VTV
ABCDE-techniek:
A = airway luchtweg vrij?
B = breathing hoe is de ademhaling?
C = circulation hoe is de doorbloeding?
D = disability is patient bij bewustzijn?
E = exposure in welke omgeving bevind de patient zich en hoe ziet hij er van buiten uit?
Vitale parameters: geven zo goed mogelijk beeld van de lichamelijke toestand van een patiënt
Lichaamstemperatuur (komt door proces van warmteproductie en warmteverlies wat in
hypothalamus gereguleerd wordt)
Temperatuur wordt met een oorthermometer gedaan omdat deze zo comfortabel
mogelijk is voor de patiënt en zorgt voor maar een 0,5 graad verschil
Pols
ademhaling (let op: frequentie en ritme, diepte, symmetrie, gebruik van hulpademhalingsspieren,
geluiden, geur)
Meten door 1 minuut stiekem naar de ademhaling te kijken, terwijl je bijv de pols
controleert
Bloeddruk
pijn
Factoren van invloed op de vitale parameters:
1. Leeftijd
2. Geslacht
3. Erfelijke eigenschappen
4. Geneesmiddelen
5. Pijn
6. Circadiaanse ritmiek (=dag en nachtritme)
Eupneu = normale ademhaling
Indicatie: waarom ga je een methode toepassen? Contra-indicatie: waarom zou je het niet doen?
Aandachtspunten verplaatsen patiënt:
- Houding
- Gecoordineerd spiergebruik
Tiljuk Tilmat Tilband
Actieve lift: ondersteunt tijdens het opstaan
,Passieve lift: tilt de zorgvrager helemaal op
Mondverzorging:
Conditie van de mond heeft invloed op de algehele gezondheid
Omdat ontstekingen daar pijnlijk zijn en belemmeren zo de inname van voedingsstoffen en
vocht Infecties, uitdroging, ondervoeding, vertraging van de genezing en behandeling en
verlengde opnameduur is daarvan het gevolg.
Aandoeningen ontstaan door inwerking van tandplak, speeksel en voedsel op de elementen
Belangrijk om protheses te blijven dragen want anders kan de kaak krimpen
Wassen van een liggende volwassen persoon:
handdoek over borst enn bovenste deel beddengoed
handschoenen dragen tegen aanraking excretie
Bovenlichaam: armen, oksels, borst, buik,
Verversen water
benen en voeten wassen (goed tenen drogen)
helpen patiënt om te draaien
Decubitus:
Mogelijke oorzaken:
verminderde voedingstoestand
verminderde perfusie en zuurstofvoorziening
vochttoestand van de huid
gevorderde leeftijd
wrijf en schuifkrachten
stoornissen in zintuigelijke waarneming
verslechterde algehele gezondheidstoestand
toegenomen lichaamstemperatuur
Categorieën:
Cat.I intacte huid met roodheid die niet weggedrukt kan worden, ter hoogte
van een botuitsteeksel. Gebied kan pijnlijk, stijf, zacht, warmer of kouder zijn.
Behandeling: preventieve maatregelen: ontlast druk, geef wisselligging,
beschermen van de huid met olie of crème
Cat.II verlies van een deel van de huidlaag of een blaar. Glimmende of droge
oppervlakkige wond met roze wondbodem, zonder wondbeslag of kneuzing.
Deel van de lederhuid is verdwenen. Wond kan eruitzien als open/gescheurde
blaar.
Behandeling: bij intact blaardak: ontlasten van de plek en evt kleeffolie. Bij
lekkende wond spoelen met fysiologisch zout en hydrocolloïdverband aanbrengen.
Wondranden beschermen.
,Cat.III Verlies van de volledige huidlaag, onderhuids vet zichtbaar.
Wondbeslag kan aanwezig zijn. Diepte verschild per wondplaats
Behandeling: rode wonden moeten worden beschermd tegen uitdroging en
het exsudaat moet worden opgevangen. Gele wonden afspoelen en
bedekken met hydrocolloïd verband bijv. met veel wondvocht worden
absorberende middelen in de wond geplaatst en daarna verband. Zwarte
wonden zal eerst het necrotische weefsel worden verwijderd.
Cat.IV verlies volledige weefsellaag met blootliggend bot, spieren of
pezen. Kan wondbeslag of korst aanwezig zijn. Meestal tunnelvorming.
Diepte verschilt per plaats. Kan zich uitbreiden en bot is zichtbaar en
voelbaar.
Behandeling: operatief ingrijpen meestal nodig bij grote wonden. Kleine
wonden: vochtig tot nat verband. Behandeling met negatieve druk
(vacuüm) kan nodig zijn.
