Natuurwetenschappen
Hoofdstuk 4: bloedgroepen
4.1: het ABO-systeem
Twee types: antigeen A en antigeen B
In het ABO-systeem zijn 4 combinaties of bloedgroepen mogenlijk: A, B, AB en O
A: de rode bloedlichaamspjes dragen antigeen A
B: de rode bloedlichaampjes dragen antigeen B
AB: de rode bloedlichaampjes dragen antigeen A en B
O: de rode bloedlichaampjes dragen geen antigenen
- In het bloedplasma zitten antistoffen die kunnen reageren met een antugeen om bepaalde
bloedlichaampjes af te breken. Die antistoffen zijn met 5 aan elkaar gebonden
Antistof A + antigeen A = samenklontering of agglutinatie
Antistof B + antigeen B = samenklontering of agglutinatie
Hoofdstuk 4: bloedgroepen
4.1: het ABO-systeem
Twee types: antigeen A en antigeen B
In het ABO-systeem zijn 4 combinaties of bloedgroepen mogenlijk: A, B, AB en O
A: de rode bloedlichaamspjes dragen antigeen A
B: de rode bloedlichaampjes dragen antigeen B
AB: de rode bloedlichaampjes dragen antigeen A en B
O: de rode bloedlichaampjes dragen geen antigenen
- In het bloedplasma zitten antistoffen die kunnen reageren met een antugeen om bepaalde
bloedlichaampjes af te breken. Die antistoffen zijn met 5 aan elkaar gebonden
Antistof A + antigeen A = samenklontering of agglutinatie
Antistof B + antigeen B = samenklontering of agglutinatie