Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages
Summary

Samenvatting Hoofdstuk 1 - 3 Impact 6 Nederlands

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages

Alle hoofdstukken worden samengevat, inclusief extra notities van in de les. Impact Nederlands 6 samenvatting

Content preview

Nederlands
Samenvatting – trimester 1



DEEL 1

1. Vaardig Nederlands


2. Literatuur: verhaalanalyse van een kortfilm



 Verhaalopbouw
Begin:
o Ab ovo: (‘vanaf het ei’ ~ Latijn)
Eerst kennis maken met personages + situatie
o In medias res: (‘In het midden van de zaken’ ~ Latijn)
In het midden van de gebeurtenis terecht komen, geen kennismaking of situatieschets
o Post rem:
Volledige verhaal via flashbacks te weten komen

. Einde

o Open einde:
Laat vragen achter bij lezer of afloop onbeantwoord
o Gesloten einde:
Beantwoord alle vragen over ontknoping v/h verhaal

Mengeling: niet op alle vragen een pasklaar antwoord

Indeling van het verhaal:

o Cyclische opbouw:
Het einde verwijst terug naar het begin
Een personage valt op de 1e pagina van een brug, in die seconden krijg je het levensverhaal van die
persoon en dan op de laatste pagina valt die pas in het water

o Kaderverhaal:
Een verhaal dat is ingebed in een ander verhaal (= raamvertelling)
De vertelling van Duizend-en-een-nacht

o Spanningsopbouw:
Spanning ontstaat als de schrijver gebeurtenissen op een bepaalde manier rangschikt + wanneer de
schrijver antwoord op de vragen van de lezer uitstelt. (= retardering)
 Informatie achterhouden + beetje bij beetje vrijgeven
 vooruitblikken in de toekomst
 Lezer meer info geven dan het personage  vraagt af het personage het tijdig gaat ontdekken
 Lezer net genoeg info geven, zodat die zich telkens weer een andere afloop kan voorstellen
 Lezer nieuwe vragen geven, telkens zijn vorige vraag werd opgelost
 Cliffhangers

,  Overbodige informatie  op verkeerde been zetten



 Thema, idee en motief

Thema:

o Onderwerp van het verhaal (genre is een categorie)
o Abstract woord  GEEN plaats, hoofdpersonage of historische periode
o Samenvatting
o Literaire werken hebben een eigen thema
o Triviaalliteratuur: volgens het genre en wordt op een stereotiepe manier uitgewerkt



Motief:

o Een klein, betekenisvol element dat wordt herhaald in een literair werk
o Helpt thema onderbouwen
o Motief ontdekken  doordringen in het meerlagige karakter van literaire werken
 Verhaalmotief:
= dynamisch motief; helpt het verhaal vooruit + heeft specifieke betekenis
 Statisch motief:
sfeer in het verhaal beschrijven
 Leidmotief:
wordt (letterlijk) herhaald Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…
 Schrijversmotief:
typisch voor een oeuvre (= alle werken van een schrijver)
 Literair-historisch motief:
vaak typisch voor een literaire stroming of periode oedipusmotief



 Vertelperspectief:
o Het standpunt van waaruit de schrijver iets vertelt

Ik – verteller:

o De belevende ik
 Beleeft het verhaal op het moment
 Kent afloop niet, m.a.w. niet- alwetend
 Enkel zicht op gevoelens en gedachten van hoofdpersonage (ik)
o Vertellende ik
 Beleefde het verhaal eerder
 Kent afloop, kan vooruit-en terugblikken
 Leidt lezer rond in het verhaal + geeft commentaar
 Kan gevoelens en gedachten van andere personages geven (terugblikkend)

Hij – verteller:

o Auctoriële verteller (alwetende)
 Gedraagt zich als een soort van god in een wereld die hij zelf geschapen heeft
 Kan vooruit-en terugblikken

,  Weet wat er op verschillende plaatsen tegelijk gebeurt
 Kent gedachten en gevoelens van alle personages
 Leidt lezer rond in het verhaal + geeft commentaar



o Personele verteller
 Lijkt alsof er geen verteller is in het verhaal
 Rechtstreeks toegang tot gedachten en gevoelens van één personage
 Verhaal door ogen van één personage



Jij – verteller:

o Zeldzaam
o Auteur spreekt lezer aan met ‘jij’, ‘je ’of ‘jullie’
o Belevend of vertellend



Meervoudig perspectief:

o Gevoelens en gedachten van verschillende personages op verschillende plaatsen leren kennen



 Personages:

Voorstelling:

o Verteller beschrijft personage uitvoerig
o Mening personages
o Manier hoe een ander personage dat personage ziet



Expliciet of impliciet:

o Expliciet:
uitgebreid personage door schrijver
o Impliciet:
lezer moet zelf het karakter afleiden



Genuanceerd of ongenuanceerd:

o Genuanceerd:
veel informatie + persoonlijkheid goed kunnen reconstrueren
o Ongenuanceerd:
weinig of niets te weten komen

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789030143321 Edition: Unknown

Document information

Study
3rd degree
School year
5
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t.e.m. 3
Uploaded on
December 9, 2023
Number of pages
26
Written in
2023/2024
Type
Summary
$9.60

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
2
Items
9
Last sold
2 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions