VIROLOGIE
CLASSIFICATIE VOLGENS STRUCTUUR
Icosahedrale capsidestructuur
= Capide bestaat altijd uit 12 pentonen (5-hoeken) + aantal 6-hoeken
kan verschillen (Capsomeren = algemene naam voor hexonen en pentonen)
5 TYPES:
• Naakt icosahedrale capsidestructuur
• Icosahedrale capsidestructuur met enveloppe
• Naakt helicale capsidestructuur
• Helicale capsidestructuur met enveloppe
• Complexe capsidestructuur
Naakt virus = geen enveloppe
➔ Invloed op verspreiding, binnendringen en
bestrijding
Symmetrie in capside v. virus om te bekijken
tot welke familie het behoort en wat
mogelijke antivirale therapieën zijn
Capside met DNA/RNA erin
➔ beschermd DNA/RNA v. virus
Adenovirussen
12 pentonen
Complex capside met 200 verschillende
hexonen
Veel voor bij kinderen
→ Virus waarneembaar met elektronenmicroscopie
CPE gebruiken om virussen te bestuderen:
Virussen maken cellen op celcultuur dood
Verschillende soorten:
- Lysis = cellen verdwijnen
- Plaque vorming (kan geteld worden)
- Syncytiumvorming = cellen klonteren samen
,Cytopathogeen effect na besmetting = cellen dood maken
➔ Soort specifiek schadelijk effect
➔ Typisch per virus
Virussen zijn niet gevoelig voor antibiotica, maar verzwakken het immuunsysteem, dus men
wordt wel meer vatbaar voor bacteriën DUS dan is er antibiotica nodig
BINNENDRINGEN IN GASTHEERCEL
PENETRATIE
Virus met enveloppe
1. Virus bevat genetisch materiaal met capside errond
2. Virus hecht op cel via specifieke receptoren
3. Virus versmelt met celmembraan v.d. gastheercel
4. Capside komt in cytoplasma v.d. gastheercel en repliceert zich
Virus zonder enveloppe
1. Plakt zich aan celopp.
2. Virus wordt via endosoom opgenomen in cel
→ bv; griepvirus
Zowel enveloppe-virussen als niet-enveloppe-virussen hebben
spike-proteïnen → Spike-proteïnen zoeken receptoren waarop het
zal binden om celcontact te maken enzo de cel binnen te dringen en replicatie in de cel te
starten
Bv; bacteriofaag
Virus dat bacterie infecteert
Spuiten genetisch materiaal in bacterie door gaatje te maken in celmembraan
Enveloppe die het nieuwe viruspartikel draagt is afkomstig v.d. doelwitcel
ONTMANTELING = UNCOATING (capside wordt afgebroken)
Verschillende manieren:
A. Uncoating thv het plasmamembraan
1. Virus maakt contact met celmembraan v. cel
- Naakte virussen plakken aan celopp. & opgenomen
via endosoom
- Virus met enveloppe binden op receptoren en
versmelten
2. Encoating = materiaal virus in cel-cytoplasma
3. Virus laat afval achter op celmembraan
→ HIV-mechanisme
,B. Encoating thv kernmembraan
1. Virus bindt op celmembraan
2. Virus komt in een endosoom terecht
3. Virus wordt getransporteerd via endosoom en maakt contact met kernmembraan
4. Porie gemaakt in kern
5. Genetisch materiaal in kern gebracht
→ viruspartikel bindt aan kernmembraan, enkel het DNA/RNA wordt geïmporteerd, niet het hele
partikel
C. Encouting in endosomen door veranderingen binnen aan te brengen (bv; pH-veranderingen)
1. Virus bindt op celopp.
2. Cel krijgt signalen
3. Cel neemt virus op via endosomen
4. Celmembraan stulpt in
5. Endosoom gevormd
6. Encouting gebeurt terug in cytoplasma
→ griepvirus
OF
1. Virus komt ook in endosoom terecht maar blijft hier lang zitten
2. Ook transportsysteem
3. Virus doet encouting pas op opp. v. kern
4. genetisch materiaal komt vrij in de kern v.d. cel
Naakt virus heeft geen enveloppe, maar heeft wel spikes en zoekt contact met receptoren
Doel virus: binnendringen gastheercel, repliceren
DNA GENOOMSTRUCTUREN
Virussen bevatten ofwel DNA ofwel RNA
• dubbelstrengig DNA (herpesvirussen)
• enkelstrengig DNA (parvovirus)
• Partieel dubbelstrengig DNA (hepatitis B)
→ Structuur die dubbel-en enkelstrengig is
• Circulair dubbelstrengig (humaan pipillomavirus)
RNA GENOOMSTRUCTUUR
• Dubbelstrengig RNA (rotavirus -> diaree)
• enkelstrengig RNA (mazelenvirus, coronavirus)
, BALTIMORE KLASSIFICATIE
Virussen moeten kunnen repliceren, dus virussen moeten
mRNA maken, moeten proteinen kunnen maken
Klasse 6 : retrovirussen
HIV-virussen
RNA -> DNA via RT en dan dubbelstrengig DNA
aanmaken
Er is geen helicaal naakt
Picorna
Verkoudheidsvirus
Toga
Virus die tijdens zwangerschap
schade kan toebrengen aan foetus
Retrovirussen
HIV
Belangrijke tabellen Flavi-virussen
Virus bij dieren
Overgebracht door muggen
Filo
Draadvormig
Ebola
Rhabdo
Hondsdolheid
Bunya
Overgedragen door muggen
Arena
Amerika, Afrika
Knaagdieren besmet hiermee
Paramyxo
Mazelen-virus
Orthomyxo
Influenzavirussen (griep)
Vogels/zoogdieren besmet
Corona
Verkoudheid
