Onderzoeksmethoden
Les 1
DEEL 1 syllabus (juridisch
onderzoek)
H1 Wat is traditioneel juridisch onderzoek (=
TJO)?
I. Wat is onderzoek?
UITZOEKEN = antwoorden zoeken op allerlei vragen
Bv: Wanneer begint de les? Wat moeten wij kennen voor dit vak?
ONDERZOEKEN = op systematische wijze op zoek gaan naar geobjectiveerd antwoord op
kennisvraag
SYSTEMATISCH = methode volgen
OBJECTIEF = onafhankelijk, onbevooroordeeld, controleerbaar en vakkundig
KENNISVRAAG = iets weten of kennen handelingsvraag = iets kunnen of doen
(verandering komt teweeg)
II. Wat is juridisch onderzoek?
(1) Onderzoek naar JURIDISCHE FENOMENEN kennis van het recht vergroten
(2) Onderzoek naar MENSEN, IDEEEN en GEDRAG wanneer ze juridische problemen
aanpakken
1
,III. Soorten juridisch onderzoek
A. Twee soorten kennisproblemen
NORMATIEF = hierbij is de INHOUD van een gedragsvoorschrift onduidelijk Je gaat het
geheel van regels en beginselen bekijken. Het gaat over het prescreptieve onderdeel van het
recht.
FEITELIJK = hierbij is de TOTSTANDKOMING, GEVOLGEN en WERKING van de
gedragsvoorschriften onduidelijk Je gaat geheel van actoren en hantering als voorwerp
van onderzoek nemen. Recht is geheel van gedragspatronen.
B. Theorie- of praktijkgericht
THEORIEGERICHT (fundamenteel):
= Leveren van een bijdrage aan een oplossing van het kennisprobleem probleem in de
theorievorming
Theorie ontwikkelend = er zijn voor bepaalde nieuwe rechtstakken nog geen
reglementeringen. Je kijkt dan welke elementen van belang zijn om hiervoor een
juridisch kader voor te ontwikkelen.
Theorie toetsend = kijken of de theoriëen constitent zijn intern (logische toetsing)
of extern (empirische toetsing)
PRAKTIJKGERICHT (toegepast):
= Je hebt als doel een bijdrage te leveren aan een interventie om een bestaande
praktijksituatie te veranderen Je wilt een hangelingsprobleem oplossen door kennis te
vergaren
2
, Theorie toepassend = toepassing van bestaande kennis op problemen
C. Combinatie !!!
Theorie en praktijk beiden mogelijk normatieve EN feitelijke kennisproblemen!
Zie dia 17
IV. Wanneer is juridisch onderzoek ‘wetenschappelijk’?
Voorwaarden wetenschappelijk onderzoek:
1) Iets toevoegen aan de stand van kennis
2) Voldoen aan de eisen voor goed wetenschappelijk onderzoek
3) Voldoen aan eisen van wetenschappelijke integriteit
H2 Wat doen juristen traditioneel wanneer ze
onderzoek doen?
I. Doel en uitgangspunt
Traditioneel juridisch onderzoek = normatieve kennisproblemen
3
, DOEL:
Betere, snellere en efficiëntere rechtstoepassing
Kennis van en inzicht in recht vergroten
Bevorderen consistentie en coherentie
UITGANGSPUNT:
Recht bekijken als een systeem samenhang tussen regels en oplossingen
Systemisch onderzoek:
Beschrijvende functie = recht systematisch weergeven/beschrijven nadruk op
bestaand recht
Normatieve functie = recht gebruiken voor analyse en beantwoorden van
rechtsvragen samenspel van regels en beginselen sturen de oplossing
Legitimerende functie = aanvaarding door de gemeenschap
II. Rechtsdogmatische onderzoekers versus praktijkjuristen
GELIJKENISSEN = zelfde centrale vraag (inhoud van recht), zelfde discours (terminologie, taal
en argumenten) en zelfde perspectief (intern: men wilt een bijdrage leveren)
VERSCHILLEN = kennis vs handelings, vrijheid vs gebondenheid…
H3 Waarom kan traditioneel juridisch onderzoek
niet (langer) volstaan?
I. Traditioneel juridisch onderzoek en recht in context
TJO = recht is autonoom staat op zichzelf en is enige voorwerp van onderzoek
NADEEL = geen rekening houden met maatschappelijke context!
