Diabetes mellitus
WAT IS DIABETES
= een stofwisselingsstoornis door een te kort aan insuline (gemaakt door alvleesklier)
Werd vroeger onderzocht door te proeven van urine, zoete smaak = diabetes
DE ALVLEESLKLIER/ PANCREAS
Produceert de hormonen insuline en glucagon rol in stofwisseling
Exocriene functie Endocriene functie
Spijsverteringsenzymen worden aangemaakt in de = hormoon gaat direct in bloedbaan kunnen alle
pancreas via buis naar 12 vingerige darm lichaamscellen beïnvloeden
Productiesappen start bij het zien, ruiken, proeven Eilandjes van Langerhans:
en doorslikken van eten (signaal naar hersenen) - Alfacellen produceren glucagon = verhoging suiker
- Betacellen produceren insuline = verlaging suiker +
Sappen bevatten spijsverteringsenzymen die op verbranding vetzuren, koolhydraten en water
voedingstoffen binden 12 vingerige darm binnen Onvoldoende verbranding = ophoping
afvalstoffen
Afvalstoffen = acetongeur in urine en ademhaling (=
ketoacidose)
Adrenaline (bijnier) & glucocosteroïde (bijnierschors)
hebben invloed op suikerstofwisseling
BELANG VAN STOFWISSELING
Energie = omzetting van koolhydraten (opgenomen via voeding) naar enkelvoudige koolhydraten door
spijsverteringssappen
Insuline te kort = geen opname glucose verhoging glucose in bloed (bloedglucosewaarde)
Bloedsuikerregulatie = insuline, glucagon, adrenaline en cortisol
Insuline Glucagon
= opbouwend - Verhoogd bloedsuikerwaarde in lever
- Wand lichaamscellen doorlaatbaar maken voor opgeslagen glycogeen om te zetten in glucose
suiker glucose opnemen
- Remt vorming afvalstoffen
Adrenaline Cortisol
= stresshormoon - Zet aminozuren in bloed om in glucose onder stress
- Bereidt lichaam voor op activiteit
,Diabetes mellitus
DIAGNOSTIEK
Diagnose wordt gesteld aan de hand van bloedglucosebepaling via vingerprik of bloedafname
Belangrijke waarden:
- Bloedsuikerwaarde nuchter boven 125mg/dl
- Hba1c = geglycosyleerd hemoglobine glucose bindt aan hemoglobine (beeld over 3mnd)
- Meten hoeveelheid suiker in urine (snelle screeningsmethode, geen onderzoek)
- Nier- en leverfunctie controleren, kijken of er geen schade is
TYPEN DIABETES
Type 1 DM Type 2 DM
= aangeboren = verworven
- Verminderede/ geen aanmaak insuline - Verminderde gevoeligheid voor insuline +
- Vooral op jonge leeftijd onvoldoende productie
- Oudere leeftijd: geen productie insuline - Vooral op oudere leeftijd
- Overgewicht, hoge bloeddruk & te hoge vetwaarde
Oorzaken:
- Verkeerd afweerreactie van lichaam tegen eigen Oorzaken:
insuline producerende cellen = auto-immuunziekte - Slechte levensstijl inulineresistentie
Auto-immune aandoening Metabole aandoening, door medicatie,
zwangerschap
BEHANDELING
= minder glucose in het bloed, meer insuline aanmaak + in bloedbaan
1. Dieet
= volwaardig en gevarieerd dieet
- Normale hoeveelheid koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen en vitaminen
- Suiker mag, zoetstoffen zijn niet nodig
Juiste regelmaat = grote schommelingen bloedglucosewaarde voorkomen
Bij type 2 patiënten lichaamsgewicht doen dalen aantal caloriën en vetten in de gaten houden +
lichaamsbeweging stimuleren
2. Tabletten
= werking pancreas stimuleren (moet nog actief zijn)
Verlaging bloedglucosewaarde
Metamorfine zorgt voor:
- Hogere gevoeligheid van de lever en spieren voor insuline
- Vermindering aanmaak glucose in de lever
Daling glucosegehalte
, Diabetes mellitus
Bijwerkingen: darm- en maagklachten, lever- en nierfunctiestoornissen
Orale anti-diabetica
- Sensitizers = verbeteren van de insulinegevoeligheid van de cellen (metformax, metaformine)
- Secretagogen = verbeteren van de insulinesecretie vanuit de pancreas (unidiamicron)
Combinaties
Incretin hebben een invloed op de pancreas (beta cellen & alfa cellen) worden ingespoten
- Verminderdt productie glucagon & glucoseproductie
- Vertraagt de maaglediging
Stimuleert productie van insuline
3. Insuline injecties/ pompen
= effectief om hoge glucosewaarden te verlagen
- Humane = insuline die identiek zijn aan de menselijke insuline
- Analoge = nieuw insuline met dee licht gewijzigd structuur (aminozuren) werkingsduur
wordt beïnvloed = (Apidra, Lantzus, Novorapid)
Altijd nodig bij type 1 DM
Insuline = eiwit die door de maag wordt afgebroken (pilvormen zullen niet werken)
ZELFCONTROLE
Patiënten kunnen zelf hun bloedglucosewaarde meten via meter door 1 druppel bloed
- Patiënten kunnen dosering zelf aanpassen na metingen
- Inzicht krijgen in suikerverloop in normale omstandigheden
- Inzicht krijgen van effecten op bloedglucosewaarde tijdens sporten
EDUCATIE
Educatie over ziekte, mogelijke complicatie en behandelingen zijn zeer essentieel
Voldoende kennis zorgt ervoor dat de patiënt zelf de regulatie kan doen
COMPLICATIES
1. Acute/ vroege complicaties
1. Hyper = te hoge bloedsuiker
Hyperglycemie= > 250 mg/dl
- Symptomen: vermoeid, lui, veel plassen en dorst
- Verzuring door afvalproductie (ketonen) coma
- Kussmaulademheling (verzuring verwerken)
Patiënt vaak niet op de hoogte van aandoening
Behandeling: insuline, water en elektrolyten
2. Hypo = te lage bloedsuiker door
Hypoglycemie = < 65 mg/dl Klein blikje cola drinken OF 3 druivensuikers geven (als dit nog lukt)
WAT IS DIABETES
= een stofwisselingsstoornis door een te kort aan insuline (gemaakt door alvleesklier)
Werd vroeger onderzocht door te proeven van urine, zoete smaak = diabetes
DE ALVLEESLKLIER/ PANCREAS
Produceert de hormonen insuline en glucagon rol in stofwisseling
Exocriene functie Endocriene functie
Spijsverteringsenzymen worden aangemaakt in de = hormoon gaat direct in bloedbaan kunnen alle
pancreas via buis naar 12 vingerige darm lichaamscellen beïnvloeden
Productiesappen start bij het zien, ruiken, proeven Eilandjes van Langerhans:
en doorslikken van eten (signaal naar hersenen) - Alfacellen produceren glucagon = verhoging suiker
- Betacellen produceren insuline = verlaging suiker +
Sappen bevatten spijsverteringsenzymen die op verbranding vetzuren, koolhydraten en water
voedingstoffen binden 12 vingerige darm binnen Onvoldoende verbranding = ophoping
afvalstoffen
Afvalstoffen = acetongeur in urine en ademhaling (=
ketoacidose)
Adrenaline (bijnier) & glucocosteroïde (bijnierschors)
hebben invloed op suikerstofwisseling
BELANG VAN STOFWISSELING
Energie = omzetting van koolhydraten (opgenomen via voeding) naar enkelvoudige koolhydraten door
spijsverteringssappen
Insuline te kort = geen opname glucose verhoging glucose in bloed (bloedglucosewaarde)
Bloedsuikerregulatie = insuline, glucagon, adrenaline en cortisol
Insuline Glucagon
= opbouwend - Verhoogd bloedsuikerwaarde in lever
- Wand lichaamscellen doorlaatbaar maken voor opgeslagen glycogeen om te zetten in glucose
suiker glucose opnemen
- Remt vorming afvalstoffen
Adrenaline Cortisol
= stresshormoon - Zet aminozuren in bloed om in glucose onder stress
- Bereidt lichaam voor op activiteit
,Diabetes mellitus
