1
Waaruit bestaat de studie van consumentengedrag?
A. het beschrijven van waarom een consument zich gedraagt zoals hij zich gedraagt
B. het beschrijven, verklaren en voorspellen van consumentengedrag
C. het beschrijven van hoe consumentengedrag kan worden beïnvloed
D. het voorspellen van consumentengedrag
2
Douwe Egberts probeert door het onderzoeken van consumentengedrag erachter te komen of
prijsverlaging van een bepaald soort koffie het gewenste effect zal hebben. Dit onderzoek is
typisch een voorbeeld van:
A. het voorspellen van consumentengedrag
B. het verklaren van consumentengedrag
C. het beschrijven van consumentengedrag
D. het beïnvloeden van consumentengedrag
3
Je hebt zin om weer eens lekker te winkelen en neemt rustig een kopje koffie in een kledingzaak
tijdens het uitzoeken van enkele kledingstukken. Tijdens het drinken wordt nog eens rustig
overwogen welke kledingstukken er nou echt bij je persoonlijke smaak passen. Dit is een
voorbeeld van:
A. routinematig beslissingsgedrag
B. afwisselingsgericht koopgedrag
C. uitgebreid probleemoplossend gedrag
D. impulsief koopgedrag
4
Welke kenmerken passen bij routinematig beslissingsgedrag?
A. risico: beperkt; betrokkenheid: hoog; aankoopfrequentie: hoog; aantal overwogen merken:
één; informatievergaring: middelmatig; prijs: laag
B. risico: beperkt; betrokkenheid: hoog; aankoopfrequentie: hoog; aantal overwogen merken:
één; informatievergaring: weinig; prijs: laag
C. risico: beperkt; betrokkenheid: laag; aankoopfrequentie: hoog; aantal overwogen merken: één;
informatievergaring: middelmatig; prijs: hoog
D. risico: beperkt; betrokkenheid: laag; aankoopfrequentie: hoog; aantal overwogen merken: één;
informatievergaring: weinig; prijs: laag
5
Je staat in de boekhandel en je wilt een wenskaart kopen voor je broer, maar je moet over vijf
minuten op een belangrijke afspraak zijn. Dit is een voorbeeld van:
A. uitgebreid probleemoplossend beslissingsgedrag
B. situatiebepaald koopgedrag
C. afwisselingsgericht koopgedrag
D. routinematig beslissingsgedrag