Farmacologie
Pathologie = ziekteleer
Ziekte = toestand van lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke onwelzijn
Draaglast > draagkracht
Factoren die belangrijk zijn bij het verloop van ziekteproces
De frequentie van de aandoening De etiologie De symptomen De diagnostiek/ differentieel
(ziekteoorzaak) diagnostiek
- Indicatie: aantal nieuwe - Subjectie: Pijn/ Jeuk/
gevallen/jaar acute ziekten - Somatisch Misselijkheid - Anamnese
- Prevalentie: aantal bestaande - Psychisch - Objectief (=ziekte tekens): - Klinisch onderzoek
gevallen op een bepaald moment - Sociaal Zwelling/ Roodheid - Technische diagnostiek
chronische ziekten
De behandeling De prognose Het ziekteverloop Preventie
- Causaal Vs. Mortaliteit – overleving - Acuut: subacuut – - Primair = voorkomen dat de
Symptomatisch hyperacuut ziekte optreedt (vaccinatie)
- Curatief Vs. Palliatief - Chronisch: exacerbatie – - Secundair = ziekte zo vroeg
- Conservatief Vs. Operatief remissie mogelijk opsporen
(screeningen)
- Tertiair = gevolgen van de
ziekte voorkomen
MEDISCH DIAGNOSTIEK
ANAMNESE
= gesprek tussen arts en patiënt
- Specifieke anamnese
- Algemene anamnese
- Medische voorgeschiedenis
- Medicatiegebruik
- Familiale anamnese
KLINSCH ONDERZOEK
1. Inspectie
- Huid & slijmvliezen:
Bleek = te kort aan rode bloedcellen
Geel = afvalstof van rode bloedcellen
Blauw = geen adem krijgen
- Bewustzijnstoestand & ademhaling
- Mate van ziek zijn
- Psychische toestand (alcohol/ drugs)
- Geur: Aceton (DM), Urine, Alcohol
,Farmacologie
2. Palpatie (= voelen)
= Afwijkingen in vorm, consistentie & oppervlakte
- Drukpijnlijkheid
- Beweeglijkheid
- Bijzondere vormen
PPA (palatio per anum) = vinger gaat in de anus prostaat voelen
PPV (palpatio per vaginum) = vaginaal onderzoek
3. Percussie
= kloppen op de vinger om te horen of er onder de hand bot zit of organen
- Longen = hol geluid
- Hart, lever en volle blaas = dof geluid
4. Auscultatie
= met een stetoscoop luisteren naar geluiden
- Longen = vesciculair ademgeruis
- Hart = lub-bub sluiten van hartklappen
1ste toon = mitralisklep & tricuspidalisklep 2de toon = aortaklap & pulmonalisklep
- Ingewanden = darmperostaltiek
- Pathologische geluiden = vernauwingen van bloedvaten/ hartgeruis bij klepinsufficiëntie/
afwezigheid van geluid
TECHNISCHE DIAGNOSTIEK
1. Laboratoriumdiagnostiek
Klinische biologie = analyseren van bloedcellen (= hematologie), samenstellingen van
lichaamsvloeistoffen (= klinische chemie) en opsporen van micro-organismen (= microbiologie)
1. Hematologie
- Hemoglobinegehalte (Hb) = gehalte eiwit in je bloed die O2 transporteert van longen naar de
rest van het lichaam
- Hematocriet (HTC) = inname van rode bloedcellen van het bloedvolume
- Bezinkingssnelheid (BSE) = snelheid dat rode bloedcellen zakken en er een scheiding ontstaat
- Aantal rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen + formule
- Stolling: prothrombinetijd, geactiveerde partiële thromboplastinetijd, internationale
normailzed ratio
,Farmacologie
2. Klinsche chemie =onderzoekt de chemische samenstellingen van verschillende lichaamsvloeistoffen
- Voedingsstoffen: glucose, lipiden, eiwitten
- Elektrolyten: natrium, kalium, chloor, calcium, ijzer
- Hormonen: insuline, schildklier
- Afvalstoffen: bilirubine, ureum, creatine
- Enzymen: amylase, creatine kinase
- Serologische onderzoek IgG, IgM Immunoglobuline
- Toxicologie: ethanol, digitalis, cannabis
- Bloedgassen: pH, pCO2, pO2
3. Microbiologie =bestudeert organisme die kunnen voorkomen in lichaamsvloeistoffen en
verantwoordelijk zijn voor sommige infecties
- Kleuring + microscopisch onderzoek ter differentiatie
PCR identificeren van DNA, chlamydia / ELLISA identificeren van eiwitten + soort HIV test
- Kweek + antibiogram gevoeligheid voor antibiotica bepalen
Anatomopathologie = onderzoeken van cellen en weefsel macroscopisch & microscopisch
- Weefsels komen van: biopsie/ operatiespecimen/ autopsie
- Worden gefikst + gekleurd
Klassiek: H&E = hematolxyline & eosinekleuring
Immuunhistochemische kleuring
2. Medische beeldvorming
Radiografie Nucleaire geneeskunde
= diagnostiek = therapie & diagnostiek
RX = plantaire radiografie Plantaire scintigrafie technetium stuurt
Projectiebeeld van structuren op elkaar gammastralen uit het lichaam
Volledig skelet opname
CT = computed tomography SPECT = single photon emission CT
Maakt dwarsdoorsneden PET = position emission tomography
Opsporen tumoren
Echografie = ultrasone geluidsgolven die
terugkaatstenafhaneklijk van het weefsel
- Doppler-onderzoek = bloeddoorstroming
MRI = magnetische resonantie imaging
KST = kernspintomograpghy
Weke delenzichtbaar
3. Endoscopie
= directe visualisatie van inwendige structuren van organen biopsiename & behandeling
- Gastroscopie = zijlig, buis in de maag epiglottis = moeilijk punt
- Colonscopie = via anus of aars in dikke darm
- Brochoscopie = kijken naar de luchtwegen
- Laryngoscopie = kijken naar de stembanden
- Cystoscopie = kijken naar de blaas
, Farmacologie
Invasieve endoscopie:
- Laparoscopie = via de navel kijken naar de buikholte
- Arthroscopie = kijken naar gewrichten
- Thoracoscopie = kijken naar de borstholte
4. Klinische elektrofysiologie
= gebruikmaken van de eigenschap van prikkelbare weefsels spierweefsel & zenuwweefsel
1. Elektrocardiogram (ECG) = meet potentiaalverschillen (elektrische activiteit) van het hart die
ontstaan tijdens de hartcyclus P -QRS – T deflecties
- Ritmestoornissen
- Acuut myocardinfarct
2. Elektromyogram (EMG) =meet via kleine naaldjes de elektrische activiteit in skeletspieren
- Spier- en zenuwziekten
3. Elektro-encephalogram (EEG) = meet de spontane elektrische activiteit van de hersenen
- Epilepsie
- Slaapstudies
SOMATISCHE ZIEKTEOORZAKEN
ENDOGENE ZIEKTEOORZAKEN
= genetisch bepaald erfelijke aandoeningen
1. Chromosomale aandoeningen
= fout in het aantal chromosomen OF ontbreken bepaalde delen via karyotypering onderzocht
Trisomie 21 = syndroom van down
= elementen bij chromosoom 21
- Mentale retardatie
- Grote tong (macroglossie)
- Gezicht- en hartafwijkingen
Extra risico bij zwangerschap op oudere leeftijd
Nipt test = opsporen tijden de zwangerschap van het syndroom van down
2. Genetische aandoeningen
= afwijkingen aanwezig in 1 van de genen van een individu
- Recessieve aandoeningen = gezond gen compenseert
- Dominante aandoeningen = afwijkingen in 1 van de 2 genen