FASE 1:
TJO omarmt context = er worden nieuwe regels en begrippen gemaakt voor nieuwe
ontwikkelingen
4
Les 1
DEEL 1 syllabus (juridisch
onderzoek)
H1 Wat is traditioneel juridisch onderzoek (=
TJO)?
I. Wat is onderzoek?
UITZOEKEN = antwoorden zoeken op allerlei vragen
Bv: Wanneer begint de les? Wat moeten wij kennen voor dit vak?
ONDERZOEKEN = op systematische wijze op zoek gaan naar geobjectiveerd antwoord op
kennisvraag
SYSTEMATISCH = methode volgen
OBJECTIEF = onafhankelijk, onbevooroordeeld, controleerbaar en vakkundig
KENNISVRAAG = iets weten of kennen handelingsvraag = iets kunnen of doen
(verandering komt teweeg)
II. Wat is juridisch onderzoek?
(1) Onderzoek naar JURIDISCHE FENOMENEN kennis van het recht vergroten
(2) Onderzoek naar MENSEN, IDEEEN en GEDRAG wanneer ze juridische problemen
aanpakken
1
,III. Soorten juridisch onderzoek
A. Twee soorten kennisproblemen
NORMATIEF = hierbij is de INHOUD van een gedragsvoorschrift onduidelijk Je gaat het
geheel van regels en beginselen bekijken. Het gaat over het prescreptieve onderdeel van het
recht.
FEITELIJK = hierbij is de TOTSTANDKOMING, GEVOLGEN en WERKING van de
gedragsvoorschriften onduidelijk Je gaat geheel van actoren en hantering als voorwerp
van onderzoek nemen. Recht is geheel van gedragspatronen.
B. Theorie- of praktijkgericht
THEORIEGERICHT (fundamenteel):
= Leveren van een bijdrage aan een oplossing van het kennisprobleem probleem in de
theorievorming
Theorie ontwikkelend = er zijn voor bepaalde nieuwe rechtstakken nog geen
reglementeringen. Je kijkt dan welke elementen van belang zijn om hiervoor een
juridisch kader voor te ontwikkelen.
Theorie toetsend = kijken of de theoriëen constitent zijn intern (logische toetsing)
of extern (empirische toetsing)
PRAKTIJKGERICHT (toegepast):
= Je hebt als doel een bijdrage te leveren aan een interventie om een bestaande
praktijksituatie te veranderen Je wilt een hangelingsprobleem oplossen door kennis te
vergaren
2
, Theorie toepassend = toepassing van bestaande kennis op problemen
C. Combinatie !!!
Theorie en praktijk beiden mogelijk normatieve EN feitelijke kennisproblemen!
Zie dia 17
IV. Wanneer is juridisch onderzoek ‘wetenschappelijk’?
Voorwaarden wetenschappelijk onderzoek:
1) Iets toevoegen aan de stand van kennis
2) Voldoen aan de eisen voor goed wetenschappelijk onderzoek
3) Voldoen aan eisen van wetenschappelijke integriteit
H2 Wat doen juristen traditioneel wanneer ze
onderzoek doen?
I. Doel en uitgangspunt
Traditioneel juridisch onderzoek = normatieve kennisproblemen
3
, DOEL:
Betere, snellere en efficiëntere rechtstoepassing
Kennis van en inzicht in recht vergroten
Bevorderen consistentie en coherentie
UITGANGSPUNT:
Recht bekijken als een systeem samenhang tussen regels en oplossingen
Systemisch onderzoek:
Beschrijvende functie = recht systematisch weergeven/beschrijven nadruk op
bestaand recht
Normatieve functie = recht gebruiken voor analyse en beantwoorden van
rechtsvragen samenspel van regels en beginselen sturen de oplossing
Legitimerende functie = aanvaarding door de gemeenschap
II. Rechtsdogmatische onderzoekers versus praktijkjuristen
GELIJKENISSEN = zelfde centrale vraag (inhoud van recht), zelfde discours (terminologie, taal
en argumenten) en zelfde perspectief (intern: men wilt een bijdrage leveren)
VERSCHILLEN = kennis vs handelings, vrijheid vs gebondenheid…
H3 Waarom kan traditioneel juridisch onderzoek
niet (langer) volstaan?
I. Traditioneel juridisch onderzoek en recht in context
TJO = recht is autonoom staat op zichzelf en is enige voorwerp van onderzoek
NADEEL = geen rekening houden met maatschappelijke context!
FASE 1:
TJO omarmt context = er worden nieuwe regels en begrippen gemaakt voor nieuwe
ontwikkelingen
4