Preventie:
Huid inspecteren
Goede hygiëne
Patiënt voldoende laten drinken
Verwisselen houding belangrijk
, CGO
Week 1
Factsheets aantekeningen:
Eenzaamheid
= gemis aan een hechte, emotionele band met iemand.
Te zien bij ouderen, gehandicapten, Lage SES, chronische aandoeningen, psychische
problemen
Uit zich in gevoel van leegte, verdriet, angst, zinloosheid, lichamelijke en/of psychische
klachten
Interventies: zorgrobot, kattenrobot, vrijwilligers, dagbesteding
Positieve gezondheid
= Bredere blik op gezondheid, door Machteld Huber bedacht
Mensen bepalen hun gezondheid op basis van zes domeinen:
1. Zingeving
2. Mentaal welbevinden
3. Lichaamsfuncties
4. Meedoen
5. Dagelijks functioneren
6. Kwaliteit van leven
Aan de hand van die punten een spinnenweb kun je zien waar je aan kan werken
Mensen hebben zo veel mogelijk regie over eigen leven op deze wijze
Voorkomen van infecties in de zorg:
Eenmalig gebruik medische voorwerpen
Isolatie bij lage weerstand of een besmettelijke infectie/ziekte
Omgevingshygiëne
Persoonlijke hygiëne: handen wassen, geen sierraden om, korte mauwen, geen nagellak of
lange nagels, haren vast
Verplegen volgens de beroepscode:
Alle verpleegkundigen leggen een eed af
Moeten zich aan de beroepscode houden
Overtreding heeft gevolgen
Waarden en normen nodig om deze code op te stellen:
Waarden = Achterliggende ideeën die door de maatschappij als belangrijk worden
beschouwd (bijv respect, geduld)
Normen = gedragsregels die bij de waarde passen (bijv je wacht tot iemand klaar is
met praten geduld)
Week 2:
Beroepsgeheim:
WGBO = Wet op de Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst
Regelt de plichten en rechten van de patiënt en de hulpverlener
BIG = Beroepen Individuele Gezondheidszorg
Zorgt dat de kwaliteit van de zorg hoog blijft, omdat het ervoor zorgt dat
zorgverleners niet ondeskundig gaan handelen.
ABCDE-techniek:
A = airway luchtweg vrij?
B = breathing hoe is de ademhaling?
C = circulation hoe is de doorbloeding?
D = disability is patient bij bewustzijn?
E = exposure in welke omgeving bevind de patient zich en hoe ziet hij er van buiten uit?
Vitale parameters: geven zo goed mogelijk beeld van de lichamelijke toestand van een patiënt
Lichaamstemperatuur (komt door proces van warmteproductie en warmteverlies wat in
hypothalamus gereguleerd wordt)
Temperatuur wordt met een oorthermometer gedaan omdat deze zo comfortabel
mogelijk is voor de patiënt en zorgt voor maar een 0,5 graad verschil
Pols
ademhaling (let op: frequentie en ritme, diepte, symmetrie, gebruik van hulpademhalingsspieren,
geluiden, geur)
Meten door 1 minuut stiekem naar de ademhaling te kijken, terwijl je bijv de pols
controleert
Bloeddruk
pijn
Factoren van invloed op de vitale parameters:
1. Leeftijd
2. Geslacht
3. Erfelijke eigenschappen
4. Geneesmiddelen
5. Pijn
6. Circadiaanse ritmiek (=dag en nachtritme)
Eupneu = normale ademhaling
Indicatie: waarom ga je een methode toepassen? Contra-indicatie: waarom zou je het niet doen?
Aandachtspunten verplaatsen patiënt:
- Houding
- Gecoordineerd spiergebruik
Tiljuk Tilmat Tilband
Actieve lift: ondersteunt tijdens het opstaan
,Passieve lift: tilt de zorgvrager helemaal op
Mondverzorging:
Conditie van de mond heeft invloed op de algehele gezondheid
Omdat ontstekingen daar pijnlijk zijn en belemmeren zo de inname van voedingsstoffen en
vocht Infecties, uitdroging, ondervoeding, vertraging van de genezing en behandeling en
verlengde opnameduur is daarvan het gevolg.
Aandoeningen ontstaan door inwerking van tandplak, speeksel en voedsel op de elementen
Belangrijk om protheses te blijven dragen want anders kan de kaak krimpen
Wassen van een liggende volwassen persoon:
handdoek over borst enn bovenste deel beddengoed
handschoenen dragen tegen aanraking excretie
Bovenlichaam: armen, oksels, borst, buik,
Verversen water
benen en voeten wassen (goed tenen drogen)
helpen patiënt om te draaien
Decubitus:
Mogelijke oorzaken:
verminderde voedingstoestand
verminderde perfusie en zuurstofvoorziening
vochttoestand van de huid
gevorderde leeftijd
wrijf en schuifkrachten
stoornissen in zintuigelijke waarneming
verslechterde algehele gezondheidstoestand
toegenomen lichaamstemperatuur
Categorieën:
Cat.I intacte huid met roodheid die niet weggedrukt kan worden, ter hoogte
van een botuitsteeksel. Gebied kan pijnlijk, stijf, zacht, warmer of kouder zijn.
Behandeling: preventieve maatregelen: ontlast druk, geef wisselligging,
beschermen van de huid met olie of crème
Cat.II verlies van een deel van de huidlaag of een blaar. Glimmende of droge
oppervlakkige wond met roze wondbodem, zonder wondbeslag of kneuzing.
Deel van de lederhuid is verdwenen. Wond kan eruitzien als open/gescheurde
blaar.
Behandeling: bij intact blaardak: ontlasten van de plek en evt kleeffolie. Bij
lekkende wond spoelen met fysiologisch zout en hydrocolloïdverband aanbrengen.
Wondranden beschermen.
,Cat.III Verlies van de volledige huidlaag, onderhuids vet zichtbaar.
Wondbeslag kan aanwezig zijn. Diepte verschild per wondplaats
Behandeling: rode wonden moeten worden beschermd tegen uitdroging en
het exsudaat moet worden opgevangen. Gele wonden afspoelen en
bedekken met hydrocolloïd verband bijv. met veel wondvocht worden
absorberende middelen in de wond geplaatst en daarna verband. Zwarte
wonden zal eerst het necrotische weefsel worden verwijderd.
Cat.IV verlies volledige weefsellaag met blootliggend bot, spieren of
pezen. Kan wondbeslag of korst aanwezig zijn. Meestal tunnelvorming.
Diepte verschilt per plaats. Kan zich uitbreiden en bot is zichtbaar en
voelbaar.
Behandeling: operatief ingrijpen meestal nodig bij grote wonden. Kleine
wonden: vochtig tot nat verband. Behandeling met negatieve druk
(vacuüm) kan nodig zijn.
Preventie:
Huid inspecteren
Goede hygiëne
Patiënt voldoende laten drinken
Verwisselen houding belangrijk
, CGO
Week 1
Factsheets aantekeningen:
Eenzaamheid
= gemis aan een hechte, emotionele band met iemand.
Te zien bij ouderen, gehandicapten, Lage SES, chronische aandoeningen, psychische
problemen
Uit zich in gevoel van leegte, verdriet, angst, zinloosheid, lichamelijke en/of psychische
klachten
Interventies: zorgrobot, kattenrobot, vrijwilligers, dagbesteding
Positieve gezondheid
= Bredere blik op gezondheid, door Machteld Huber bedacht
Mensen bepalen hun gezondheid op basis van zes domeinen:
1. Zingeving
2. Mentaal welbevinden
3. Lichaamsfuncties
4. Meedoen
5. Dagelijks functioneren
6. Kwaliteit van leven
Aan de hand van die punten een spinnenweb kun je zien waar je aan kan werken
Mensen hebben zo veel mogelijk regie over eigen leven op deze wijze
Voorkomen van infecties in de zorg:
Eenmalig gebruik medische voorwerpen
Isolatie bij lage weerstand of een besmettelijke infectie/ziekte
Omgevingshygiëne
Persoonlijke hygiëne: handen wassen, geen sierraden om, korte mauwen, geen nagellak of
lange nagels, haren vast
Verplegen volgens de beroepscode:
Alle verpleegkundigen leggen een eed af
Moeten zich aan de beroepscode houden
Overtreding heeft gevolgen
Waarden en normen nodig om deze code op te stellen:
Waarden = Achterliggende ideeën die door de maatschappij als belangrijk worden
beschouwd (bijv respect, geduld)
Normen = gedragsregels die bij de waarde passen (bijv je wacht tot iemand klaar is
met praten geduld)
Week 2:
Beroepsgeheim:
WGBO = Wet op de Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst
Regelt de plichten en rechten van de patiënt en de hulpverlener
BIG = Beroepen Individuele Gezondheidszorg
Zorgt dat de kwaliteit van de zorg hoog blijft, omdat het ervoor zorgt dat
zorgverleners niet ondeskundig gaan handelen.