Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Membranen en Membraaneiwitten Deel 2

Rating
-
Sold
1
Pages
17
Uploaded on
11-03-2018
Written in
2016/2017

Deze samenvatting omvat de stof voor het tweede tentamen, namelijk van hoorcolleges 7 t/m 11 en het gastcollege van Eefjan Breukink over antimicrobiële peptiden. De stof gaat o.a. over de oxidatieve fosforylering, signaaltransductie via fosfoinositiden, de biogenese van membranen en de biosynthese van glycerofosfolipiden.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Membranen en Membraaneiwitten
Deel 2
HC1
Membranen zijn belangrijk voor de vorming van compartimenten in de cel. Gramnegatieve bacteriën
hebben zelfs een dubbel membraan en daardoor een dunnere peptidoglycaanlaag. Sommige virussen
hebben een membraan  envelopped virussen. Dit membraan verkrijgen de virussen wanneer ze de
cel na infectie verlaten. Functies van membranen:

 Ze vormen microcompartimenten
 Selectieve opname en afgifte van stoffen
 Transport van cellulaire componenten
 Opslag van energie
 Communicatie tussen cel (organel) en omgeving.

Cellen zitten stampvol met membranen. Zo zijn er vele contactplaatsen tussen ER en Golgi in plaats
van alleen budding. De verschillende membranen hebben ook verschillende lipidensamenstellingen.
Alle lipiden komen voort uit acetyl CoA.

Fosfo-inositiden (PIPs) en signaaltransductie:

 Fosfo-inositiden hebben functies in signaaltransductie, cytoskelet dynamiek en membraan
trafficking
 Gezamenlijk niet meer dan 1% van de totale cellulaire fosfolipiden

3 families van membraanlipiden in zoogdiercellen:

 Glycerofosfolipiden (PC, PE, PS, PI, CL) (65 mol%)
 Sfingolipiden (sfingomyeline, glycosfingolipiden) (10%)
 Sterolen (cholesterol) (25%)

Het ER en mitochondrion bevatten relatief de grootste hoeveelheid lipiden, waarbij het ER vooral PC
bevat en het mitochondrion relatief veel CL. Endo/lysosomen bevatten relatief veel BMP (bis(mono-
acy-glycerol)-fosfaat). Palmitinezuur (C16:0) en oliezuur (C18:1) zijn twee veel voorkomende vetzuren.
Lipiden met sfingosine als backbone in plaats van glycerol: sfingolipiden. Sterolen zijn rigide
moleculen met een platte ringstructuur. Gisten bevatten ergosterol, welke meer dubbele bindingen
bevat en een extra methylgroep.

Analyse van de lipidensamenstelling kan door extractie volgens de Bligh en Dyer methode. Je neemt
dan membranen/cellen op in chloroform/methanol/water 1/2/1 (v/v/v), waarbij 1 fase ontstaat.
Vervolgens voeg je 1 vol H2O en 1 vol CHCl3 toe zodat een fasescheiding ontstaat, waarbij de lipiden
opgelost zijn in de CHCl3/MeOH fase. Scheiding/analyse van het lipidenextract kan d.m.v.:

 HPLC: scheiding op lipide klassen
 TLC op silica-gecoat glas: lipide klassen
 Massaspectrometrie
 Gaschromatografie van methylesters van vetzuren: vetzuurstaartsamenstelling

Lipide druppels schermen TAG en SE af van het waterige cytosol, en hebben als functie:


1

,  Bouwsteen nieuwe membranen
 Energieopslag

Bij massaspectrometrie vindt analyse van moleculaire species plaats door scheiding op basis van m/z.
Pieken met 2 verschil corresponderen met een dubbele binding meer/minder (2 H’s meer/minder).
Pieken met 1 m/z verschil komen van isotopen met 13C. Met MS kan niet afgeleid worden op welke
posities de vetzuren in het molecuul zitten.

Lipodomics is de globale analyse van het liposoom door kwantitatieve shotgun massaspectrometrie.

Energievoorziening van de cel. Organismen hebben energie nodig voor:

 Beweging
 Actief transport van moleculen/ionen
 Synthese bio(macro)moleculen

Er zijn fototrofe en chemotrofe organismen. De drager van energie is ATP (adenosinetrifosfaat),
waarbij energie vrijkomt wanneer een fosfaatgroep wordt afgesplitst. Andere nucleoside trifosfaten
(NTPs): GTP, UTP, CTP zijn energetisch equivalent aan ATP en belangrijk
in o.a. biosyntheses. NDP + ATP  NTP + ADP. Door een reactie te
koppelen aan de hydrolyse van ATP (NTP) verschuift het evenwicht sterk
naar rechts. Waarom heeft ATP zo’n hoge ‘phosphoryl transfer
potential’?

 Stabilisatie door resonantie
 Elektrostatische repulsie
 Stabilisatie door hydratie

Energie uit brandstoffen onder aerobe condities: vetten, suikers en eiwitten. Verbranding vindt plaats
in 4 stadia:

1. Enzymen converteren grote polymeren in kleinere monomeren, ook wel vertering genoemd.
2. Glycolyse, hierbij wordt een molecuul glucose omgezet in twee moleculen pyruvaat. Dit vindt
plaats in het cytosol, waarna pyruvaat naar de matrix van mitochondria wordt
getransporteerd, waar het omgezet wordt in CO2 en acetyl CoA. Dit wordt gedaan door het
pyruvaat dehydrogenase complex. Vetten worden per 2 C-atomen ook afgebroken tot acetyl
CoA.
3. De acetyl CoA groep bindt aan oxaloacetaat om citraat te vormen, welke de citroenzuurcyclus
ingaat. De NADH die vrijkomt gaat de elektronen-transportketen in, waar de energie gebruikt
wordt voor de oxidatieve fosforylering  produceert ATP en verbruikt O2.

NADH (en FADH2) worden geoxideerd door ademhalingsketen in het mitochondrion. Hoe verder met
pyruvaat onder anaerobe condities? Hierbij vindt regeneratie van NAD + plaats

1. Alcoholische fermentatie (gist, anaeroob)
2. Melkzuur (lactaat) fermentatie (bacteriën,
spier, anaeroob)




1: alcoholische fermentatie


2

2: Melkzuur fermentatie

, Elektronendragers zijn NAD+ (Nicotinamide Adenine Dinucleotide (R=H)) en NADP + (R=PO43-).
Daarnaast is er nog FAD (Flavine Adenine Dinucleotide). De reactieve sites bevinden zich op de
stikstoffen in aromatische ringen. FAD kan niet (zoals NAD +)
alcoholen oxideren, maar wel alkanen tot alkenen oxideren.
NADH wordt gebruikt om ATP te genereren, NADPH wordt
gebruikt in reducties in biosyntheses. In de lever is veel NADPH
aanwezig omdat er veel biosyntheses plaatsvinden. Daarnaast is er veel NAD + omdat er veel energie
wordt verbruikt. Coenzym A is een geactiveerde drager van acylgroepen. Coenzym A vormt een
thioesterbinding met een vetzuur, waarin energie is opgeslagen. Geactiveerde dragers zijn kinetisch
stabiel in afwezigheid van katalysatoren. De energielading is een belangrijke regulator van
[ATP] + 1/2 [ADP]
metabolisme. Energielading = .
[ATP] + [ADP] + [AMP]
Oxidatieve fosforylering vindt plaats over het mitochondriale binnenmembraan. Hierbij wordt H+
over het membraan getransporteerd waardoor een chemische en elektrische gradiënt ontstaat. Via
een ander membraaneiwit (ATP-synthase) komen de H+ weer binnen waarbij ATP ontstaat.

Mitochondriën hebben een ruimte tussen het binnen en buitenmembraan (tussenmembraanruimte)
en de ruimte van het binnenmembraan wordt de matrix genoemd. Het binnenmembraan vormt
invaginaties genaamd cristae. Het buitenmembraan bevat veel moleculen van een transporteiwit
genaamd porine, waardoor het permeabel is voor veel moleculen. Het binnenmembraan is
impermeabel en bevat veel specifieke membraan transporteiwitten. In de elektronentransportketen
gaan de elektronen van NADH langs verschillende reductoren.

Van redoxkoppels kan de standaard reductiepotentiaal bepaald worden aan de hand van een
donor)
standaard cel: 1M H (pH 0), 1 atm. H2 en E0 = 0 V. Er geldt: acceptor)−E0 ¿ . Een positieve
+

∆ E0=E 0 ¿
0
∆ E0 geeft een negatieve ∆ G =−n × F (¿ 0,023) ×∆ E 0 . Het molecuul dat elektronen
accepteert ondergaat een reductie en het molecuul dat elektronen verliest wordt geoxideerd.
Elektronen gaan graag van een redox paar met een lage redox potentiaal (=lage affiniteit voor
elektronen) naar een paar met een hoge redox potentiaal (hoge affiniteit). NAD+ kan alleen maar
twee elektronen tegelijk opnemen, terwijl FAD en ubiquinon ook in twee stappen gereduceerd
kunnen worden. Daarnaast is NAD+ vrij in het cytosol aanwezig terwijl FAD altijd eiwitgebonden is.

Planten slaan lichtenergie op in chloroplasten, waarmee een protongradiënt wordt gecreëerd om ATP
synthase te laten werken. De energie van ATP wordt gebruikt om glucose te maken uit CO 2 en water.
Chloroplasten hebben een derde membraan, welke de thylakoïd ruimte omringt. Fotonen worden
gevangen door chlorofiel, waardoor een elektron van water vrijkomt in het fotosynthetische
reactiecentrum en de fotosystemen, waarbij O 2 ontstaat. De energie van het elektron wordt
opgeslagen als protongradiënt en als NADH.

HC2
Bij de oxidatieve fosforylering vindt elektronenoverdracht van NADH/FADH 2 plaats naar O2 waarbij
ATP wordt gevormd. Hierbij wordt een chemische (H +) en een elektrische (+) gradiënt gevormd. ATP
synthetase maakt gebruik van deze gradiënt door het terug naar binnen pompen van H +. Koppels met
een negatieve reductiepotentiaal hebben sterke reductoren en koppels met een positieve
reductiepotentiaal hebben een positieve reductiepotentiaal. FAD is een sterkere oxidator dan NAD +.


3

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 11, 2018
Number of pages
17
Written in
2016/2017
Type
SUMMARY

Subjects

$7.63
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sanneerkamp Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
190
Member since
8 year
Number of followers
112
Documents
26
Last sold
1 year ago

3.9

60 reviews

5
13
4
32
3
12
2
2
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions