Privacy is een belangrijk aspect van ons gedrag. Toch speelt zich dit af op een weinig bewust
niveau. Voor de meeste mensen betekent privacy:
• weg zijn van anderen,
• ervoor zorgen dat anderen of organisaties geen toegang hebben tot onze
persoonlijke informatie.
Maar privacy is ook: selecteren wie je opzoekt.
Privacy is nauw verbonden met territorialiteit, crowding en persoonlijke ruimte.
5.1. Wat is privacy?
Privacy (Altman): de selectieve controle van de toegang tot het ‘zelf’ en de eigen groep.
Privacy is controle over:
− de informatie over zichzelf,
− beheersen van de sociale interactie.
5.1.1. Meer dan het ‘ik’
Privacy omvat ook meer dan jezelf, en dus groepen (een verliefd koppel wenst privacy, zo
ook een groep klasgenoten, collega’s, …)
5.1.2. Selectieve controle
Met selectieve controle wordt bedoeld dat de toegang wordt verleend of niet. De ‘toegang
tot het zelf’ verwijst niet enkel naar informatie, maar ook naar de zintuigen. Voorbeeld:
− privacy op je kamer en toch gestoord worden door muziek vanop de gang,
− in een gesprek kan je wel wensen dat anderen auditieve en visuele toenadering
zoeken, maar niet tactiel.
Optimale privacy: precies (moeten) toelaten wat we wensen.
• Bereiken van het juiste niveau van sociale interactie.
• Eenzaamheid wanneer je wil, contact wanneer je wil.
1
, 5.2. Meten van privacy
Heel wat studies gaan over het tekort aan privacy. Vaak zal men behorend tot een hogere
klasse meer aanvallen op privacy krijgen maar tegelijkertijd over meer middelen beschikken
om de privacy te vrijwaren.
Privacy is complex en daarom moeilijk meetbaar. Om privacy in te schatten gebruiken we de
typologie van Westin.
5.2.1. Typologie van Westin
Deze typologie omvat 5 kernfactoren:
1) Eenzaamheid
2) Intimiteit
3) Terughoudendheid
4) Anonimiteit
5) Vrijheid
1. Eenzaamheid
Eenzaamheid refereert naar het alleen zijn.
• aangevuld met: mate van afzondering van de buitenwereld;
• aangevuld met: afkerig zijn van contact;
• aangevuld met: isolering (effectief alleen zijn, want je kan ook eenzaam zijn met
anderen in de buurt).
2. Intimiteit
Intimiteit refereert naar de privacy van naasten (koppels, vrienden, familie). Dit wordt
opgesplitst in:
• intimiteit met vrienden;
• intimiteit met familie.
Er is een psychologisch verschil, een ander soort verbondenheid. (Zeg je hetzelfde of gedraag
jij je op dezelfde manier als je bij je vrienden of bij je ouders bent?)
3. Terughoudendheid
Terughoudendheid is het optrekken van een psychologische barrière tijdens gesprekken.
Terughoudendheid refereert naar het feit dat we weinig over onszelf kwijt willen.
4. Anonimiteit
Anonimiteit is een specifieke vorm van privacy, met name niet herkend willen worden.
5. Vrijheid
Vrijheid omvat:
• individuele cognitieve vrijheid, met name je zin doen;
• sociale cognitieve vrijheid, met name autonoom handelen, vrij van andermans
verwachtingen.
2