharde bestratng maken
Singels en grachten in oude binnensteden te herstellen
2. Bergen = opslaan = retente
o Overtollig water opslaan in sloten en meertjes
o Als het water onvoldoende ter plaatse jan worden vastgehouden, moet het
worden opgeslagen in de plassen, meren of kanalen
3. Afvoer
o Door 1 en 2 komt water vertraagd aan in de benedenloop en jan hoge
waterstand voorkomen worden
o Afvoer wordt gedaan wanneer de bodem verzadigd is met water en de
bergingsgebieden overstromen
o Het water wordt dan zo veel mogelijk via de rivieren en kanalen geloosd
o Als de overtollig water (nog) niet kan worden afgevoerd, spreken we van
wateroverlast
Nummer 1 en 2 = sponskarakter van het landschap
Vertragingstjd Sponskarakter bepaalt de tjd die er
zit tussen het vallen van neerslag en
smelten van smeltwater in een
stroomgebied en de afvoer daarvan
door de rivier.
Vertragingstjd kort? Dan weinig sponskarakter
Gebied met bos en veen? Grote vertragingstjd
Gebied met landbouw, wegen, huizen Kleine vertragingstjd
(versteend landschap)
De overheid heef bepaald dat er nooit te veel, maar ook nooit te weinig water mag zijn
Water moet (ter plekken) vastgehouden worden. Als de bodem verzadigd is, dan moet het
water opgeslagen worden (bergen). Tenslotte wordt het water afgevoerd.