• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 20 pages
Summary

Volledige samenvatting van MOLECULAIRE BIOLOGIE (biochemie)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 20 pages

Volledige samenvatting van partim 'moleculaire biologie' binnen het vak 'biochemie', gegeven door prof. dr. Kris Gevaert (revaki ugent). Zelf gemaakt, gebruikt, én geslaagd! Bekijk zeker ook de voordeelbundel met alle samenvattingen van biochemie. Succes!

Content preview

MOLECULAIRE BIOLOGIE
CELLEN EN HUN GENOOM

INLEIDING EN SITUERING

 Genetische informatie doorgeven = overerfbaarheid
 Mens > 1013 cellen
 Elke cel bevat alle moleculaire machines voor reproductie
 DNA-replicatie
 RNA-synthese
 Eiwitsynthese

DNA

 Genetische info stockeren als DNA: dubbelstrengig desoxyribonucleïnezuur
 DNA > nucleotiden > suikergroep + fosfaatgroep + base (A/G/T/C: 4 bouwstenen 1)
 Base-pairing: complementaire structuren nucleobasen binden via waterstofbruggen
 DNA-replicatie: één streng als mal gebruiken

DE GENETISCHE INFORMATIESTROOM

 Genetische informatiestroom: informatie vloeit eerst van DNA naar RNA
 Info gebruiken door uit delen van DNA 2 belangrijke moleculen produceren
 Eiwitten
 RNA = ribonucleïnezuur (transcriptie en translatie)
 Genen overschrijven
 Boodschapper RNA = mRNA = RNA-moleculen die voor eiwitten coderen
(finaal vertaald op ribosomen)
 Het centrale dogma van de moleculaire biologie:
genetische info zit in DNA en dit DNA kan repliceren (celdeling), de genetische info vloeit
steeds van DNA naar RNA naar eiwit, nooit omgekeerd

TRANSLATIE

 Codons coderen voor bepaalde aminozuren
 Codon > 3 nucleotiden
 64 mogelijke codons, coderen voor 20 basisaminozuren => degeneratie van de
genetische code: er zijn aminozuren die door meerdere codons gecodeerd worden
 Codons met overeenkomstige eerste twee nucleotiden coderen vaak voor zelfde
eiwit (bv. CUU en CUA coderen beiden voor Leu)
 Transfer-RNA = tRNA
 Lezen codons af
 Bevat anticodon
 Koppeling aminozuren via peptidenbruggen
 Translatie gebeurt op ribosoom > rRNA + eiwitten



GENOMEN EN HUN COMPLEXITEIT

1
Cfr. eiwitten: 20 bouwstenen (aminozuren)

1

,  Classificatie van levende organismen
 Eukaryoten: DNA als chromosomen in celkern
 Prokaryoten: geen celkern
 Archaea of oerbacteriën
fylogenetische stamboom: hoe verder uit elkaar, hoe meer evolutionair verschillend
 Genoom = complete genetische info
 Verschillen in complexiteit van genomen te wijten aan
 Diverse bronnen aan koolstof en stikstof die organismen gebruiken
 Omstandigheden waarin organismen leven
 Mutaties zorgen voor functionele verschillen
 Ontstaan van nieuwe genen uit bestaande genen: zie afbeelding p. 11!
 Intragenische mutatie: sequentie gemuteerd door fouten tijdens DNA-replicatie
 Genduplicatie: identieke kopieën van een gen die apart divergeren tijdens evolutie
 Omwisselen van gensegmenten of segment shuffling: ontstaan van hybride gen door
knippen en plakken van gensegmenten
 Horizontale gentransfer: stuk DNA getransfereerd van één cel naar andere cel
 Indeling genen op basis van afkomst: zie afbeelding p. 12!
 Orthologe genen
 Genen die we aantreffen in verschillende organismen en afkomstig zijn van
hetzelfde gen in de gemeenschappelijke ‘voorouder’ van die organismen
 Gelijkaardige/identieke functie
 Paraloge genen
 Genen die ontstaan zijn door genduplicatie binnenin één genoom
 Andere functies (onafhankelijk van elkaar beginnen muteren tijdens evolutie)
 Homologe genen
 Orthologe en paraloge genen met gelijkaardige sequenties
 Horizontale gentransfer kan gebeuren tussen verschillende species zoals bij virussen
 Virus ≠ levende cel, maar we kunnen wel virus gebruiken om genen in ander
organisme binnen te brengen: transfectie

