Faecesonderzoek
Spijsverteringskanaal
De maag: Eiwit wordt verteerd door maagzuur en enzymen.
Pancreas: scheidt pancreas sap uit bij de voedselbrij. Sap bevat natriumcarbonaat om de PH van
de voedselbrij te neutraliseren. Scheidt ook amylase, lipase en trypsine af voor vertering van
zetmeel-, vet-, en eiwitvertering.
Lever: voegt gal, opgeslagen in galblaas, uit in de dunne dat; bevat galkleurstoffen en vet-
emulgatoren.
Dunne darm: resorptie: neemt voedingsstoffen op uit voedselbrij.
Dikke darm: resorptie, alleen nog maar voor water en zouten.
Verschillende Feaces onderzoeken
Bacteriologisch onderzoek
Chemisch onderzoek
Parasitologisch onderzoek
Virologisch onderzoek
Parasitologisch onderzoek
Feaces moeten vers zijn: maximaal een halve tot hele dag oud.
rectaal afnemen of feaces pakken die de grond niet hebben aangeraakt
Zo luchtvrij mogelijk bewaren
Mengmonsters
Onder gemengde monsters verstaan we: gelijke delen mest van een aantal schapen uit
dezelfde groep.
Onder een groep schapen verstaan we: dieren die ongeveer dezelfde leeftijd hebben en
samen grazen.
Uiterlijke beoordeling feaces
Kleur (donker=groenvoer/vlees; droogvoer=lichter; exocriene pancreaswerking=grijs)
Geur
Hoeveelheid/ontlastingsfrequentie
Vorm/consistentie (gevormde of ongevormde)
Ph-waarde (zuur=dunne darmontsteking; basisch=dikke darmontsteking,
zuur=koolhydraat-vergisting; basisch=eiwit-vergisting)
Vreemde bestanddelen (slijm, zand, pus, vreemde voorwerpen, parasieten/eieren)
Endoparasieten
Coccidiose (protozo): Een eencellig dierlijke parasiet die zich in de darmslijmcellen woekert via
ongeslachtelijke/geslachtelijke voortplanting in mest aantoonbaar.
Maagdarmwormen (endoparasiet): leven in het maagdarmkanaal en leggen daar hun eieren.
Leverbotten: Bij rund, schaap, paard en geit. Leven in de lever-galgangen. Via galuitstortingen
komen de eieren in de darm. in mest aantoonbaar.
Longwormen: eieren worden opgehoest vanuit de longen en doorgeslikt. In maagdarmkanaal
komen de eieren uit larven aan te tonen in mest met speciale verzamelmethode (De
Baermann-techniek).
, Verschijnselen besmetting
Groeivermindering, vermindering eetlust
Doffe vacht
Vermindering weerstand
Secundaire infecties
Bloedarmoede, vermagering, dikke buik
Hoesten, soms diarree
Methodes
Natief preparaat: Onderzoekt een klein gedeelte van de feaces, gesuspendeerd in water.
Verzamelmethode:
Stap 1: We lossen een bepaalde hoeveelheid feaces op in een vloeistof (suikeroplossing of een
verzadigde keukenzoutoplossing) met een dichtheid die groter is dan die van de eieren.
Stap 2: Proces versnellen met een centrifuge.
Stap 3: zuig met een pipet het bovenste gedeelte van de vloeistof op en bekijk het.
Mc Master/Telmethode:
Stap 1: Van ieder mestmonster pak je 4,0 gr goed gemengde faeces in een falconbuis, meng dit
met 56 ml flottatievloeistof. Zeef deze oplossing vervolgens.
Stap 2: Giet de gezeefde oplossing terug in de falconbuis en zwenk deze.
Stap 3: Met een pasteurse pipet word 1 Mc Masterkamer gevuld. Na zwenken van de falconbuis
word de 2e masterkamer gevuld.
Stap 4: Analyseer de telkamer onder de microscoop.
(EPG = Eieren per gram mest)
Overige onderzoeken
Lintwormen: kunnen niet worden aangetoond op die manier. Mest moet eerst worden gefilterd.
Aarsmaden: aarsmaden kruipen via de anus naar buiten en leggen rondom de anus hun eitjes.
Met de plakbandtechniek kan je ze bekijken Plak een stukje plakband naast de anus en plak
dat op een voorwerpglaasje; bekijk het onder de microscoop.
Longwormen: gebruik de Baermann-methode.
Determinatie van de eieren
Grootte
Vorm
Kleur
Inhoud
Dikte van de wand
Structuur van de wand
Verteringsproeven
Vetten: Het vinden van veel vetten in de faeces kan duiden op: Onvoldoende functie van
pancreas, afsluiting van de galgang, stress of een ernstige vorm van diarree.
Vetzuren: kan duiden op onvoldoende of geen opname van vetzuren door de dunne darm door
eventuele beschadigingen of ernstige diarree.
Zetmeel en spiervezels: slechte werking van pancreas of te snelle darmpassage. Te veel zetmeel
zorgt voor gistingsdiarree. Te veel spiervezels veroorzaakt rottingsgeur.
Enzymen: Als de pancreas niet goed werkt vind je geen amylase, lipase of trypsine in de faeces.