Toetsvragen
ARCHITECTUUR EN TIJD
▪ De Paltskapel is blijkbaar een toonaangevend voorbeeld geweest voor
paleiskapellen uit de vroege middeleeuwen. Bespreek.
De paltskapel werd door Karel de Grote geplaatst in 796. Hij wou opnieuw
romeinse elementen introduceren in Aken. De hernieuwde belangstelling voor
deze kunst wordt later aangeduid als de Karolingische renaissance
De paltskapel is geïnspireerd door de laat-romeinse basiliek van San Vitale in
Ravenna, vandaar die duidelijk herkenbare 8-hoekige centraalbouw. Deze
soort 8-hoekige, hoge centraalbouw is kenmerkend geworden voor
paleiskapellen in de vroege middeleeuwen
▪ Wat wordt er bedoeld met de term “martyrium” ?
Martyrium (Karolingische architectuur)
- = Martelarenkerk, herdenking van martelaar
- Grafarchitectuur
Bv: Sint Pieter, Rome (4de E) door Constantijn
- Vereren van heilige martelaar
- Vaak centraalplan (kan een veelheid aan vormen aannemen)
- Meer-beukig + transept
- Apsis (gericht naar het westen)
- Combinatie Basilica-Martyrium (wijding + verering martelaar)
➔ Toevoeging Relieken
➔ Uitbreiding met een Crypte
➔ Bv: crypte Saint-Germain, Auxerre (5de E)
crypte Jouarre, abdijkerk (7de E)
▪ In de abdijkerk van Tournus (Boergondië) komen verschillende
overwelvingssystemen naast en boven elkaar voor. Leg uit (tekenen).
Saint Michel (begin 11de E), Romaans
Overwelfde vestibule, meervoudige en dwarse gewelven:
Voorkerk: gelijkvloers:
- Middenbeuk: Kruisgewelven
- Zijbeuk: dwarse tongewelven Tongewelf
1ste verdiep:
- Middenbeuk: 1 lang tongewelf
- Zijbeuken: halve tongewelven
Half tongewelf
Half tongewelf
Half tongewelf
St Michel
Vestibule Dwars tongewelf Dwars tongewelf
Kruisgewelf
, Koor: St Philibert
- Middenbeuk: 5 dwarse tongewelven achter elkaar
- Zijbeuk: 5 kruisgewelven achter elkaar
5x
5x
5x
▪ Bestaat er zoiets als een typische Cisterciënzer-architectuur ? Geef een voorbeeld
en besteed bijzondere aandacht aan het overwelvingssysteem.
Abdijkerk in Fontenay
- Geen triforium
- Schalk/colonette loopt door op de muur, heel weinig versiering
- Licht is de belangrijkste versiering
- Simpele, abstracte architectuur, eenvoud
- Geen ramen voor directe lichtinval
- Middenbeuk: tongewelf met een knik -> voorloper van de
spitsboog
- Zijbeuk: dwars gezette tongewelven, geen gesloten muur tussen de
traveeën, maar een boog (ondersteunt het tongewelf)
Zeer stabiele constructie
HET GOTISCHE FENOMEEN
▪ Welke elementen uit de Normandische romaanse architectuur vinden we ook in de
gotiek terug (en hebben mogelijk een rol gespeeld in het ontstaan ervan) ?
- Lichtsymboliek en ruimte-effecten
- Bundelpijlers (Bij Cluny lll)
- Spitsboog (Cluny lll, nadien ook bij cisterciënzer)
- Luchtboog
- Dragende elementen en opvulling (steeds meer glas)
Men merkt dat men de muur kan uithollen als die ergens anders
ondersteund wordt
- Mur évidé
➔ Dragende muur verdwijnt
➔ Gotische muur bestaat uit dragende en sluitende elementen
(=skeletstructuur)
➔ Uitgeholde muur
- Geleding van de muur van de middenbeuk met schalken.
- 3-delige opstand met tribune en lichtbeuk
- Ribgewelven (van Normandië tot Cisterciënzer)
ARCHITECTUUR EN TIJD
▪ De Paltskapel is blijkbaar een toonaangevend voorbeeld geweest voor
paleiskapellen uit de vroege middeleeuwen. Bespreek.
De paltskapel werd door Karel de Grote geplaatst in 796. Hij wou opnieuw
romeinse elementen introduceren in Aken. De hernieuwde belangstelling voor
deze kunst wordt later aangeduid als de Karolingische renaissance
De paltskapel is geïnspireerd door de laat-romeinse basiliek van San Vitale in
Ravenna, vandaar die duidelijk herkenbare 8-hoekige centraalbouw. Deze
soort 8-hoekige, hoge centraalbouw is kenmerkend geworden voor
paleiskapellen in de vroege middeleeuwen
▪ Wat wordt er bedoeld met de term “martyrium” ?
Martyrium (Karolingische architectuur)
- = Martelarenkerk, herdenking van martelaar
- Grafarchitectuur
Bv: Sint Pieter, Rome (4de E) door Constantijn
- Vereren van heilige martelaar
- Vaak centraalplan (kan een veelheid aan vormen aannemen)
- Meer-beukig + transept
- Apsis (gericht naar het westen)
- Combinatie Basilica-Martyrium (wijding + verering martelaar)
➔ Toevoeging Relieken
➔ Uitbreiding met een Crypte
➔ Bv: crypte Saint-Germain, Auxerre (5de E)
crypte Jouarre, abdijkerk (7de E)
▪ In de abdijkerk van Tournus (Boergondië) komen verschillende
overwelvingssystemen naast en boven elkaar voor. Leg uit (tekenen).
Saint Michel (begin 11de E), Romaans
Overwelfde vestibule, meervoudige en dwarse gewelven:
Voorkerk: gelijkvloers:
- Middenbeuk: Kruisgewelven
- Zijbeuk: dwarse tongewelven Tongewelf
1ste verdiep:
- Middenbeuk: 1 lang tongewelf
- Zijbeuken: halve tongewelven
Half tongewelf
Half tongewelf
Half tongewelf
St Michel
Vestibule Dwars tongewelf Dwars tongewelf
Kruisgewelf
, Koor: St Philibert
- Middenbeuk: 5 dwarse tongewelven achter elkaar
- Zijbeuk: 5 kruisgewelven achter elkaar
5x
5x
5x
▪ Bestaat er zoiets als een typische Cisterciënzer-architectuur ? Geef een voorbeeld
en besteed bijzondere aandacht aan het overwelvingssysteem.
Abdijkerk in Fontenay
- Geen triforium
- Schalk/colonette loopt door op de muur, heel weinig versiering
- Licht is de belangrijkste versiering
- Simpele, abstracte architectuur, eenvoud
- Geen ramen voor directe lichtinval
- Middenbeuk: tongewelf met een knik -> voorloper van de
spitsboog
- Zijbeuk: dwars gezette tongewelven, geen gesloten muur tussen de
traveeën, maar een boog (ondersteunt het tongewelf)
Zeer stabiele constructie
HET GOTISCHE FENOMEEN
▪ Welke elementen uit de Normandische romaanse architectuur vinden we ook in de
gotiek terug (en hebben mogelijk een rol gespeeld in het ontstaan ervan) ?
- Lichtsymboliek en ruimte-effecten
- Bundelpijlers (Bij Cluny lll)
- Spitsboog (Cluny lll, nadien ook bij cisterciënzer)
- Luchtboog
- Dragende elementen en opvulling (steeds meer glas)
Men merkt dat men de muur kan uithollen als die ergens anders
ondersteund wordt
- Mur évidé
➔ Dragende muur verdwijnt
➔ Gotische muur bestaat uit dragende en sluitende elementen
(=skeletstructuur)
➔ Uitgeholde muur
- Geleding van de muur van de middenbeuk met schalken.
- 3-delige opstand met tribune en lichtbeuk
- Ribgewelven (van Normandië tot Cisterciënzer)