GENETISCHE INFORMATIE IN EUKARYOTEN

 Genetische info eukaryoten heeft hybride oorsprong
 Deel van oorspronkelijke eukaryoot
 Deel van als symbionten geadopteerde bacteriën
 Ook genetische info in mitochondriën en chloroplasten: gedegenereerde
versies van oorspronkelijke bacteriële genomen
 Eukaryoten = complexer en groter dan prokaryoten
 Meer niet-coderend DNA
 Junk DNA (ballast)
 Regulerend DNA: reguleert genexpressie via regulerende eiwitten

DE MUIS ALS MODEL VOOR DE MENS

 Veel gebruikt proefdiermodel door homologe sequenties van orthogene genen
 Analoge natuurlijke genmutaties
 Bv. baby en muis met zelfde pigmentvlek op voorhoofd: mutaties in zelfde gen

DNA, CHROMOSOMEN EN GENOMEN


2

, INLEIDING

 Genetische info doorgeven via gameten (geslachtscellen) en celdeling
 Moleculaire instructies/mechanismen gestockeerd als genen
 Geschiedenis
 1940: ontdekking dat genetische info vooral eiwitten maakt
 Eiwitten als legoblokjes (structuur) en enzymen
 Eind 19e eeuw: ontdekking chromosomen
 Later: ontdekking chromosomen > DNA + eiwitten

DE STRUCTUUR EN DE FUNCTIE VAN DNA

 DNA > nucleotiden > base (met N) + pentose + fosfaatgroepen
 Fosfaatgroepen op C5 hydroxylgroep van (deoxy)ribose
 1, 2 of 3 fosfaatgroepen
 Fosfaatgroepen geven negatieve lading aan nucleotiden
 Base op C1 koolstof
 Pyrimidines: C/T/U
 Purines: A/G
 Pentose
 DNA: deoxyribose
 RNA: ribose
 Nucleotidehechting via fosfodiesterbinding tss 5’-einde en 3’-einde
 DNA-sequentie opschrijven: 5’ → 3’ bv. 5’-G-A-T-T-A-C-A-3’
 Negatieve fosfodiesterbindingen (door fosfaatgroepen) als ruggengraat
 Twee complementaire polynucleotideketens
 Waterstofbruggen
 Dubbele helix bepaald door chemische en structurele eigenschappen van ketens
 ± 10 basenparen / omwenteling
 Complementaire basenparing: purine + pyrimidine
 Enkel mogelijk bij antiparallelle strengen: polariteit strengen omgekeerd
 Polariteit
 Binnenkant: basen
 Buitenkant (-): suikergroepen en fosfaatgroepen
 Space-filling model: toont ingenomen ruimte door atomen
 Major groeve
 Minor groeve
 Informatie wordt bepaald door opeenvolging van nucleotiden
 Verschillend voor organismen (ook variaties binnen organisme)
 DNA humane diploïde cel = 2 m lang (Hoe past dit in de kern? Zie volgend deel)
 DNA-synthese ≠ de novo (uit het niets) => wel semi-conservatief
 Nucleus > bijna alle DNA
 Nucleaire envelop met poriën rond kern > dubbele lipidenlaag
 Buitenste nucleaire membraan vloeit over in ER
 Binnenste nucleaire membraan ondersteund door nucleaire lamina


CHROMOSOMAAL DNA EN CHROMATINE

 46 chromosomen > chromatine > DNA + eiwitten die DNA samenpakken (ook histonen)

3

Document information

Study
Uploaded on
February 10, 2024
Number of pages
20
Written in
2022/2023
Type
Summary
$10.37

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
emch
4.0
(20)
Sold
143
Followers
36
Items
32
Last sold
1 week ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions