Vragen:
Responsiecollege over Natuurfilosofen- Socrates (pp. 28-37)
- Wat is het verschil tss de leerstellingen van Heraclitus en Parmenides?
Heraclitus: ‘alles vloeit, niets is blijvend’. Volgens H ligt de harmonie vd kosmos niet in de
neutralisering van tegenstellingen, spanning tss tegengestelden is wezenlijk voor de orde vd
wereld. Werkelijkheid niet enkel voortdurend in beweging, ook resultaat van voortdurende
conflicten tss tegeng. Kosmos resultaat ve verschuivend evenwicht tss bewegende krachten.
Parmenides: <-> H. ‘het zijnde is, het niet zijnde is niet.’ (thematiseerde het zijnde op zichzelf).
Het zijnde impliceert:
1. Het zijnde kan nt ontstaan: ook niet vergaan, het kan zich onmogelijk opheffen.
2. Eeuwig en onvergankelijk: niet deelbaar
3. Onbeweeglijk en begrensd: kan niet binnendringen in het ondeelbare continuum vh zijnde,
omgekeerd kan het zijnde zich niet naar het niet-zijnde verplaatsen.
4. Volmaakt: als het er is, is het restloos gerealiseerd.
5. Het zijnde moet bolvormig zijn: het moet in alle richtingen identiek zijn.
Verschil: H. zegt dat alles vloeit, niets blijvend is. Parmenides zegt dat het zijnde niet kan ontstaan,
maar ook niet vergaan. Het is eeuwig, onbeweeglijk, begrensd en volmaakt.
- Wat is ‘moreel relativisme’?
Relativisme: symbolisch ongelovig
- Op afstand blijven en niet geraakt worden door geloof. Men weet niet wat het is om open te
staan voor een overstijgende werkelijkheid.
- interesse in geloof, kritisch analyseren, overeenkomsten en verschillen zoeken tussen
godsdiensten over heel de wereld.
Moreel:
- Wat betekent de stelling ‘deugd is inzicht’?
Inzicht leidt tot moreel handelen. Moreel handelen is gebaseerd op inzicht.
“Deugd is inzicht” : dat de ware maatstaf voor het handelen ligt in een rationeel gefundeerd inzicht in
de waarheid.
= door inzicht en kennis de deugd vinden.
, Natuurfilosofen (28-33)
Inhoudstafel
• Van mythos naar logos
• Natuurfilosofen
- Heraclitus (°±543 v.C.)
- Parmenides (±515-±440 v.C.)
• Ontstaan Ethiek
- Sofisten
- Socrates (469-399 v.C.)
• Systeembouwers
- Plato (428-347 v.C.)
- Aristoteles (384-322 v.C.)
Ontstaan van een kosmologie (Kosmos = rationeel geordende logos)
Ze gaan op zoek naar materialistisch verklaringsbeginsel → oerbeginsel
Heraclitus (+/- 543 v.C.)
Werkelijkheid als permanente flux (werkelijkheid is voortdurend aan verandering onderhevig):
“Alles vloeit, niets blijf”
Conflict tussen tegenstellingen is constitutief (= ingesteld) voor de werkelijkheid:
“Zij begrijpen niet hoe wat uit elkaar loopt het met zichzelf eens is: een harmonie die
terugbuigt, zoals bij een boog en een lier.” (DK fr. 51; vert. J. Mansfeld)
Boog= bestaat uit een snaar en hout (goeie metafoor want twee componenten die met elkaar in strijd
zijn)
Personen in beweging volgens H.: iemand die in de zetel zit (door ademhaling, of mensen groeien,
altijd aan verandering onderhevig) + iemand die aan het lopen is
Parmenides (±515-±440 v.C.)
<-> H.
Buigt zich niet over het concrete, wel over het abstracte.