Pathologie = ziekteleer
Ziekte = toestand van lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke onwelzijn
Draaglast > draagkracht
Factoren die belangrijk zijn bij het verloop van ziekteproces
De frequentie van de aandoening De etiologie De symptomen De diagnostiek/ differentieel
(ziekteoorzaak) diagnostiek
- Indicatie: aantal nieuwe - Subjectie: Pijn/ Jeuk/
gevallen/jaar acute ziekten - Somatisch Misselijkheid - Anamnese
- Prevalentie: aantal bestaande - Psychisch - Objectief (=ziekte tekens): - Klinisch onderzoek
gevallen op een bepaald moment - Sociaal Zwelling/ Roodheid - Technische diagnostiek
chronische ziekten
De behandeling De prognose Het ziekteverloop Preventie
- Causaal Vs. Mortaliteit – overleving - Acuut: subacuut – - Primair = voorkomen dat de
Symptomatisch hyperacuut ziekte optreedt (vaccinatie)
- Curatief Vs. Palliatief - Chronisch: exacerbatie – - Secundair = ziekte zo vroeg
- Conservatief Vs. Operatief remissie mogelijk opsporen
(screeningen)
- Tertiair = gevolgen van de
ziekte voorkomen
MEDISCH DIAGNOSTIEK
ANAMNESE
= gesprek tussen arts en patiënt
- Specifieke anamnese
- Algemene anamnese
- Medische voorgeschiedenis
- Medicatiegebruik
- Familiale anamnese
KLINSCH ONDERZOEK
1. Inspectie
- Huid & slijmvliezen:
Bleek = te kort aan rode bloedcellen
Geel = afvalstof van rode bloedcellen
Blauw = geen adem krijgen
- Bewustzijnstoestand & ademhaling
- Mate van ziek zijn
- Psychische toestand (alcohol/ drugs)
- Geur: Aceton (DM), Urine, Alcohol
,Farmacologie
2. Palpatie (= voelen)
= Afwijkingen in vorm, consistentie & oppervlakte
- Drukpijnlijkheid
- Beweeglijkheid
- Bijzondere vormen
PPA (palatio per anum) = vinger gaat in de anus prostaat voelen
PPV (palpatio per vaginum) = vaginaal onderzoek
3. Percussie
= kloppen op de vinger om te horen of er onder de hand bot zit of organen
- Longen = hol geluid
- Hart, lever en volle blaas = dof geluid
4. Auscultatie
= met een stetoscoop luisteren naar geluiden
- Longen = vesciculair ademgeruis
- Hart = lub-bub sluiten van hartklappen
1ste toon = mitralisklep & tricuspidalisklep 2de toon = aortaklap & pulmonalisklep
- Ingewanden = darmperostaltiek
- Pathologische geluiden = vernauwingen van bloedvaten/ hartgeruis bij klepinsufficiëntie/
afwezigheid van geluid
TECHNISCHE DIAGNOSTIEK
1. Laboratoriumdiagnostiek
Klinische biologie = analyseren van bloedcellen (= hematologie), samenstellingen van
lichaamsvloeistoffen (= klinische chemie) en opsporen van micro-organismen (= microbiologie)
1. Hematologie
- Hemoglobinegehalte (Hb) = gehalte eiwit in je bloed die O2 transporteert van longen naar de
rest van het lichaam
- Hematocriet (HTC) = inname van rode bloedcellen van het bloedvolume
- Bezinkingssnelheid (BSE) = snelheid dat rode bloedcellen zakken en er een scheiding ontstaat
- Aantal rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen + formule
- Stolling: prothrombinetijd, geactiveerde partiële thromboplastinetijd, internationale
normailzed ratio
,Farmacologie
2. Klinsche chemie =onderzoekt de chemische samenstellingen van verschillende lichaamsvloeistoffen
- Voedingsstoffen: glucose, lipiden, eiwitten
- Elektrolyten: natrium, kalium, chloor, calcium, ijzer
