NEUROLOGIE
Inhoudsopgave
1 EMBRYOLOGIE....................................................................................................................................................... 2
2 NEURONEN EN GLIACELLEN................................................................................................................................... 6
3 ELEKTRISCH FENOMEEN......................................................................................................................................... 8
4 ANATOMIE VAN DE HERSENEN............................................................................................................................ 10
5 NEUROINFLAMMATIE.......................................................................................................................................... 12
6 AUTONOOM ZENUWSTELSEL............................................................................................................................... 18
7 TRANSMITTERS EN RECEPTOREN......................................................................................................................... 23
8 HISTOLOGIE SPIEREN EN ZENUWEN..................................................................................................................... 27
9 BASALE GANGLIA................................................................................................................................................. 30
10 ELEKTRODYNAMISCH ONDERZOEK..................................................................................................................... 33
11 FYSIOLOGIE SLAAP- EN WAAKTOESTAND........................................................................................................... 37
12 NEUROLOGISCHE SEMIOLOGIE........................................................................................................................... 44
13 N VESTIBULARIS................................................................................................................................................. 54
1
,1 EMBRYOLOGIE
Voornaamste principes
- Principe neurulatie
- Neurale plaat uit ectoderm
- Neurale plooien in 3de week
- Neurale buis
- Neuropora cranial en caudaal sluiten voor einde 4 de week
- Neurale lijst
Neurulatie
- Transformatie van ectoderm over notochord tot neurale buid
- Geinduceerd door notochord en parachordaal mesoderm (inductoren)
- Cephalocaudale gradiënt
- Romp delen van notochord parachordaal mesoderm induceren vorming van medulla spinalis
- Extremititeiten induceren middenste en achterste delen van hersenen (mesencephalon en
rhombencephalon)
- Prosencephalon wordt geinduceerd door de prochordale plaat, een klein groepje entodermal cellen aan
voorste uiteinde van notochord
- Prochordale plaat is entodermale structuur die stek verbonde is met ectoderm, vormt oropharyngeale of
buccopharyngeale membraan
- Prochordale plaat geeft de mond aan en organizeert de hoofdregio, met mesenchym in hoofdregio en
entodermale laag oropharyngeale membraan
- Neurale buis induceert vorming van posterieure vertebrale boog en schedel
- Inductie kan defectief zijn in eender welk stadium en dit geeft aanleiding tot talrijke complexe
ontwikkelingsstoornissen
Aanleg neurale lijst
• In concaviteit van de neurale lippen komen neurectoblastcellen vrij
• Vormen de aanleg van de crista neuralis of de neurale lijst, waaruit zich delen van het perifere zenuwstelsel
ontwikkelen oa. ganglia, pia mater en arachnoidea
Embryo 17dd
- Ectoderm met vorming van neurale plaat
- Mesoderm
- Endoderm
Sluiten van neurale buis
- Neurale lippen groeien naar elkaar toe en fusioneren neurale buis ontstaat
- Eerste fusie van neurale lippen thv toekomstige cervicale regio
- Verder verlopen sneller naar craniaal dan naar caudaal
neurulatie
Vorming neurale buis in 1ste 3w
Vorming van ruggenmerg
- Principe van neurulatie
- Neurale plaat uit ectoderm
- Neurale plooien in 3de week
- Neurale buis
- Neuropora cranialis en caudalis sluiten voor einde 4de week
- Neurale lijst
- Dorsaal: alaire plaat
- Ventraal: basale plaat
2
,Ruggenmerg
- Neuro-epitheelcellen
- Neuroblasten
- Substantia grisea
- Substantia alba
- Grondplaten - voorste hoorn
- Sulcus limitans
- Intermediaire hoorn
- Vleugelplaten - achterste hoorn
Krommingen
- Vroeg in de ontwikkeling ontstaan
o Kruinkromming (concaaf naar onder) ter hoogte van het mesencephalon
o Cervicale kromming (ook concaaf naar onder) aan de overgang van het myelencephalon naar de
medulla spinalis
o Pontische kromming met een concaviteit naar dorsaal, een kromming tussen beide voorgaande,
ongeveer ter hoogte van de pons
Vorming van hersenen
- Einde van 4de week: flexie thv mesencephalon
- Prosencefalon en rhombencefalon
- Alaire plaat van prosencefalon vormt telencefalon
- Einde van 4de week: flexie thv mesencephalon
- Prosencefalon en rhombencefalon
- Alaire plaat van prosencefalon vormt telencefalon
- Basale plaat vormt diencefalon
- Verdere ontwikkeling van pons, medulla oblongata en cerebellum
Vorming van ventrikels
• Laterale ventrikels
• Foramen van Monro
• Aquaductus
Initieel monoventrikel, later vorming van gescheiden laterale ventrikels
• Openingen op het caudale deel van de 4de ventrikel
• Cerebellum vormt zich lateral aan de hersenstam
• Bodem van de vierde ventrikel blijft lang zichtbaar
• Foramina van Luschka en Magendie
Vorming nn craniales
• 5 ww in de embryonale ontwikkeling uitstulpingen vanuit de kieuwdarm, de latere farynx, de kieuwzakjes
• Buitenkant van het embryo spleten
• Mesenchym (voorloper van bindweefsel, bot, kraakbeen en spierweefsel)
• Menselijke embryo heeft vijf kieuwbogen
Vorming van hemisferen
• Ventrikulaire zone met germinatieve eilanden
• Radiale glia
• Groei van de hemisfeer rond de insula
3
, Vorming telencephalon
• Het voorste twee derde van de neurale buis gaat aanzwellen door verdikking van de wanden en door het
plaatselijk uitzetten van het lumen
• Er verschijnen achter elkaar drie hersenblaasjes
• Het meest craniale en ventrale hersenblaasje is het prosencephalon. Het ligt voor het meest craniale deel van
de chorda
• Het tweede hersenblaasje noemt men het mesencephalon
• Het derde hersenblaasje of het rhombencephalon is onscherp afgescheiden van het tweede hersenblaasje
door de isthmus rhombencephali, een lichte insnoering
• Op het rhombencephalon volgen de medulla oblongata en de medulla spinalis
• Lateraal van het rhombencephalon ligt de gehoorplakode
• Uit het prosencephalon ontwikkelen zich het telencephalon en het diencephalon
• Het telencephalon bestaat uit de voorste helft van het prosencephalon, waarvan de laterale wanden gaan
uitzetten tot de telencephalonblaasjes, waaruit zich het cerebrum ontwikkelt
• Aan de ventrale zijde van de telencephalonblaasjes ontwikkelen zich de bulbi olfactorii van het toekomstig
reukorgaan
• Het diencephalon ontstaat uit de achterste helft van het prosencepbalon. De zijwanden van het diencephalon
zwellen aan door het ophopen van neuronen in de nuclei basales
• Aan het diencephalon ontwikkelt zich voor de sluiting van de neuroporus anterior de oogbeker, een gesteeld
blaasje, met de toekomstige oogzenuw (N. opticus, N. II)
• Later vindt men dorsaal aan het diencephalon de aanleg van de epifyse en ventraal de aanleg van de
neurohypofyse
• Uit het metencephalon ontstaan ventraal de pons en dorsaal het cerebellum en de isthmus rhombencephali
Cellen
- Neuroblasten - apolaire, bipolaire, multipolaire, neuron
- Gliacellen - gliablasten, protoplasmatische en fibrillaire astrocyten
- Oligodendrogliacel
- Microgliacel
- Neurale lijstcellen - autonoom zenuwstelsel, Schwann cellen, melanocyten, odontoblasten, hersenvliezen,
kraakbeencellen kieuwbogen
Vorming van hemisferen
- Neuronale precursorcellen
- Radaire migratie
- Ventriculaire zone => ontwikkelende neocortex
- Perikaryonale translocatie
- Bipolaire zenuwcellen => nucleokinese
- Radiaire glia => astrocyten of zenuwcellen
- Elke golf migrerende cellen vormt nieuwe laag voorbij de vorige, waardoor een zogeheten "inside out"-
patroon ontstaat
Op 17w corpus striatum verdeeld in nucleus caudatus en lenskern
Vorming eerste sulci
• Op 25-28 weken eerste sulci
• Sulcus centralis
• Sulcus lateralis
• Sulcus calcarinus
4
Inhoudsopgave
1 EMBRYOLOGIE....................................................................................................................................................... 2
2 NEURONEN EN GLIACELLEN................................................................................................................................... 6
3 ELEKTRISCH FENOMEEN......................................................................................................................................... 8
4 ANATOMIE VAN DE HERSENEN............................................................................................................................ 10
5 NEUROINFLAMMATIE.......................................................................................................................................... 12
6 AUTONOOM ZENUWSTELSEL............................................................................................................................... 18
7 TRANSMITTERS EN RECEPTOREN......................................................................................................................... 23
8 HISTOLOGIE SPIEREN EN ZENUWEN..................................................................................................................... 27
9 BASALE GANGLIA................................................................................................................................................. 30
10 ELEKTRODYNAMISCH ONDERZOEK..................................................................................................................... 33
11 FYSIOLOGIE SLAAP- EN WAAKTOESTAND........................................................................................................... 37
12 NEUROLOGISCHE SEMIOLOGIE........................................................................................................................... 44
13 N VESTIBULARIS................................................................................................................................................. 54
1
,1 EMBRYOLOGIE
Voornaamste principes
- Principe neurulatie
- Neurale plaat uit ectoderm
- Neurale plooien in 3de week
- Neurale buis
- Neuropora cranial en caudaal sluiten voor einde 4 de week
- Neurale lijst
Neurulatie
- Transformatie van ectoderm over notochord tot neurale buid
- Geinduceerd door notochord en parachordaal mesoderm (inductoren)
- Cephalocaudale gradiënt
- Romp delen van notochord parachordaal mesoderm induceren vorming van medulla spinalis
- Extremititeiten induceren middenste en achterste delen van hersenen (mesencephalon en
rhombencephalon)
- Prosencephalon wordt geinduceerd door de prochordale plaat, een klein groepje entodermal cellen aan
voorste uiteinde van notochord
- Prochordale plaat is entodermale structuur die stek verbonde is met ectoderm, vormt oropharyngeale of
buccopharyngeale membraan
- Prochordale plaat geeft de mond aan en organizeert de hoofdregio, met mesenchym in hoofdregio en
entodermale laag oropharyngeale membraan
- Neurale buis induceert vorming van posterieure vertebrale boog en schedel
- Inductie kan defectief zijn in eender welk stadium en dit geeft aanleiding tot talrijke complexe
ontwikkelingsstoornissen
Aanleg neurale lijst
• In concaviteit van de neurale lippen komen neurectoblastcellen vrij
• Vormen de aanleg van de crista neuralis of de neurale lijst, waaruit zich delen van het perifere zenuwstelsel
ontwikkelen oa. ganglia, pia mater en arachnoidea
Embryo 17dd
- Ectoderm met vorming van neurale plaat
- Mesoderm
- Endoderm
Sluiten van neurale buis
- Neurale lippen groeien naar elkaar toe en fusioneren neurale buis ontstaat
- Eerste fusie van neurale lippen thv toekomstige cervicale regio
- Verder verlopen sneller naar craniaal dan naar caudaal
neurulatie
Vorming neurale buis in 1ste 3w
Vorming van ruggenmerg
- Principe van neurulatie
- Neurale plaat uit ectoderm
- Neurale plooien in 3de week
- Neurale buis
- Neuropora cranialis en caudalis sluiten voor einde 4de week
- Neurale lijst
- Dorsaal: alaire plaat
- Ventraal: basale plaat
2
,Ruggenmerg
- Neuro-epitheelcellen
- Neuroblasten
- Substantia grisea
- Substantia alba
- Grondplaten - voorste hoorn
- Sulcus limitans
- Intermediaire hoorn
- Vleugelplaten - achterste hoorn
Krommingen
- Vroeg in de ontwikkeling ontstaan
o Kruinkromming (concaaf naar onder) ter hoogte van het mesencephalon
o Cervicale kromming (ook concaaf naar onder) aan de overgang van het myelencephalon naar de
medulla spinalis
o Pontische kromming met een concaviteit naar dorsaal, een kromming tussen beide voorgaande,
ongeveer ter hoogte van de pons
Vorming van hersenen
- Einde van 4de week: flexie thv mesencephalon
- Prosencefalon en rhombencefalon
- Alaire plaat van prosencefalon vormt telencefalon
- Einde van 4de week: flexie thv mesencephalon
- Prosencefalon en rhombencefalon
- Alaire plaat van prosencefalon vormt telencefalon
- Basale plaat vormt diencefalon
- Verdere ontwikkeling van pons, medulla oblongata en cerebellum
Vorming van ventrikels
• Laterale ventrikels
• Foramen van Monro
• Aquaductus
Initieel monoventrikel, later vorming van gescheiden laterale ventrikels
• Openingen op het caudale deel van de 4de ventrikel
• Cerebellum vormt zich lateral aan de hersenstam
• Bodem van de vierde ventrikel blijft lang zichtbaar
• Foramina van Luschka en Magendie
Vorming nn craniales
• 5 ww in de embryonale ontwikkeling uitstulpingen vanuit de kieuwdarm, de latere farynx, de kieuwzakjes
• Buitenkant van het embryo spleten
• Mesenchym (voorloper van bindweefsel, bot, kraakbeen en spierweefsel)
• Menselijke embryo heeft vijf kieuwbogen
Vorming van hemisferen
• Ventrikulaire zone met germinatieve eilanden
• Radiale glia
• Groei van de hemisfeer rond de insula
3
, Vorming telencephalon
• Het voorste twee derde van de neurale buis gaat aanzwellen door verdikking van de wanden en door het
plaatselijk uitzetten van het lumen
• Er verschijnen achter elkaar drie hersenblaasjes
• Het meest craniale en ventrale hersenblaasje is het prosencephalon. Het ligt voor het meest craniale deel van
de chorda
• Het tweede hersenblaasje noemt men het mesencephalon
• Het derde hersenblaasje of het rhombencephalon is onscherp afgescheiden van het tweede hersenblaasje
door de isthmus rhombencephali, een lichte insnoering
• Op het rhombencephalon volgen de medulla oblongata en de medulla spinalis
• Lateraal van het rhombencephalon ligt de gehoorplakode
• Uit het prosencephalon ontwikkelen zich het telencephalon en het diencephalon
• Het telencephalon bestaat uit de voorste helft van het prosencephalon, waarvan de laterale wanden gaan
uitzetten tot de telencephalonblaasjes, waaruit zich het cerebrum ontwikkelt
• Aan de ventrale zijde van de telencephalonblaasjes ontwikkelen zich de bulbi olfactorii van het toekomstig
reukorgaan
• Het diencephalon ontstaat uit de achterste helft van het prosencepbalon. De zijwanden van het diencephalon
zwellen aan door het ophopen van neuronen in de nuclei basales
• Aan het diencephalon ontwikkelt zich voor de sluiting van de neuroporus anterior de oogbeker, een gesteeld
blaasje, met de toekomstige oogzenuw (N. opticus, N. II)
• Later vindt men dorsaal aan het diencephalon de aanleg van de epifyse en ventraal de aanleg van de
neurohypofyse
• Uit het metencephalon ontstaan ventraal de pons en dorsaal het cerebellum en de isthmus rhombencephali
Cellen
- Neuroblasten - apolaire, bipolaire, multipolaire, neuron
- Gliacellen - gliablasten, protoplasmatische en fibrillaire astrocyten
- Oligodendrogliacel
- Microgliacel
- Neurale lijstcellen - autonoom zenuwstelsel, Schwann cellen, melanocyten, odontoblasten, hersenvliezen,
kraakbeencellen kieuwbogen
Vorming van hemisferen
- Neuronale precursorcellen
- Radaire migratie
- Ventriculaire zone => ontwikkelende neocortex
- Perikaryonale translocatie
- Bipolaire zenuwcellen => nucleokinese
- Radiaire glia => astrocyten of zenuwcellen
- Elke golf migrerende cellen vormt nieuwe laag voorbij de vorige, waardoor een zogeheten "inside out"-
patroon ontstaat
Op 17w corpus striatum verdeeld in nucleus caudatus en lenskern
Vorming eerste sulci
• Op 25-28 weken eerste sulci
• Sulcus centralis
• Sulcus lateralis
• Sulcus calcarinus
4