Begrippen reader Woordvoerder
Reputatiemanagement: Het doelgericht en systematisch werken aan een goede naam en
faam.
Reputatie: Naam en faam
ReptrakTM-model:
- Performance
- Products/services
- Innovation
- Workplace
- Governance
- Citizenship
- Leadership
Pepfactor: Percieved external prestige: de prestaties en productiviteit van ondernemingen
kunnen verbeterd worden door de interne perceptie van de externe reputatie van de
organisatie te verbeteren
Vier achtergrondfactoren van reputatie:
1. Naamsbekendheid
2. Grootte onderneming
3. Branche
4. Land van herkomst
Identiteit: wie je bent
Imago: perceptie en beeldvorming van de buitenwereld
Reputatie: Een imago met een hoge uitwerkingsgraad in het hoofd van mensen, ontstaan in
de loop der jaren
Crisis: wanneer er immateriële schade ontstaat doordat de vloeiende wek- en
productieprocessen als gevolg van de reputatieverstoring ontregeld raken
Reputatieschade: Ontstaat alleen in de gevallen dat de organisatie nalatig is of zich
onverantwoordelijk heeft gedragen
Distantie: reactief reageren en zich beperken tot beknopte feitelijke statements
Positieve relativering: organisatiecrisis weet crisis als kans te labelen
Redactie instituut: Vermeld wat de bevoegdheden van leiding en medewerkers zijn en hoe
inspraak is geregeld
Redactieraad: spreekt regelmatig met de hoofdredacteur het redactionele beleid bespreekt
en daarover besluiten neemt
Hoofdredacteur: houdt zich bezig met het redactionele beleid en onderhandelt met de
directie
Advertorials: advertenties die als verkapt nieuwsverhaal op het redactiegedeelte worden
gepubliceerd
Centrale redactie: productie coördineren, agenda bijhouden, nieuws nabellen, eindredactie
plegen, overleggen met vormgeving, coördineren van speciale producties
Deelredacties: Ontlenen hun naam aan het onderwerp waar ze verantwoordelijk voor zijn
Eindredactie: is een zelfstandige afdeling of maakt deel uit van de central desk. Lezen alle
verhalen inhoudelijk en letten op taal
Vormgeving: Verzorgt het opmaakformat van de journalistieke productie
Cross-platform publishing en convergentie: Content kan voor verschillende
distributiekanalen of platformen worden gebruikt
Cross promotion: Het ene medium gebruikt het andere voor promotie
Reputatiemanagement: Het doelgericht en systematisch werken aan een goede naam en
faam.
Reputatie: Naam en faam
ReptrakTM-model:
- Performance
- Products/services
- Innovation
- Workplace
- Governance
- Citizenship
- Leadership
Pepfactor: Percieved external prestige: de prestaties en productiviteit van ondernemingen
kunnen verbeterd worden door de interne perceptie van de externe reputatie van de
organisatie te verbeteren
Vier achtergrondfactoren van reputatie:
1. Naamsbekendheid
2. Grootte onderneming
3. Branche
4. Land van herkomst
Identiteit: wie je bent
Imago: perceptie en beeldvorming van de buitenwereld
Reputatie: Een imago met een hoge uitwerkingsgraad in het hoofd van mensen, ontstaan in
de loop der jaren
Crisis: wanneer er immateriële schade ontstaat doordat de vloeiende wek- en
productieprocessen als gevolg van de reputatieverstoring ontregeld raken
Reputatieschade: Ontstaat alleen in de gevallen dat de organisatie nalatig is of zich
onverantwoordelijk heeft gedragen
Distantie: reactief reageren en zich beperken tot beknopte feitelijke statements
Positieve relativering: organisatiecrisis weet crisis als kans te labelen
Redactie instituut: Vermeld wat de bevoegdheden van leiding en medewerkers zijn en hoe
inspraak is geregeld
Redactieraad: spreekt regelmatig met de hoofdredacteur het redactionele beleid bespreekt
en daarover besluiten neemt
Hoofdredacteur: houdt zich bezig met het redactionele beleid en onderhandelt met de
directie
Advertorials: advertenties die als verkapt nieuwsverhaal op het redactiegedeelte worden
gepubliceerd
Centrale redactie: productie coördineren, agenda bijhouden, nieuws nabellen, eindredactie
plegen, overleggen met vormgeving, coördineren van speciale producties
Deelredacties: Ontlenen hun naam aan het onderwerp waar ze verantwoordelijk voor zijn
Eindredactie: is een zelfstandige afdeling of maakt deel uit van de central desk. Lezen alle
verhalen inhoudelijk en letten op taal
Vormgeving: Verzorgt het opmaakformat van de journalistieke productie
Cross-platform publishing en convergentie: Content kan voor verschillende
distributiekanalen of platformen worden gebruikt
Cross promotion: Het ene medium gebruikt het andere voor promotie