Aangepaste zwemvormen
1. Bouwstenen bij het hoofd
(a) onderdompeling
(b) orïentatie
(c) ademhaling
a. (a) & (b) zijn juist
b. Alle zijn juist
c. (a) en (c) zijn juist
d. (b) en (c) zijn juist
2. Schipper mag ik overvaren, welke bouwstenen?
a. Romp
b. Ledematen
c. Hoofd
d. Geen
3. Wat is er juist over het zwemonderwijs?
a. In fase 3 zwemslagen aanleren
b. In de gevorderde fase leert het kind zwemmen in de diepte.
4. Vice grip 1/ ondiep 2/diep 3/ armen langs oksels ter hoogte van het hoofd brengen 4/ een
arm vanvoor tegen sternum en 1 arm thv wervels
a. 1 en 3
b. 1 en 4
c. 2 en 3
d. 2 en 4
5. Welke vervoersgreep (op foto hiernaast)
a. Okselgreep
b. Schoudergreep
c. Zeemansgreep
6. Kind ligt in midden van het zwembad wat doe je?
a. Toeroepen en voorwerp aanbieden
b. Redderssprong
c. Duiken
7. Hemiplege patiënt
a. Gemakkelijk drijven
b. Rotatie om lengte-as naar verlamde zijde (laagste volume zie pg 311)
c. Rotatie om lengte-as naar andere zijde
8. Patiënt met spierdystrofie
a. Gemakkelijk drijven
b. Rotatie om breedte-as
9. Basis halliwick slag:
a. Ruglig met benen crawl en armen symmetrische dubbele overhaal
b. Ruglig en enkel armen symmetrische dubbele overhaal
10. Wat is juist bij halliwick: aan de kant van zit tot ruglig komen
a. Fase I: geestelijke aanpassing aan water
b. Fase II: rotatie om lengte-as
c. Fase III: simpele voortbeweging
d. Fase II: rotatie om gecombineerde as
11. Didactische richtlijnen bij ouderen wat is juist?
a. Alle stellingen kloppen
b. Zo weinig mogelijk springen
12. … zinker
1. Bouwstenen bij het hoofd
(a) onderdompeling
(b) orïentatie
(c) ademhaling
a. (a) & (b) zijn juist
b. Alle zijn juist
c. (a) en (c) zijn juist
d. (b) en (c) zijn juist
2. Schipper mag ik overvaren, welke bouwstenen?
a. Romp
b. Ledematen
c. Hoofd
d. Geen
3. Wat is er juist over het zwemonderwijs?
a. In fase 3 zwemslagen aanleren
b. In de gevorderde fase leert het kind zwemmen in de diepte.
4. Vice grip 1/ ondiep 2/diep 3/ armen langs oksels ter hoogte van het hoofd brengen 4/ een
arm vanvoor tegen sternum en 1 arm thv wervels
a. 1 en 3
b. 1 en 4
c. 2 en 3
d. 2 en 4
5. Welke vervoersgreep (op foto hiernaast)
a. Okselgreep
b. Schoudergreep
c. Zeemansgreep
6. Kind ligt in midden van het zwembad wat doe je?
a. Toeroepen en voorwerp aanbieden
b. Redderssprong
c. Duiken
7. Hemiplege patiënt
a. Gemakkelijk drijven
b. Rotatie om lengte-as naar verlamde zijde (laagste volume zie pg 311)
c. Rotatie om lengte-as naar andere zijde
8. Patiënt met spierdystrofie
a. Gemakkelijk drijven
b. Rotatie om breedte-as
9. Basis halliwick slag:
a. Ruglig met benen crawl en armen symmetrische dubbele overhaal
b. Ruglig en enkel armen symmetrische dubbele overhaal
10. Wat is juist bij halliwick: aan de kant van zit tot ruglig komen
a. Fase I: geestelijke aanpassing aan water
b. Fase II: rotatie om lengte-as
c. Fase III: simpele voortbeweging
d. Fase II: rotatie om gecombineerde as
11. Didactische richtlijnen bij ouderen wat is juist?
a. Alle stellingen kloppen
b. Zo weinig mogelijk springen
12. … zinker