DIAGNOSTIEK
Diagnose wordt gesteld aan de hand van bloedglucosebepaling via vingerprik of bloedafname
Belangrijke waarden:
- Bloedsuikerwaarde nuchter boven 125mg/dl
- Hba1c = geglycosyleerd hemoglobine glucose bindt aan hemoglobine (beeld over 3mnd)
- Meten hoeveelheid suiker in urine (snelle screeningsmethode, geen onderzoek)
- Nier- en leverfunctie controleren, kijken of er geen schade is
TYPEN DIABETES
Type 1 DM Type 2 DM
= aangeboren = verworven
- Verminderede/ geen aanmaak insuline - Verminderde gevoeligheid voor insuline +
- Vooral op jonge leeftijd onvoldoende productie
- Oudere leeftijd: geen productie insuline - Vooral op oudere leeftijd
- Overgewicht, hoge bloeddruk & te hoge vetwaarde
Oorzaken:
- Verkeerd afweerreactie van lichaam tegen eigen Oorzaken:
insuline producerende cellen = auto-immuunziekte - Slechte levensstijl inulineresistentie
Auto-immune aandoening Metabole aandoening, door medicatie,
zwangerschap
BEHANDELING
= minder glucose in het bloed, meer insuline aanmaak + in bloedbaan
1. Dieet
= volwaardig en gevarieerd dieet
- Normale hoeveelheid koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen en vitaminen
- Suiker mag, zoetstoffen zijn niet nodig
Juiste regelmaat = grote schommelingen bloedglucosewaarde voorkomen
Bij type 2 patiënten lichaamsgewicht doen dalen aantal caloriën en vetten in de gaten houden +
lichaamsbeweging stimuleren
2. Tabletten
= werking pancreas stimuleren (moet nog actief zijn)
Verlaging bloedglucosewaarde
Metamorfine zorgt voor:
- Hogere gevoeligheid van de lever en spieren voor insuline
- Vermindering aanmaak glucose in de lever
Daling glucosegehalte
, Diabetes mellitus
Bijwerkingen: darm- en maagklachten, lever- en nierfunctiestoornissen
Orale anti-diabetica
- Sensitizers = verbeteren van de insulinegevoeligheid van de cellen (metformax, metaformine)
- Secretagogen = verbeteren van de insulinesecretie vanuit de pancreas (unidiamicron)
Combinaties
Incretin hebben een invloed op de pancreas (beta cellen & alfa cellen) worden ingespoten
- Verminderdt productie glucagon & glucoseproductie
- Vertraagt de maaglediging
Stimuleert productie van insuline
3. Insuline injecties/ pompen
= effectief om hoge glucosewaarden te verlagen
- Humane = insuline die identiek zijn aan de menselijke insuline
- Analoge = nieuw insuline met dee licht gewijzigd structuur (aminozuren) werkingsduur
wordt beïnvloed = (Apidra, Lantzus, Novorapid)
Altijd nodig bij type 1 DM
Insuline = eiwit die door de maag wordt afgebroken (pilvormen zullen niet werken)
ZELFCONTROLE
Patiënten kunnen zelf hun bloedglucosewaarde meten via meter door 1 druppel bloed
- Patiënten kunnen dosering zelf aanpassen na metingen
- Inzicht krijgen in suikerverloop in normale omstandigheden
- Inzicht krijgen van effecten op bloedglucosewaarde tijdens sporten
EDUCATIE
Educatie over ziekte, mogelijke complicatie en behandelingen zijn zeer essentieel
Voldoende kennis zorgt ervoor dat de patiënt zelf de regulatie kan doen
COMPLICATIES
1. Acute/ vroege complicaties
1. Hyper = te hoge bloedsuiker
Hyperglycemie= > 250 mg/dl
- Symptomen: vermoeid, lui, veel plassen en dorst
- Verzuring door afvalproductie (ketonen) coma
- Kussmaulademheling (verzuring verwerken)
Patiënt vaak niet op de hoogte van aandoening
Behandeling: insuline, water en elektrolyten
2. Hypo = te lage bloedsuiker door
Hypoglycemie = < 65 mg/dl Klein blikje cola drinken OF 3 druivensuikers geven (als dit nog lukt)