Somatosensoriële system
Somatosensoriële systeem: indeling
▪ bevat veel verschillende modaliteiten:
- druk op huid
- temperatuur
- pijn
- jeuk
- positie ledematen (spieren en gewrichten)
▪ verschilt van andere sensoriële systemen:
- receptoren liggen wijd verspreid over/in gans lichaam
- respons op verschillende soorten stimuli (aanraking, temperatuur, pijn, lichaamshouding)
Indeling op basis van gedrag
Somatisch of somatosensoriële systeem draagt 2 grote gevoeligheden:
1) Somesthesie (huidgevoeligheid) ( “OPPERVLAKKIG”) (exteroceptie), wat hoort daaronder
1) tactiele gevoeligheid (mechanoreceptie)
• oppervlakkige tastzin: discriminatieve (fijne) en grove
• druk waarneming
• waarneming van vibratie (hoogfrequent) en flutter (laagfrequent)
2) temperatuurgevoeligheid (warm/koud) (thermoreceptie)
3) pijngevoeligheid (nociceptie)
2) Proprioceptie (“DIEP”) Proprioceptie: Bv met ogen dicht met 2 handen beweegt,
• positie ledematen (statisch) en je kan zeggen of linkerarm hoger is dan rechter, je kan
• beweging ledematen (dynamisch): kinesthesie het niet zien, je voelt dat in welke positie de ledematen
• bewust/onbewust zich bevinden
Ook: interoceptieve functie (info over fysiologische/pathofysiologische toestand organen)
Indeling op basis van anatomie: 3 systemen
1. Lemniscaal systeem:
- noemt de bewuste proprioceptie (positie/beweging ledematen)
- vibratiezin
- fijne tast- en drukzin (2-punt discriminatie)
2. Anterolateraal systeem (spino-thalamisch): zorgt voor
- grove tast- en drukzin
- temperatuurgevoeligheid
- pijngevoeligheid
- jeuk
3. Spinocerebellair systeem:
- onbewuste proprioceptie (info van spier- en peesuitrekking naar cerebellum)
Indeling op basis van fysiologie
▪ perfecte scheiding tussen verschillende systemen in periferie parallele kanalen
▪ verschillen in receptoren selectiviteit
- anterolateraal: thermoreceptoren (voor temp) en nociceptoren (voor pijn) zijn vrije zenuwuiteinden
- lemniscaal: anatomisch gespecialiseerde mechanoreceptoren
- huidreceptoren:
- onbehaarde huid (hierin zitten lichaampjes van Merkel, Ruffini, Meissner, Pacini)
- behaarde huid (idem maar - Meissner, + haarreceptor)
- spier- en skelet mechanoreceptoren:
- spier en pees: spierspoel, peesorgaan
- gewrichtskapsel
▪ verschillen in vezeldikte en myelinisatie geleidingsnelheid
- anterolateraal thermoreceptoren en nociceptoren: A of C (dun)
- lemniscaal mechanoreceptoren: A of A (dik)
Bij onbehaarde: sommige liggen diep en andere hoger, zo verschil in grote receptief veld, zo aanrakingen kunnen
onderscheiden vn elkaar
, Tactiele gevoeligheid
▪ 2 types huid: behaarde/onbehaarde huid
▪ 6 (of meer) types receptoren
▪ receptoroppervlak: enige deel van 1e orde neuronen dat gevoelig is voor de stimulusenergie
▪ rest van eerste orde neuron zorgt voor geleiding van de prikkel naar het CZS (ruggenmerg en hersenstam)
▪ geen functioneel onderscheid tussen dendrieten en axonen
Studie 1e orde neuronen van gladde huid:
▪ somatosensorisch systeem: makkelijk toegankelijk voor de fysiologie (perifere afleidingen)
▪ 4 soorten vezels, gedefiniëerd door 2 fysiologische criteria:
1. aflijning van het RV:
- klein en scherp omlijnd (type I)
- groot en vaag omlijnd (type II)
2. adaptatie op aanhoudende stimulus:
- slowly adapting (SA): aanhoudend antwoord zolang stimulus, slechts zachtjes afnemend
- fast (rapidly, quickly) adapting (FA = RA = QA): enkel antwoord bij onset, soms offset
▪ aan de hand van deze 2 criteria onderscheiden we 4 fysiologische receptor types:
▪ Type I: gelegen in oppervlakkige huid, RV ~ 2-4 mm gevoelig vr hoge frekwenties (2-300 Hz),
- RAI: lichaampjes van MEISSNER povere spatiale resolutie (cfr magno syst)
- SAI: schijfjes van MERKEL
▪ Type II: gelegen in diepe huid, groot RV
- RAII: lichaampjes van PACINI gevoelig vr kleine huidbewegingen
- SAII: lichaampjes van RUFFINI lage frekwenties (40Hz)
goede spatiale resolutie (cfr parvo systeem, vis ctx)
Karakteristieken van de verschillende celtypes. (4 eig)
SAI - schijfjes van MERKEL: zeer goede spatiële resolutie
fijne vorm & textuur
(vgl. parvocellulair systeem in visie)
SAII - lichaampjes van RUFFINI:
gevoelig voor uitrekking (stretch)
heeft ook richtingsgevoeligheid laterale
krachten
ook rol in proprioceptie (gewrichten)
RAI - lichaampjes van MEISSNER:
optimaal gevoelig voor laag-frequente trillingen ~ 40-50 Hz (flutter)
hoge drempel
precieze spatiële informatie maar povere temporele informatie
bewegings- en verschuivingsdetectie controle van grijpbewegingen
