Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages
Summary

Organisme Thema 5 complete samenvatting hoorcolleges, zelfstudie en practica

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages

Complete samenvatting van Thema 5 met alle hoorcolleges, zelfstudie en practica uitgewerkt. In dit thema wordt de overgang van koudbloedige naar warmbloedige dieren uitgelegd. Belangrijke onderwerpen die aan bod komen zijn: het verteringstelsel met al zijn onderdelen en de ontwikkeling ervan, de ontwikkeling van de mondholte en het bouwplan van de vogel en een zoogdier.

Content preview

Thema 5 – Overgang van koudbloedig naar warmbloedig

HC 14 – Rode draad college: overgang van koudbloedig naar warmbloedig
Eten is belangrijk  vertering

Algemene principes vertering
- Mechanisch proces: kauwen, slikken, mengen
- Secretie van verteringssappen: chemische vertering
- Enzymatische afbraak van nutriënten
- Absorptie
- Uitscheiden
- Vertering versus fermentatie: vertering zijn alle processen die we zelf doen (alvleessappen,
maagsappen) en fermentatie: afbreken plantaardige voedselresten met andere stoffen nl. cellulose,
die wij zelf niet hebben, meestal door bacteriën

Oerdarm met al zijn krommingen
Oerdarm kan worden onderverdeel in: voordarm – middendarm – einddarm

Voordarm
- Pharynx: keelholte (= kieuwboogderivaten)
- Luchtwegen
- Slokdarm
- Maag
- Lever
- Pancreas (alvleesklier)
- (een gedeelte van) Duodenum (12-vingerige darm)
-  voordarm is de slokdarm t/m uitmonding pancreasafvoerbuis

Middendarm
Dunne darm:
- Duodenum (laatste deel)
- Jejunum: ‘gewone’ dunne darm
- Ileum: laatste deel dunne darm

Dikke darm:
- Cecum (blinde darm)
o Bij mens alleen apendix aanwezig, net zoals bij konijn
o Doodlopend gedeelte
- Colon ascendens
- Colon transversum

Einddarm
- Laatste deel colon transersum
- Colon descendens
- Cloaca
o Rectum  anus
o Sinus urogenitalis  geslachtsopening

Onderverdeling komt door bloedverdeling: verdeling aorta in 3 takken die globaal gezien de voor-,
midden- en einddarm van bloed voorzien.
- Truncus coeliacus

, - A. mesenterica superior
- A. mesenterica inferior

Ontwikkeling mondholte
Stomodeum aan de voorkant: toekomstige mondholte in embryo
Ecto-endodermale membraan = oropharyngeale membraan
Oropharyngeale membraan gaat in regressie en stomodeum gaat instulpen en vormt mondholte.

Ontwikkeling gehemelte
- Primair: Inzakkende neusplacodes zijn gescheiden van mondholte
- Restant van oronosale membraan: wordt primair gehemelte, ligt in het midden
- Secundair gehemelte: vorming neusseptum
- Processi palatini gaan op neusseptum aansluiten om aparte mondholte en neusholte te vormen 
unieke eigenschap van zoogdieren: zoogdieren hebben een gesloten gehemelte, andere zoogdieren
niet.
- Secundair gehemelte (papilla incisiva):
o Hard gehemelte: palatum durum (ribbels)
o Zacht gehemelte: palatum molle
 Bij de mens is er weinig zacht gehemelte, samengekomen in de huig
- Op plek van oropharyngeale membraan overblijfsel: arcus palatoglossus (boog tussen tong en
gehemelte)
o = oude scheiding tussen keel en mondholte
 ZIE UITWERKING HC15

Mondholte: herbivoor vs carnivoor
Bouw van verteringsstelsel hangt af van het dieet
Bijv. knaagdieren hebben kleine mondspleet (mondopening).
Carnivoor: moet kunnen grijpen en vastpakken, grotere mondspleet.

