Bril 1: uitstoting en segregatie
= onvolwaardig, onmensen
• geen bestaansrecht, geen rechten = dieren
• Weinig tot geen zorg -> gedood of opgesloten
• Motief -> uit schik en onwetendheid
Prehistorie = survival of the fittest -> afhankelijk van de natuur
• overleven was enkel bij gratie van de stam -> afwezige zorg: instinctief en intuïtief gebeuren
• schedelboringen -> demonen konden zo ontsnappen
-> hierna was er wel zorg (zien we door de bot aangroei)
Oudheid • mens sana in corpore sano -> gezonde geest in een gezond lichaam
=> als je een gebrekkig lichaam hebt is je geest ook in slechte staat
• pater familias besliste wat er gebeurde
• Illustratie uit oude testament -> mensen met een beperking = zondaars
• Nieuwe testament -> jezus: niemand heeft schuld aan zijn beperking
Middeleeuwen -> zwarte periode voor iedereen die niet aan het ideaal voldoen
=> wie hier niet aan voldoet -> weg de stad uit nar grote voorzieningen = gestichten
• motief: liefdadigheid, caritas -> verwijderen uit de sl, elimineren van potentieel gevaar,
beschermen eigen welvaart, enkel dat boven het hoofd komt
• ‘Le Grand Enfermement’ (1650-1800) -> grote opsluiting
Nieuwe tijd
-> armoede: extern moreel probleem, schuld van proletariaat
= leeglopers, parasieten, lui, potentieel crimineel, nietsnutten
• bedelen mocht enge, voor hen die te oud of te ziek waren
• Eerste notie van stedelijk onderhoudsbeurt -> maar eigen armen eerst
-> armen moesten opgesloten worden
Vb. Rasphuizen voor mannen en spinhuizen voor vrouwen
Nieuwste tijd = gehandicapten (narren) en krankzinnigen (dollen)
• nieuw onderscheiden: narren <-> dolheid
• Beide groepen sterk gemarginaliseerd -> geen plaats in burgerlijke sl
• Arbeidsschuwe gespuis -> dwangarbeid
MAAR
• Parijs 1671 -> hôtel des invaliden
- soldaten -> eerste prothesen
- doven: onzichtbare handicap en pedagogische optimisme
-> om te erven moest je het woord ‘Gods’ kunnen ontvangen -> gaat moeilijk met een
audiovisuele beperking
Vandaag • personen met een beperking -> behoren nog steeds tot de minderheidsgroep
• Maatschappijvisie: ‘Gehandicapten horen niet thuis in onze dagelijkse sl’ -> nog steeds voelbaar
aanwezig
, Bril 2: liefdadigheid en bevoogding
= sukkelaars, hulpelozen
• leiden voor God, Gods wil
• Creatieve zorg ipv structurele -> ook afhankelijk van goedheid van mensen
• Motief: caritas, hemel verdienen
Middeleeuwen -> onder invloed van het christelijke geloof
• sociale ongelijkheid -> werd niet in vraag gesteld
• Weinig intellectueel leven -> mensen met een licht verstandelijke beperking vielen niet op, de
‘dorpsgek’ werd ook gewoon in de sl opgenomen
• Statisch mens- en maatschappelijkbeeld => iedereen wist wat er verwacht wordt alles stond vast
• Liefdadigheid niet structureel -> eigen beland van zieleheil
Gesloten dorpsgemeenschappen dus
• collectieve primeerde, personen met een beperking werden aanvaard
• ‘Iedereen was zo’ -> speciale gedragingen werden aanvaard doordat alles in het dorp gebeurde
Nieuwe tijd Met de komst van maatschappelijk ingewikkeldere steden:
1. minder ruimte voor zonderling en afwijkend gedrag
2. Stedelijke gasthuizen of hospitalen -> lepra, steden als broeinest
3. Passantenhuizen
4. Godshuizen en armeklassen voor armen
5. Dorenkisten en dijkhuizen voor onrustige zwakzinnigen
-> grote opsluiting in nieuwe tijd was aanrijding voor christendom dat uit elkaar viel
Ziekte of lijden als straf of loutering van de ziel
• dove mensen: konden het woord van God niet ontvangen
• Visuele of lichamelijke beperking: ‘hartstocht der kwader ure’
-> lichamelijke beperking door oorlog en geweld of door middeleeuwse strafrecht (vb -> stelen:
hand afhakken)
• blindheid: staf van God omwille van zonden van seksuele aard
• Lichte verstandelijke beperking: viel niet op
• Ernstige verstandelijke of psychische beperking: duivels, hekserij, wisselkindere
Vandaag • maatschappelijkbeeld dat personen met een handicap sukkelaars zijn die
enkel medelijden opwekken -> geeft vandaag nog steeds aanleiding tot
financiële inzamelacties zonder persoonlijke verbondenheid
= onvolwaardig, onmensen
• geen bestaansrecht, geen rechten = dieren
• Weinig tot geen zorg -> gedood of opgesloten
• Motief -> uit schik en onwetendheid
Prehistorie = survival of the fittest -> afhankelijk van de natuur
• overleven was enkel bij gratie van de stam -> afwezige zorg: instinctief en intuïtief gebeuren
• schedelboringen -> demonen konden zo ontsnappen
-> hierna was er wel zorg (zien we door de bot aangroei)
Oudheid • mens sana in corpore sano -> gezonde geest in een gezond lichaam
=> als je een gebrekkig lichaam hebt is je geest ook in slechte staat
• pater familias besliste wat er gebeurde
• Illustratie uit oude testament -> mensen met een beperking = zondaars
• Nieuwe testament -> jezus: niemand heeft schuld aan zijn beperking
Middeleeuwen -> zwarte periode voor iedereen die niet aan het ideaal voldoen
=> wie hier niet aan voldoet -> weg de stad uit nar grote voorzieningen = gestichten
• motief: liefdadigheid, caritas -> verwijderen uit de sl, elimineren van potentieel gevaar,
beschermen eigen welvaart, enkel dat boven het hoofd komt
• ‘Le Grand Enfermement’ (1650-1800) -> grote opsluiting
Nieuwe tijd
-> armoede: extern moreel probleem, schuld van proletariaat
= leeglopers, parasieten, lui, potentieel crimineel, nietsnutten
• bedelen mocht enge, voor hen die te oud of te ziek waren
• Eerste notie van stedelijk onderhoudsbeurt -> maar eigen armen eerst
-> armen moesten opgesloten worden
Vb. Rasphuizen voor mannen en spinhuizen voor vrouwen
Nieuwste tijd = gehandicapten (narren) en krankzinnigen (dollen)
• nieuw onderscheiden: narren <-> dolheid
• Beide groepen sterk gemarginaliseerd -> geen plaats in burgerlijke sl
• Arbeidsschuwe gespuis -> dwangarbeid
MAAR
• Parijs 1671 -> hôtel des invaliden
- soldaten -> eerste prothesen
- doven: onzichtbare handicap en pedagogische optimisme
-> om te erven moest je het woord ‘Gods’ kunnen ontvangen -> gaat moeilijk met een
audiovisuele beperking
Vandaag • personen met een beperking -> behoren nog steeds tot de minderheidsgroep
• Maatschappijvisie: ‘Gehandicapten horen niet thuis in onze dagelijkse sl’ -> nog steeds voelbaar
aanwezig
, Bril 2: liefdadigheid en bevoogding
= sukkelaars, hulpelozen
• leiden voor God, Gods wil
• Creatieve zorg ipv structurele -> ook afhankelijk van goedheid van mensen
• Motief: caritas, hemel verdienen
Middeleeuwen -> onder invloed van het christelijke geloof
• sociale ongelijkheid -> werd niet in vraag gesteld
• Weinig intellectueel leven -> mensen met een licht verstandelijke beperking vielen niet op, de
‘dorpsgek’ werd ook gewoon in de sl opgenomen
• Statisch mens- en maatschappelijkbeeld => iedereen wist wat er verwacht wordt alles stond vast
• Liefdadigheid niet structureel -> eigen beland van zieleheil
Gesloten dorpsgemeenschappen dus
• collectieve primeerde, personen met een beperking werden aanvaard
• ‘Iedereen was zo’ -> speciale gedragingen werden aanvaard doordat alles in het dorp gebeurde
Nieuwe tijd Met de komst van maatschappelijk ingewikkeldere steden:
1. minder ruimte voor zonderling en afwijkend gedrag
2. Stedelijke gasthuizen of hospitalen -> lepra, steden als broeinest
3. Passantenhuizen
4. Godshuizen en armeklassen voor armen
5. Dorenkisten en dijkhuizen voor onrustige zwakzinnigen
-> grote opsluiting in nieuwe tijd was aanrijding voor christendom dat uit elkaar viel
Ziekte of lijden als straf of loutering van de ziel
• dove mensen: konden het woord van God niet ontvangen
• Visuele of lichamelijke beperking: ‘hartstocht der kwader ure’
-> lichamelijke beperking door oorlog en geweld of door middeleeuwse strafrecht (vb -> stelen:
hand afhakken)
• blindheid: staf van God omwille van zonden van seksuele aard
• Lichte verstandelijke beperking: viel niet op
• Ernstige verstandelijke of psychische beperking: duivels, hekserij, wisselkindere
Vandaag • maatschappelijkbeeld dat personen met een handicap sukkelaars zijn die
enkel medelijden opwekken -> geeft vandaag nog steeds aanleiding tot
financiële inzamelacties zonder persoonlijke verbondenheid