Somatosensoriële systeem: indeling
▪ bevat veel verschillende modaliteiten:
- druk op huid
- temperatuur
- pijn
- jeuk
- positie ledematen (spieren en gewrichten)
▪ verschilt van andere sensoriële systemen:
- receptoren liggen wijd verspreid over/in gans lichaam
- respons op verschillende soorten stimuli (aanraking, temperatuur, pijn, lichaamshouding)
Indeling op basis van gedrag
Somatisch of somatosensoriële systeem draagt 2 grote gevoeligheden:
1) Somesthesie (huidgevoeligheid) ( “OPPERVLAKKIG”) (exteroceptie), wat hoort daaronder
1) tactiele gevoeligheid (mechanoreceptie)
• oppervlakkige tastzin: discriminatieve (fijne) en grove
• druk waarneming
• waarneming van vibratie (hoogfrequent) en flutter (laagfrequent)
2) temperatuurgevoeligheid (warm/koud) (thermoreceptie)
3) pijngevoeligheid (nociceptie)
2) Proprioceptie (“DIEP”) Proprioceptie: Bv met ogen dicht met 2 handen beweegt,
• positie ledematen (statisch) en je kan zeggen of linkerarm hoger is dan rechter, je kan
• beweging ledematen (dynamisch): kinesthesie het niet zien, je voelt dat in welke positie de ledematen
• bewust/onbewust zich bevinden
Ook: interoceptieve functie (info over fysiologische/pathofysiologische toestand organen)
Indeling op basis van anatomie: 3 systemen
1. Lemniscaal systeem:
- noemt de bewuste proprioceptie (positie/beweging ledematen)
- vibratiezin
- fijne tast- en drukzin (2-punt discriminatie)
2. Anterolateraal systeem (spino-thalamisch): zorgt voor
- grove tast- en drukzin
- temperatuurgevoeligheid
- pijngevoeligheid
- jeuk
3. Spinocerebellair systeem:
- onbewuste proprioceptie (info van spier- en peesuitrekking naar cerebellum)
Indeling op basis van fysiologie
▪ perfecte scheiding tussen verschillende systemen in periferie parallele kanalen
▪ verschillen in receptoren selectiviteit
- anterolateraal: thermoreceptoren (voor temp) en nociceptoren (voor pijn) zijn vrije zenuwuiteinden
- lemniscaal: anatomisch gespecialiseerde mechanoreceptoren
- huidreceptoren:
- onbehaarde huid (hierin zitten lichaampjes van Merkel, Ruffini, Meissner, Pacini)
- behaarde huid (idem maar - Meissner, + haarreceptor)
- spier- en skelet mechanoreceptoren:
- spier en pees: spierspoel, peesorgaan
- gewrichtskapsel
▪ verschillen in vezeldikte en myelinisatie geleidingsnelheid
- anterolateraal thermoreceptoren en nociceptoren: A of C (dun)
- lemniscaal mechanoreceptoren: A of A (dik)
Bij onbehaarde: sommige liggen diep en andere hoger, zo verschil in grote receptief veld, zo aanrakingen kunnen
onderscheiden vn elkaar
, Tactiele gevoeligheid
▪ 2 types huid: behaarde/onbehaarde huid
▪ 6 (of meer) types receptoren
▪ receptoroppervlak: enige deel van 1e orde neuronen dat gevoelig is voor de stimulusenergie
▪ rest van eerste orde neuron zorgt voor geleiding van de prikkel naar het CZS (ruggenmerg en hersenstam)
▪ geen functioneel onderscheid tussen dendrieten en axonen
Studie 1e orde neuronen van gladde huid:
▪ somatosensorisch systeem: makkelijk toegankelijk voor de fysiologie (perifere afleidingen)
▪ 4 soorten vezels, gedefiniëerd door 2 fysiologische criteria:
1. aflijning van het RV:
- klein en scherp omlijnd (type I)
- groot en vaag omlijnd (type II)
2. adaptatie op aanhoudende stimulus:
- slowly adapting (SA): aanhoudend antwoord zolang stimulus, slechts zachtjes afnemend
- fast (rapidly, quickly) adapting (FA = RA = QA): enkel antwoord bij onset, soms offset
▪ aan de hand van deze 2 criteria onderscheiden we 4 fysiologische receptor types:
▪ Type I: gelegen in oppervlakkige huid, RV ~ 2-4 mm gevoelig vr hoge frekwenties (2-300 Hz),
- RAI: lichaampjes van MEISSNER povere spatiale resolutie (cfr magno syst)
- SAI: schijfjes van MERKEL
▪ Type II: gelegen in diepe huid, groot RV
- RAII: lichaampjes van PACINI gevoelig vr kleine huidbewegingen
- SAII: lichaampjes van RUFFINI lage frekwenties (40Hz)
goede spatiale resolutie (cfr parvo systeem, vis ctx)
Karakteristieken van de verschillende celtypes. (4 eig)
SAI - schijfjes van MERKEL: zeer goede spatiële resolutie
fijne vorm & textuur
(vgl. parvocellulair systeem in visie)
SAII - lichaampjes van RUFFINI:
gevoelig voor uitrekking (stretch)
heeft ook richtingsgevoeligheid laterale
krachten
ook rol in proprioceptie (gewrichten)
RAI - lichaampjes van MEISSNER:
optimaal gevoelig voor laag-frequente trillingen ~ 40-50 Hz (flutter)
hoge drempel
precieze spatiële informatie maar povere temporele informatie
bewegings- en verschuivingsdetectie controle van grijpbewegingen