Eigenschappen van het gebit
Vogels hebben geen gebit: in kader van gewichtsbeperking is het gebit verdwenen.
Homodont / heterodont:
- Homodont: tanden gelijk van vorm
- Heterodont: tanden verschillend
o Snijtanden, voortanden, valse kiezen (premolaren) en echte kiezen
Indeling gebit naar voedsel: omnivoren, herbivoren, carnivoren, insectivoren
Binnen heterodont: tandwisselingen
- Monophyodont: 1 gebit, niet wisselen bijv. ook je kiezen (die wissel je ook niet)
- Diphyodont: twee tandwisselingen, melkgebit en blijvend gebit
- Polyphydont: meerdere tandwisselingen, gebitselementen worden gedurende het hele leven
vervangen

Verdeling in wel of niet doorgroeien van tanden:
- Elodont: voortdurende groei (geen wortelvorming)
o Knaagdieren: cavia’s etc.
o Onderkaak en bovenkaak sluiten niet goed op elkaar aan
- Anelodont: beperkte groeiperiode van tanden



Opbouw kiezen
Omnivoor/carnivoor: Herbivoor:

, Enamel (glazuur) In kiezen vorming richels, geen glazuur op de bovenkant:
Dentine  Kroon niet helemaal bedekt met glazuur
Cement
 Aan de hand van het gebit kan het dieet van een dier afgeleid worden.

Kauwspieren:
Mond openen is makkelijker dan mond sluiten: zwaartekracht
- M. digastricus
o Spier is niet zo groot, aan de onderzijde van de onderkaak
Sluiten van de bek: meer spieren voor nodig
- M. temporalis
o Hapspier: met name groot bij carnivoren, pakken prooi etc.
- M. masseter
o Wangkauwspier
- M. pterygoideus medialis
o Aan binnenzijde kaak, belangrijk voor naar de zijkant bewegen van bek: malen

Speekselklieren: productie speekselklieren
Functie:
- Vochtig houden mond
- Glad en nat maken voor slikproces
- Vertering
- Oplosmiddel voor smaakstoffen

Klieren:
- Glandula parotis: oorspeekselspier, uitmonding in wang bovenkaak
- Glandula (sub)mandibularis: uitmonding onder de tong
- Glandula sublingualis: uitmonding onder of naast de tong
o Mono- en polystomatica: 1 of meerdere uitmondingen
o Mono: mondt samen uit met (sub)mandibulair

Pharynx: indeling
1. Nasopharynx: neus-keel
2. Oropharynx: mond-keel
3. Laryngopharynx: strottehoofd-keel

- Keelholte (pharynx) sluit aan op mondholte en neusholte
- Geeft toegang tot luchtpijp en slokdarm: voedsel komt aan ventrale zijde binnen en lucht komt in holte
daarboven binnen:
-  Kruising voedsel- en ademweg: lucht via nasopharynx door opening strottehoofd in luchtpijp terecht,
voedsel komt vanuit oropharynx in slokdarm terecht

Begrenzingen pharynx:
Nasopharynx: begint craniaal van neusholte, aan de onderzijde is nasopharynx het zachte gehemelte
(palatum molle) en arcus palatopharyngeus
Oropharynx: begint craniaal van acrus palatoglossus, dorsaal ligt het zachte gehemelte (palatum molle) en
de arcus palatopharyngeus. Caudaal ligt de epiglottis: strotklepje/strottenhoofd
Laryngopharynx: tussen epiglottis (strotklepje/strottenhoofd) en oesophagus

Kieuwbogen
In principe 6 kieuwbogen, 5e is rudimentair en 6e blijft onderdeel van nek.
Caudaal van iedere kieuwboog ontwikkelt zich inwendig een kieuwzakje en uitwendige kieuwbooggroeven.

Document information

Study
Uploaded on
January 25, 2018
Number of pages
19
Written in
2017/2018
Type
Summary
$4.16

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
michelleweesie
4.4
(32)
Sold
85
Followers
53
Items
40
Last sold
2 year ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions