Theorieën
1. Wetenschappelijkheid
van de psychologie
1.1. Een definitie van psychologie
Psychologie is de wetenschappelijke studie van het gedrag en de onderliggende mentale processen .
4 elementen:
1. De wetenschappelijkheid
2. De studie
3. Het gedrag
4. De mentale processen
1.2. Wat maakt psychologie tot een wetenschap
1.2.1. Criteria
1. Objectief waarneembaar
Onafhankelijk van onderzoeker
2. Systematische observatie
Methode op voorhand vastgelegd (geen toeval)
3. Eenduidig
Andere verklaringen moeten worden uitgesloten
1.2.2. Wetenschappelijke methode (Zimbardo)
1. Ontwikkelen van een hypothese
Veronderstelling over verband tussen 1 of meer factoren
2. Een verband onderzoeken in een gecontroleerd experiment
Onafhankelijke en afhankelijke variabelen
Onafhankelijk staat vast, afhankelijk niet
3. Verzamelen van de onderzoeksresultaten op een objectieve manier
Geen persoonlijke meningen
4. Analyse van de gegevens
Nagaan of data hypothese bevestigen of tegenspreken
5. Bekendmaken en bediscussiëren van de resultaten
Representativiteit: is groep die deelnam goed vertegenwoordigd
Significatie: is het verband tussen (on)afhankelijke variabelen geen toeval (%)
Betrouwbaar: moet altijd zelfde resultaat zijn
Validiteit: heb je gemeten wat je wou meten?
1.2.3. Doelstellingen psychologie
Verschilt bij elke psychologie (gelijkenis mensenkennis en psychologie is interesse in menselijk gedrag)
1.2.3.1. Theoretische psychologie
1. Beschrijven: voor onderzoek fenomeen beschrijven
2. Verklaren: oorzaken opzoeken
3. Voorspellen: oorzaak zoeken
1
Psychologie
,Theorieën
1.2.3.2. Toegepaste psychologie
Gedrag beïnvloeden
1.3. Een definitie van gedrag
Gedrag is een zinvolle reactie op een zinvolle stimulus .
Bijhorend schema:
1.3.1. Onderscheid betekenisloze en zinvolle stimulus en reactie
Stimulus: prikkel uit je omgeving (geluid, geur, temperatuurverschil, …)
- Zinloze stimulus: prikkel uit omgeving, persoon heeft hier geen waarden aan
zon die schijnt in België, maar jij bent in spanje
- Zinvolle stimulus: prikkel uit omgeving, persoon geeft hier betekenis aan
zon schijnt als jij buiten komt
- Zinloze reactie (fysiologisch, automatisch): gedrag van persoon onbewust
je zweet door de zon (geen mentale processen)
- Zinvolle reactie: gedrag van persoon bewust
je gaat ijsje eten want krijgt het warm van de zon
1.3.2. Onderscheid objectief waarneembaar en interpretatie
Objectief waarneembare aspecten
- Kan je meten of zien
Fysiologische reacties (hartslag, kippenvel, ..)
Interpretatie
- Niet altijd zichtbaar, afleiden uit verschillende zaken
1.4. Wat zijn interne processen?
Interne processen zijn dingen die niet zomaar meetbaar zijn . (depressie, …)
Validiteit?: resultaten van hetzelfde werk vaak verschillend.
1.5. Wanneer nemen we dan iets voor ‘waar’ aan?
Convergerende evidentie: hoe vaker de onderzoeksresultaten van een onderzoek bij elkaar in de
buurt liggen, hoe dichter we bij waarheid komen.
2
Psychologie
, Theorieën
1.6. Correlatieonderzoek
= verband tussen variabelen
Positieve correlatie Variabel 1 stijgt, variabel 2 ook (of omgekeerd)
Negatieve correlatie Variabel 1 stijgt, variabel 2 daalt (of omgekeerd)
Causaal verband: er is een verband, maar is toeval. Hebben niets met elkaar te maken.
2. Korte geschiedenis van
de psychologie
2.1. De vroege psychologie
2.1.1. Structuralisme
= zoektocht naar bouwstenen (structuur) van menselijke psyche
Wilhelm Wundt (1879)
- Eerste psychologische laboratorium in Leipzig.
- Inspiratie vanuit periodiek systeem
2.1.2. Functionalisten (Dewey)
= bekijkt hoe het bewustzijn invloed heeft op het dagelijkse leven (functie van bewustzijn)
2.2. Verschillende invalshoeken
1. Biologische invalshoek
Rol val erfelijkheid, zenuwstelsel en endocriene stelsel in ons gedrag
2. Evolutionaire invalshoek
Verklaren gedrag door overerving
3. Cognitieve invalshoek
Belang van interpretatie
Rol val mentale processen op gedrag
4. Psychodynamische invalshoek
Menselijke geest wordt gestuurd door onze energie die zich door onze psyche begeeft
5. Humanistische invalshoek
Belang van vrije wil
3. Hedendaagse
psychologie
3.1. Eclectisch werken
= gebruik maken van inzichten uit verschillende stromingen
Belangrijke evoluties:
- Deel uitmaken van groep
- Verwerken van informatie
3
Psychologie
1. Wetenschappelijkheid
van de psychologie
1.1. Een definitie van psychologie
Psychologie is de wetenschappelijke studie van het gedrag en de onderliggende mentale processen .
4 elementen:
1. De wetenschappelijkheid
2. De studie
3. Het gedrag
4. De mentale processen
1.2. Wat maakt psychologie tot een wetenschap
1.2.1. Criteria
1. Objectief waarneembaar
Onafhankelijk van onderzoeker
2. Systematische observatie
Methode op voorhand vastgelegd (geen toeval)
3. Eenduidig
Andere verklaringen moeten worden uitgesloten
1.2.2. Wetenschappelijke methode (Zimbardo)
1. Ontwikkelen van een hypothese
Veronderstelling over verband tussen 1 of meer factoren
2. Een verband onderzoeken in een gecontroleerd experiment
Onafhankelijke en afhankelijke variabelen
Onafhankelijk staat vast, afhankelijk niet
3. Verzamelen van de onderzoeksresultaten op een objectieve manier
Geen persoonlijke meningen
4. Analyse van de gegevens
Nagaan of data hypothese bevestigen of tegenspreken
5. Bekendmaken en bediscussiëren van de resultaten
Representativiteit: is groep die deelnam goed vertegenwoordigd
Significatie: is het verband tussen (on)afhankelijke variabelen geen toeval (%)
Betrouwbaar: moet altijd zelfde resultaat zijn
Validiteit: heb je gemeten wat je wou meten?
1.2.3. Doelstellingen psychologie
Verschilt bij elke psychologie (gelijkenis mensenkennis en psychologie is interesse in menselijk gedrag)
1.2.3.1. Theoretische psychologie
1. Beschrijven: voor onderzoek fenomeen beschrijven
2. Verklaren: oorzaken opzoeken
3. Voorspellen: oorzaak zoeken
1
Psychologie
,Theorieën
1.2.3.2. Toegepaste psychologie
Gedrag beïnvloeden
1.3. Een definitie van gedrag
Gedrag is een zinvolle reactie op een zinvolle stimulus .
Bijhorend schema:
1.3.1. Onderscheid betekenisloze en zinvolle stimulus en reactie
Stimulus: prikkel uit je omgeving (geluid, geur, temperatuurverschil, …)
- Zinloze stimulus: prikkel uit omgeving, persoon heeft hier geen waarden aan
zon die schijnt in België, maar jij bent in spanje
- Zinvolle stimulus: prikkel uit omgeving, persoon geeft hier betekenis aan
zon schijnt als jij buiten komt
- Zinloze reactie (fysiologisch, automatisch): gedrag van persoon onbewust
je zweet door de zon (geen mentale processen)
- Zinvolle reactie: gedrag van persoon bewust
je gaat ijsje eten want krijgt het warm van de zon
1.3.2. Onderscheid objectief waarneembaar en interpretatie
Objectief waarneembare aspecten
- Kan je meten of zien
Fysiologische reacties (hartslag, kippenvel, ..)
Interpretatie
- Niet altijd zichtbaar, afleiden uit verschillende zaken
1.4. Wat zijn interne processen?
Interne processen zijn dingen die niet zomaar meetbaar zijn . (depressie, …)
Validiteit?: resultaten van hetzelfde werk vaak verschillend.
1.5. Wanneer nemen we dan iets voor ‘waar’ aan?
Convergerende evidentie: hoe vaker de onderzoeksresultaten van een onderzoek bij elkaar in de
buurt liggen, hoe dichter we bij waarheid komen.
2
Psychologie
, Theorieën
1.6. Correlatieonderzoek
= verband tussen variabelen
Positieve correlatie Variabel 1 stijgt, variabel 2 ook (of omgekeerd)
Negatieve correlatie Variabel 1 stijgt, variabel 2 daalt (of omgekeerd)
Causaal verband: er is een verband, maar is toeval. Hebben niets met elkaar te maken.
2. Korte geschiedenis van
de psychologie
2.1. De vroege psychologie
2.1.1. Structuralisme
= zoektocht naar bouwstenen (structuur) van menselijke psyche
Wilhelm Wundt (1879)
- Eerste psychologische laboratorium in Leipzig.
- Inspiratie vanuit periodiek systeem
2.1.2. Functionalisten (Dewey)
= bekijkt hoe het bewustzijn invloed heeft op het dagelijkse leven (functie van bewustzijn)
2.2. Verschillende invalshoeken
1. Biologische invalshoek
Rol val erfelijkheid, zenuwstelsel en endocriene stelsel in ons gedrag
2. Evolutionaire invalshoek
Verklaren gedrag door overerving
3. Cognitieve invalshoek
Belang van interpretatie
Rol val mentale processen op gedrag
4. Psychodynamische invalshoek
Menselijke geest wordt gestuurd door onze energie die zich door onze psyche begeeft
5. Humanistische invalshoek
Belang van vrije wil
3. Hedendaagse
psychologie
3.1. Eclectisch werken
= gebruik maken van inzichten uit verschillende stromingen
Belangrijke evoluties:
- Deel uitmaken van groep
- Verwerken van informatie
3
Psychologie