Samenvatting Onderzoek & Behandeling 2B
Kinesitherpeutische diagnoses van de schouderpijn
1) Frozen schoulder (of adhesieve capsulitis)
a) Diagnostic criteria :
- pijn s’nachts vooral
- vergroting van pijn met snelle en onopgepaste bew
- moeite om op de aangedane schouder te slapen
- pijn is makkerlijk verergerd door bew
- meestal bij mensen >35 jaar
- tijdens examinatie, globale verlies van de actieve/passieve ROM
- tijdens examinatie, pijn in de eindgevoel in alle richtingen
- globale verlies van passieve bew van glenohumeraal gewricht
b) Blablabla
2) Subacromiale impingement
a) Beschrijving : frequent voorkomend chronische schouderklacht bij
personen die bovenhandse arbeid verrichten (arbeider en sporters).
Deze klachten worden vaak gekenmerkt door gebrek aan
spierkracht/uithoudingsvermogen, gebrekkig musculair evenwicht,
vertraagde spierlatentietijden, proprioceptieve veranderingen en
stoornissen in de neuromusculaire coordinatie van zowel
glenohumerale als de scapulothoracale spieren.
b) Klassieke orthopedische visie : een structureel pb inklemming van
de rotator cuff pezen in de subacromiale ruimte tussen de
humeruskop en de acromiale boog rotatorcuff pathologie ! 3
stadias (waarvan 2 beschreven) :
- Stadium 1 : omkeerbaar inflammatie van de rotatorcuff pezen
- Stadium 3 : onomkeerbaare rotatorcuff scheuren
c) Niet klassieke visie : een groep symptomen, die een uiting kan zijn
van diverse onderliggende aandoeningen :
- rotator cuff pathologie
- biceps aandoeningen
- gewrichtsinstabiliteit
- locale capsulaire verkorting
- scapulaire dyskinesie (abnormale veranderingen van scapulaire
positie en/of scapulaire beweging)
3) Intern of posterosuperieur glenoid impigement :
Hier wordt de rotatorcuff ingeklemd tussen het tuberculum majus van de
humeruskop en de posterosuperieure rand van het labrum glenoidale
tijdens de late cocking – fase (in de sport : maximale exorotatie tijdens
, werpen) vergelijkbaar met zelfzorg – of arbeidsactiviteiten boven
hoofdhoogte (haren wassen, zoldering schilderen, was ophangen)
4) SLAP leasie :
Wanneer het labrum van de schouder scheurt ter hoogte van de aanhechting aan
de facies glenoidalis ondervinden P :
- pijn
- ongecontroleerd spieractiviteit (catching)
- gevoel van « klikken » in de schouder
- blokkeringen (locking)
Een ruptuur aan de craniale gelegen deel van het labrum is beschadigd spreken
we over SLAP laesie (Superior Labral Anterior Posterior)
5) BANKART laesie
Idem SLAP leasie, de enige verschil is de plaats van de beschadiging van het
labrum. Bankart leasie ruptuur aan de anterieure zijde van het labrum die
doorloopt tot caudaal. Komt voor bij schouderluxatie !
6) Primair impingement structurele vernauwing van de subacromiale
ruimte. Gevolg van een anatomische structurele veranderingen.
7) Secundair impingement inklemming onder bep omstandigheden ; bv
tijdens specifieke houdingen of bewegingen uitgelokt. Biomechanische en
functioneel probleem, bewegingsgebonden of houdingsgebonden. Bew
zijn vaak zo specifiek dat de klachten tijdens BFO niet uitgelokt kunnen
worden, maar enkel na specifieke toegevoegde testen.
Kinesitherpeutische diagnoses van de schouderpijn
1) Frozen schoulder (of adhesieve capsulitis)
a) Diagnostic criteria :
- pijn s’nachts vooral
- vergroting van pijn met snelle en onopgepaste bew
- moeite om op de aangedane schouder te slapen
- pijn is makkerlijk verergerd door bew
- meestal bij mensen >35 jaar
- tijdens examinatie, globale verlies van de actieve/passieve ROM
- tijdens examinatie, pijn in de eindgevoel in alle richtingen
- globale verlies van passieve bew van glenohumeraal gewricht
b) Blablabla
2) Subacromiale impingement
a) Beschrijving : frequent voorkomend chronische schouderklacht bij
personen die bovenhandse arbeid verrichten (arbeider en sporters).
Deze klachten worden vaak gekenmerkt door gebrek aan
spierkracht/uithoudingsvermogen, gebrekkig musculair evenwicht,
vertraagde spierlatentietijden, proprioceptieve veranderingen en
stoornissen in de neuromusculaire coordinatie van zowel
glenohumerale als de scapulothoracale spieren.
b) Klassieke orthopedische visie : een structureel pb inklemming van
de rotator cuff pezen in de subacromiale ruimte tussen de
humeruskop en de acromiale boog rotatorcuff pathologie ! 3
stadias (waarvan 2 beschreven) :
- Stadium 1 : omkeerbaar inflammatie van de rotatorcuff pezen
- Stadium 3 : onomkeerbaare rotatorcuff scheuren
c) Niet klassieke visie : een groep symptomen, die een uiting kan zijn
van diverse onderliggende aandoeningen :
- rotator cuff pathologie
- biceps aandoeningen
- gewrichtsinstabiliteit
- locale capsulaire verkorting
- scapulaire dyskinesie (abnormale veranderingen van scapulaire
positie en/of scapulaire beweging)
3) Intern of posterosuperieur glenoid impigement :
Hier wordt de rotatorcuff ingeklemd tussen het tuberculum majus van de
humeruskop en de posterosuperieure rand van het labrum glenoidale
tijdens de late cocking – fase (in de sport : maximale exorotatie tijdens
, werpen) vergelijkbaar met zelfzorg – of arbeidsactiviteiten boven
hoofdhoogte (haren wassen, zoldering schilderen, was ophangen)
4) SLAP leasie :
Wanneer het labrum van de schouder scheurt ter hoogte van de aanhechting aan
de facies glenoidalis ondervinden P :
- pijn
- ongecontroleerd spieractiviteit (catching)
- gevoel van « klikken » in de schouder
- blokkeringen (locking)
Een ruptuur aan de craniale gelegen deel van het labrum is beschadigd spreken
we over SLAP laesie (Superior Labral Anterior Posterior)
5) BANKART laesie
Idem SLAP leasie, de enige verschil is de plaats van de beschadiging van het
labrum. Bankart leasie ruptuur aan de anterieure zijde van het labrum die
doorloopt tot caudaal. Komt voor bij schouderluxatie !
6) Primair impingement structurele vernauwing van de subacromiale
ruimte. Gevolg van een anatomische structurele veranderingen.
7) Secundair impingement inklemming onder bep omstandigheden ; bv
tijdens specifieke houdingen of bewegingen uitgelokt. Biomechanische en
functioneel probleem, bewegingsgebonden of houdingsgebonden. Bew
zijn vaak zo specifiek dat de klachten tijdens BFO niet uitgelokt kunnen
worden, maar enkel na specifieke toegevoegde testen.