Fysiologie 2: Hoofdstuk 4 – Spierfysiologie
1. Inleiding
→ Doel: kennis & inzicht in de werking van het menselijk lichaam.
- Wat is “fysiologie”?
→ Werking en functie van levende materie
→ Biologische functies
→ Gaat samen met andere wetenschappen
▪ Anatomie
▪ Biochemie
▪ Chemie
▪ Fysica
2. Fysiologie van de cel en van een organisme
Opbouw van een organisme
Van organisme tot cel
,Bouw van de cel
- Cel = functionele eenheid
- Cel = plasmamembraan + kern + cytoplasma
→ Cytoplasma = celorganellen + cytosol
→ Cytosol = vloeistof tussen organellen
Mitochondriën
Functie: energie leveren
- Vormen ATP uit ADP
- Enzymen hiervoor nodig: in de granulen
- ATP = energierijke binding
→ Energie opslaan in een vorm van de ene naar de andere plaats getransporteerd kan
worden
- Veel mitochondriën in de cellen die veel energie nodig hebben
ATP: adenosinetrifosfaat; ADP: adenosinedifosfaat
3. Neurofysiologie
Het zenuwstelsel: anatomische indeling
Anatomische indeling:
- Centraal zenuwstelsel
→ Hersenen
→ Ruggenmerg
- Perifeer zenuwstelsel
→ Afferente zenuwen
→ Efferente zenuwen
Werking van het ZS: prikkels
1. Mechanisme v.d. prikkelgeleiding
A. In rust: membraanrustpotentiaal (MRP)
→ Alle levende cellen: (trans) membraanpotentiaal (verschil)
→ Bv.: rustpotentiaal in een zenuwcel: -70 mv
,→ Concentratieverschil: kalium gaat van een hoge concentratie naar een lage concentratie. Het
streeft naar een evenwicht, binnen en buiten de cel.
→ Verschil in lading: (Elektrische gradiënt) evenwichtssituatie: in de cel is er steeds meer kalium dan
buiten de cel.
De actiepotentiaal
Belangrijk:
- Duur AP: enkele milliseconden
- AP = alles of niets verschijnsel!!
→ Subliminale prikkel (onder drempelwaarde) = geen AP (wanneer de prikkel niet sterk
genoeg is)
→ Supraliminale prikkel (drempelwaarde overschreden) = wel AP (wanneer de prikkel
sterk genoeg is)
Prikkelgeleiding
Sensory neuron → Cellen van Shwan
Functie: vorm van isolatielaag over axon.
Prikkels worden doorgegeven door AP.
, Prikkeloverdracht: synaps
4: Ademhalingsfysiologie
Werkingsmechanisme
→ Diffusie van zuurstof
5. Fysiologie van de voortbeweging
Soorten bewegingen
- Amoeboïde beweging
→ Met “schijnvoetjes”
→ Witte bloedcellen, macrofagen
- Ciliaire beweging
→ Cilia = trilharen
→ Trilhaarepitheelcellen (bv. in de luchtpijp)
- Flagellaire beweging
→ Flagel = zweepstaart
→ Spermatozoën
- Contractie
→ Samentrekking van een spier
1. Inleiding
→ Doel: kennis & inzicht in de werking van het menselijk lichaam.
- Wat is “fysiologie”?
→ Werking en functie van levende materie
→ Biologische functies
→ Gaat samen met andere wetenschappen
▪ Anatomie
▪ Biochemie
▪ Chemie
▪ Fysica
2. Fysiologie van de cel en van een organisme
Opbouw van een organisme
Van organisme tot cel
,Bouw van de cel
- Cel = functionele eenheid
- Cel = plasmamembraan + kern + cytoplasma
→ Cytoplasma = celorganellen + cytosol
→ Cytosol = vloeistof tussen organellen
Mitochondriën
Functie: energie leveren
- Vormen ATP uit ADP
- Enzymen hiervoor nodig: in de granulen
- ATP = energierijke binding
→ Energie opslaan in een vorm van de ene naar de andere plaats getransporteerd kan
worden
- Veel mitochondriën in de cellen die veel energie nodig hebben
ATP: adenosinetrifosfaat; ADP: adenosinedifosfaat
3. Neurofysiologie
Het zenuwstelsel: anatomische indeling
Anatomische indeling:
- Centraal zenuwstelsel
→ Hersenen
→ Ruggenmerg
- Perifeer zenuwstelsel
→ Afferente zenuwen
→ Efferente zenuwen
Werking van het ZS: prikkels
1. Mechanisme v.d. prikkelgeleiding
A. In rust: membraanrustpotentiaal (MRP)
→ Alle levende cellen: (trans) membraanpotentiaal (verschil)
→ Bv.: rustpotentiaal in een zenuwcel: -70 mv
,→ Concentratieverschil: kalium gaat van een hoge concentratie naar een lage concentratie. Het
streeft naar een evenwicht, binnen en buiten de cel.
→ Verschil in lading: (Elektrische gradiënt) evenwichtssituatie: in de cel is er steeds meer kalium dan
buiten de cel.
De actiepotentiaal
Belangrijk:
- Duur AP: enkele milliseconden
- AP = alles of niets verschijnsel!!
→ Subliminale prikkel (onder drempelwaarde) = geen AP (wanneer de prikkel niet sterk
genoeg is)
→ Supraliminale prikkel (drempelwaarde overschreden) = wel AP (wanneer de prikkel
sterk genoeg is)
Prikkelgeleiding
Sensory neuron → Cellen van Shwan
Functie: vorm van isolatielaag over axon.
Prikkels worden doorgegeven door AP.
, Prikkeloverdracht: synaps
4: Ademhalingsfysiologie
Werkingsmechanisme
→ Diffusie van zuurstof
5. Fysiologie van de voortbeweging
Soorten bewegingen
- Amoeboïde beweging
→ Met “schijnvoetjes”
→ Witte bloedcellen, macrofagen
- Ciliaire beweging
→ Cilia = trilharen
→ Trilhaarepitheelcellen (bv. in de luchtpijp)
- Flagellaire beweging
→ Flagel = zweepstaart
→ Spermatozoën
- Contractie
→ Samentrekking van een spier