- Hormonen: insuline, schildklier
- Afvalstoffen: bilirubine, ureum, creatine
- Enzymen: amylase, creatine kinase
- Serologische onderzoek IgG, IgM Immunoglobuline
- Toxicologie: ethanol, digitalis, cannabis
- Bloedgassen: pH, pCO2, pO2
3. Microbiologie =bestudeert organisme die kunnen voorkomen in lichaamsvloeistoffen en
verantwoordelijk zijn voor sommige infecties
- Kleuring + microscopisch onderzoek ter differentiatie
PCR identificeren van DNA, chlamydia / ELLISA identificeren van eiwitten + soort HIV test
- Kweek + antibiogram gevoeligheid voor antibiotica bepalen
Anatomopathologie = onderzoeken van cellen en weefsel macroscopisch & microscopisch
- Weefsels komen van: biopsie/ operatiespecimen/ autopsie
- Worden gefikst + gekleurd
Klassiek: H&E = hematolxyline & eosinekleuring
Immuunhistochemische kleuring
2. Medische beeldvorming
Radiografie Nucleaire geneeskunde
= diagnostiek = therapie & diagnostiek
RX = plantaire radiografie Plantaire scintigrafie technetium stuurt
Projectiebeeld van structuren op elkaar gammastralen uit het lichaam
Volledig skelet opname
CT = computed tomography SPECT = single photon emission CT
Maakt dwarsdoorsneden PET = position emission tomography
Opsporen tumoren
Echografie = ultrasone geluidsgolven die
terugkaatstenafhaneklijk van het weefsel
- Doppler-onderzoek = bloeddoorstroming
MRI = magnetische resonantie imaging
KST = kernspintomograpghy
Weke delenzichtbaar
3. Endoscopie
= directe visualisatie van inwendige structuren van organen biopsiename & behandeling
- Gastroscopie = zijlig, buis in de maag epiglottis = moeilijk punt
- Colonscopie = via anus of aars in dikke darm
- Brochoscopie = kijken naar de luchtwegen
- Laryngoscopie = kijken naar de stembanden
- Cystoscopie = kijken naar de blaas
, Farmacologie
Invasieve endoscopie:
- Laparoscopie = via de navel kijken naar de buikholte
- Arthroscopie = kijken naar gewrichten
- Thoracoscopie = kijken naar de borstholte
4. Klinische elektrofysiologie
= gebruikmaken van de eigenschap van prikkelbare weefsels spierweefsel & zenuwweefsel
1. Elektrocardiogram (ECG) = meet potentiaalverschillen (elektrische activiteit) van het hart die
ontstaan tijdens de hartcyclus P -QRS – T deflecties
- Ritmestoornissen
- Acuut myocardinfarct
2. Elektromyogram (EMG) =meet via kleine naaldjes de elektrische activiteit in skeletspieren
- Spier- en zenuwziekten
3. Elektro-encephalogram (EEG) = meet de spontane elektrische activiteit van de hersenen
- Epilepsie
- Slaapstudies
SOMATISCHE ZIEKTEOORZAKEN
ENDOGENE ZIEKTEOORZAKEN
= genetisch bepaald erfelijke aandoeningen
1. Chromosomale aandoeningen
= fout in het aantal chromosomen OF ontbreken bepaalde delen via karyotypering onderzocht
Trisomie 21 = syndroom van down
= elementen bij chromosoom 21
- Mentale retardatie
- Grote tong (macroglossie)
- Gezicht- en hartafwijkingen
Extra risico bij zwangerschap op oudere leeftijd
Nipt test = opsporen tijden de zwangerschap van het syndroom van down
2. Genetische aandoeningen
= afwijkingen aanwezig in 1 van de genen van een individu
- Recessieve aandoeningen = gezond gen compenseert
- Dominante aandoeningen = afwijkingen in 1 van de 2 genen