integratie
Les 7 (18/4/2018)
De euro crisis
Macro economie
Y (nationaal inkomen) = C (consumptie) + I (investeringen) + G (overheidsuitgaven) + X
(export) - M (import)
⇔ Y - C - T (belastingen) = I + G - T + X - M
⇔ S (besparingen = I + G - T + X - M
⇔S-I+T-G=X-M
⇔ Saldo privé (gezinnen en bedrijven) + overheidssaldo = saldo lopende rekening
Een positief saldo lopende rekening betekent dat we meer geproduceerd hebben dan
geconsumeerd als land. Dit overschot kunnen we verkopen aan het buitenland.
Saldo privé
Dit is wat gezinnen en bedrijven sparen en vervolgens gebruiken om te investeren in
duurzame artikelen (woningen).
Voor landen toetraden tot de Europese Unie hadden zij hoge rentevoeten. Na het toetreden
tot de europese Unie zijn al deze rentevoeten geconvergeerd naar eenzelfde lage niveau.
Dit omdat men nu eenzelfde gemeenschappelijke munt hanteert met bijgevolg een zelfde
rentevoet. Omdat deze landen nu aan lagere rentevoeten kunnen lenen zal er bijgevolg ook
meer geleend worden. Dit vooral in zuidelijke landen waar er een forse daling van de
rentevoet plaatsvond. Dit geld gebruiken ze voor het bouwen of kopen van een huis. Door
de toegenomen vraag naar vastgoed stijgen de prijzen dan ook drastisch.
Banken gaven in de Verenigde Staten leningen niet op basis van kredietwaardigheid maar
wel op basis van de verwachte stijging van de woningprijzen. Op het moment dat mensen
hun lening niet meer konden terugbetalen werden er door de banken veel woningen
verkocht wat de huizenprijs fors deed dalen waardoor deze banken met grote verliezen
zaten. Dit heeft zich ook voorgedaan in Ierland en Spanje.
Overheidssaldo
De convergentiecriteria van Maastricht had bepaalde voorwaarden op begrotingsvlak voor
landen die willen toetreden tot de eurozone. Het jaarlijkse tekort mocht niet meer dan 3%
bedragen. Na toetreding trad er besparingsmoeheid op bij landen waardoor de
1
, overheidssaldo’s verslechteren. Landen die zich niet aan de criteria hielden werden
gesanctioneerd, maar deze sancties werden nooit uitgevoerd. Griekenland pleegde zelfs
statistische fraude om toe te treden tot de eurozone.
Tijdens de financiële crisis heeft ierland een overheidssaldo gehad van -30% om de banken
te redden.
Lopende rekening
Een tekort op het privé saldo en het overheidssaldo resulteert in een negatieve lopende
rekening. Dat wil zeggen dat er meer ingevoerd wordt dan er uitgevoerd wordt. De reden
hierom zijn te dure goederen in het eigen land, buitenlanders kopen jouw goederen niet en
de eigen bevolking koopt goederen uit het buitenland.
De prijzen van deze goederen worden voornamelijk bepaald door de unit labour cost (ULC)
= nominale loonkost / arbeidsproductiviteit.
Positie van Duitsland
In Duitsland was er een lage groei van de unit labour cost. In het verleden hebben zij te
kampen gehad met hyperinflatie dus is hun huidige beleid sterk anti-inflatie.
Om inflatie te kunnen beperken moet je de lonen beperken gezien deze de grootste
kostencomponent is van de producten. Er werden mini-jobs geïntroduceerd wat de lonen
reduceerde wat ten goede kwam van hun lopende rekening. Het overschot van de Duitsers
was het tekort van de landen met problemen in de eurozone (Griekenland, Ierland, Portugal
en Spanje).
Schuldenprobleem
Voortdurende tekorten op lopende rekening leiden tot schuldenstatus. Als Duitsland
producten verkocht aan Griekenland, dan kon Griekenland deze niet kopen wegens
tekorten, dus moest Duitsland deze verkopen zelf financieren.
Dit resulteert tot de netto internationale investeringspositie (NIIP).
Spread
Als je als land continu moet lenen om uw uitgaven te dekken. Deze tekorten kunnen zich in
de overheid en/of in de privé situeren. Er moeten steeds nieuwe financiers gevonden
worden om deze tekorten te financieren. Bij te grote tekorten krijgen deze financiers schrik
dat het geld niet meer terugbetaald zal worden, op dat moment neemt de rentevoet toe en
wordt het dus duurder voor dat land om geld te lenen.
2