Inleiding anatomie en fysiologie
Les 1 – 5 oktober
Anatomie vs fysiologie
Anatomie
→ interne structuren
→ fysieke relatie tussen lichaamsdelen
• Macroscopisch
o Uitwendig anatomie
o Regionale (doorsneden) anatomie
o Systemische anatomie
• Microscopisch
o Cytologie: celleer
o Histologie: weefselleer
Fysiologie
→ vitale functies
Orgaanstelsels
Er zijn 11 orgaanstelsels
1) De huid
2) Het beenderenstelsel of skelet
3) Het spierstelsel
4) Het zenuwstelsel
5) Het endocriene stelsel
6) Het cardiovasculaire stelsel
7) Het lymfestelsel
8) Het ademhalingsstelsel
9) Het spijsverteringsstelsel
10) Het urinaire stelsel
11) Het voortplantingsstelsel
Zie boek pagina 9 tot 12 voor afbeeldingen
Homeostase (fysiologisch proces)
→ zorgt voor balans in ons lichaam, streeft naar een intern evenwicht.
→ is een negatieve terugkoppeling/negatieve feedback
Gebruik de term “Hypothalamus” EXAMEN
,AFB 1 en 2:
Een receptor vangt prikkels op en stuurt deze door naar een besturingscentrum die deze info verwerkt. Een
effector (cel of orgaan) reageert op de signalen en versterkt de werking van de prikkel of gaat deze tegen.
Negatieve terugkoppeling:
Er treedt een automatische reactie op waardoor een situatie wordt gecorrigeerd om evenwicht te behouden
Bv:
• Temperatuur
• Bloedsuikerspiegel
Positieve terugkoppeling:
De prikkel brengt een reactie teweeg, waardoor de oorspronkelijke prikkel wordt versterkt, hierdoor krijg je een
versnelt proces. Dit is belangrijk bij gevaarlijke of belastende processen.
Bv:
• Bloedstolling (AFB 3)
• Bevalling
Bij ziekte kan de homeostase de afwijkingen niet corrigeren
Afbeelding 1 en 2
,afbeelding 3:
, toegepaste anatomie
de anatomische houding
• armen langs het lichaam
• Handpalmen naar voren
• Voeten naast elkaar
rechts = dextra
links = sinestra
Frontaal vlak: scheidt het ventrale en dorsale gedeelte van het
lichaam
OF
coronaal: meestal betrekking op doorsneden door het hoofd
sagittaal: scheidt linker- en rechtergedeelte
transversaal: scheidt bovenste en onderste gedeelte van het lichaam
Les 1 – 5 oktober
Anatomie vs fysiologie
Anatomie
→ interne structuren
→ fysieke relatie tussen lichaamsdelen
• Macroscopisch
o Uitwendig anatomie
o Regionale (doorsneden) anatomie
o Systemische anatomie
• Microscopisch
o Cytologie: celleer
o Histologie: weefselleer
Fysiologie
→ vitale functies
Orgaanstelsels
Er zijn 11 orgaanstelsels
1) De huid
2) Het beenderenstelsel of skelet
3) Het spierstelsel
4) Het zenuwstelsel
5) Het endocriene stelsel
6) Het cardiovasculaire stelsel
7) Het lymfestelsel
8) Het ademhalingsstelsel
9) Het spijsverteringsstelsel
10) Het urinaire stelsel
11) Het voortplantingsstelsel
Zie boek pagina 9 tot 12 voor afbeeldingen
Homeostase (fysiologisch proces)
→ zorgt voor balans in ons lichaam, streeft naar een intern evenwicht.
→ is een negatieve terugkoppeling/negatieve feedback
Gebruik de term “Hypothalamus” EXAMEN
,AFB 1 en 2:
Een receptor vangt prikkels op en stuurt deze door naar een besturingscentrum die deze info verwerkt. Een
effector (cel of orgaan) reageert op de signalen en versterkt de werking van de prikkel of gaat deze tegen.
Negatieve terugkoppeling:
Er treedt een automatische reactie op waardoor een situatie wordt gecorrigeerd om evenwicht te behouden
Bv:
• Temperatuur
• Bloedsuikerspiegel
Positieve terugkoppeling:
De prikkel brengt een reactie teweeg, waardoor de oorspronkelijke prikkel wordt versterkt, hierdoor krijg je een
versnelt proces. Dit is belangrijk bij gevaarlijke of belastende processen.
Bv:
• Bloedstolling (AFB 3)
• Bevalling
Bij ziekte kan de homeostase de afwijkingen niet corrigeren
Afbeelding 1 en 2
,afbeelding 3:
, toegepaste anatomie
de anatomische houding
• armen langs het lichaam
• Handpalmen naar voren
• Voeten naast elkaar
rechts = dextra
links = sinestra
Frontaal vlak: scheidt het ventrale en dorsale gedeelte van het
lichaam
OF
coronaal: meestal betrekking op doorsneden door het hoofd
sagittaal: scheidt linker- en rechtergedeelte
transversaal: scheidt bovenste en onderste gedeelte van het lichaam