CLASSIFICATIE VOLGENS STRUCTUUR
Icosahedrale capsidestructuur
= Capide bestaat altijd uit 12 pentonen (5-hoeken) + aantal 6-hoeken
kan verschillen (Capsomeren = algemene naam voor hexonen en pentonen)
5 TYPES:
• Naakt icosahedrale capsidestructuur
• Icosahedrale capsidestructuur met enveloppe
• Naakt helicale capsidestructuur
• Helicale capsidestructuur met enveloppe
• Complexe capsidestructuur
Naakt virus = geen enveloppe
➔ Invloed op verspreiding, binnendringen en
bestrijding
Symmetrie in capside v. virus om te bekijken
tot welke familie het behoort en wat
mogelijke antivirale therapieën zijn
Capside met DNA/RNA erin
➔ beschermd DNA/RNA v. virus
Adenovirussen
12 pentonen
Complex capside met 200 verschillende
hexonen
Veel voor bij kinderen
→ Virus waarneembaar met elektronenmicroscopie
CPE gebruiken om virussen te bestuderen:
Virussen maken cellen op celcultuur dood
Verschillende soorten:
- Lysis = cellen verdwijnen
- Plaque vorming (kan geteld worden)
- Syncytiumvorming = cellen klonteren samen
,Cytopathogeen effect na besmetting = cellen dood maken
➔ Soort specifiek schadelijk effect
➔ Typisch per virus
Virussen zijn niet gevoelig voor antibiotica, maar verzwakken het immuunsysteem, dus men
wordt wel meer vatbaar voor bacteriën DUS dan is er antibiotica nodig
BINNENDRINGEN IN GASTHEERCEL
PENETRATIE
Virus met enveloppe
1. Virus bevat genetisch materiaal met capside errond
2. Virus hecht op cel via specifieke receptoren
3. Virus versmelt met celmembraan v.d. gastheercel
4. Capside komt in cytoplasma v.d. gastheercel en repliceert zich
Virus zonder enveloppe
1. Plakt zich aan celopp.
2. Virus wordt via endosoom opgenomen in cel
→ bv; griepvirus
Zowel enveloppe-virussen als niet-enveloppe-virussen hebben
spike-proteïnen → Spike-proteïnen zoeken receptoren waarop het
zal binden om celcontact te maken enzo de cel binnen te dringen en replicatie in de cel te
starten
Bv; bacteriofaag
Virus dat bacterie infecteert
Spuiten genetisch materiaal in bacterie door gaatje te maken in celmembraan
Enveloppe die het nieuwe viruspartikel draagt is afkomstig v.d. doelwitcel
ONTMANTELING = UNCOATING (capside wordt afgebroken)
Verschillende manieren:
A. Uncoating thv het plasmamembraan
1. Virus maakt contact met celmembraan v. cel
- Naakte virussen plakken aan celopp. & opgenomen
via endosoom
- Virus met enveloppe binden op receptoren en
versmelten
2. Encoating = materiaal virus in cel-cytoplasma
3. Virus laat afval achter op celmembraan
→ HIV-mechanisme
,B. Encoating thv kernmembraan
1. Virus bindt op celmembraan
2. Virus komt in een endosoom terecht
3. Virus wordt getransporteerd via endosoom en maakt contact met kernmembraan
4. Porie gemaakt in kern
5. Genetisch materiaal in kern gebracht
→ viruspartikel bindt aan kernmembraan, enkel het DNA/RNA wordt geïmporteerd, niet het hele
partikel
C. Encouting in endosomen door veranderingen binnen aan te brengen (bv; pH-veranderingen)
1. Virus bindt op celopp.
2. Cel krijgt signalen
3. Cel neemt virus op via endosomen
4. Celmembraan stulpt in
5. Endosoom gevormd
6. Encouting gebeurt terug in cytoplasma
→ griepvirus
OF
1. Virus komt ook in endosoom terecht maar blijft hier lang zitten
2. Ook transportsysteem
3. Virus doet encouting pas op opp. v. kern
4. genetisch materiaal komt vrij in de kern v.d. cel
Naakt virus heeft geen enveloppe, maar heeft wel spikes en zoekt contact met receptoren
Doel virus: binnendringen gastheercel, repliceren
DNA GENOOMSTRUCTUREN
Virussen bevatten ofwel DNA ofwel RNA
• dubbelstrengig DNA (herpesvirussen)
• enkelstrengig DNA (parvovirus)
• Partieel dubbelstrengig DNA (hepatitis B)
→ Structuur die dubbel-en enkelstrengig is
• Circulair dubbelstrengig (humaan pipillomavirus)
RNA GENOOMSTRUCTUUR
• Dubbelstrengig RNA (rotavirus -> diaree)
• enkelstrengig RNA (mazelenvirus, coronavirus)
, BALTIMORE KLASSIFICATIE
Virussen moeten kunnen repliceren, dus virussen moeten
mRNA maken, moeten proteinen kunnen maken
Klasse 6 : retrovirussen
HIV-virussen
RNA -> DNA via RT en dan dubbelstrengig DNA
aanmaken
Er is geen helicaal naakt
Picorna
Verkoudheidsvirus
Toga
Virus die tijdens zwangerschap
schade kan toebrengen aan foetus
Retrovirussen
HIV
Belangrijke tabellen Flavi-virussen
Virus bij dieren
Overgebracht door muggen
Filo
Draadvormig
Ebola
Rhabdo
Hondsdolheid
Bunya
Overgedragen door muggen
Arena
Amerika, Afrika
Knaagdieren besmet hiermee
Paramyxo
Mazelen-virus
Orthomyxo
Influenzavirussen (griep)
Vogels/zoogdieren besmet
Corona
Verkoudheid