Thematisering van ‘het zijnde’ (een ding dat bestaat)
Twee wegen die elkaar uitsluiten:
“Er zijn slechts twee wegen van onderzoek te denken: de ene, dat het is en dat niet mogelijk is dat het
niet is, is de weg der overtuiging, want die begeleidt de waarheid; de andere, dat het niet is en dat
Responsiecollege over Natuurfilosofen- Socrates (pp. 28-37)
- Wat is het verschil tss de leerstellingen van Heraclitus en Parmenides?
Heraclitus: ‘alles vloeit, niets is blijvend’. Volgens H ligt de harmonie vd kosmos niet in de
neutralisering van tegenstellingen, spanning tss tegengestelden is wezenlijk voor de orde vd
wereld. Werkelijkheid niet enkel voortdurend in beweging, ook resultaat van voortdurende
conflicten tss tegeng. Kosmos resultaat ve verschuivend evenwicht tss bewegende krachten.
Parmenides: <-> H. ‘het zijnde is, het niet zijnde is niet.’ (thematiseerde het zijnde op zichzelf).
Het zijnde impliceert:
1. Het zijnde kan nt ontstaan: ook niet vergaan, het kan zich onmogelijk opheffen.
2. Eeuwig en onvergankelijk: niet deelbaar
3. Onbeweeglijk en begrensd: kan niet binnendringen in het ondeelbare continuum vh zijnde,
omgekeerd kan het zijnde zich niet naar het niet-zijnde verplaatsen.
4. Volmaakt: als het er is, is het restloos gerealiseerd.
5. Het zijnde moet bolvormig zijn: het moet in alle richtingen identiek zijn.
Verschil: H. zegt dat alles vloeit, niets blijvend is. Parmenides zegt dat het zijnde niet kan ontstaan,
maar ook niet vergaan. Het is eeuwig, onbeweeglijk, begrensd en volmaakt.
- Wat is ‘moreel relativisme’?
Relativisme: symbolisch ongelovig
- Op afstand blijven en niet geraakt worden door geloof. Men weet niet wat het is om open te
staan voor een overstijgende werkelijkheid.
- interesse in geloof, kritisch analyseren, overeenkomsten en verschillen zoeken tussen
godsdiensten over heel de wereld.
Moreel:
- Wat betekent de stelling ‘deugd is inzicht’?
Inzicht leidt tot moreel handelen. Moreel handelen is gebaseerd op inzicht.
“Deugd is inzicht” : dat de ware maatstaf voor het handelen ligt in een rationeel gefundeerd inzicht in
de waarheid.
= door inzicht en kennis de deugd vinden.
, Natuurfilosofen (28-33)
Inhoudstafel
• Van mythos naar logos
• Natuurfilosofen
- Heraclitus (°±543 v.C.)
- Parmenides (±515-±440 v.C.)
• Ontstaan Ethiek
- Sofisten
- Socrates (469-399 v.C.)
• Systeembouwers
- Plato (428-347 v.C.)
- Aristoteles (384-322 v.C.)
Ontstaan van een kosmologie (Kosmos = rationeel geordende logos)
Ze gaan op zoek naar materialistisch verklaringsbeginsel → oerbeginsel
Heraclitus (+/- 543 v.C.)
Werkelijkheid als permanente flux (werkelijkheid is voortdurend aan verandering onderhevig):
“Alles vloeit, niets blijf”
Conflict tussen tegenstellingen is constitutief (= ingesteld) voor de werkelijkheid:
“Zij begrijpen niet hoe wat uit elkaar loopt het met zichzelf eens is: een harmonie die
terugbuigt, zoals bij een boog en een lier.” (DK fr. 51; vert. J. Mansfeld)
Boog= bestaat uit een snaar en hout (goeie metafoor want twee componenten die met elkaar in strijd
zijn)
Personen in beweging volgens H.: iemand die in de zetel zit (door ademhaling, of mensen groeien,
altijd aan verandering onderhevig) + iemand die aan het lopen is
Parmenides (±515-±440 v.C.)
<-> H.
Buigt zich niet over het concrete, wel over het abstracte.
Thematisering van ‘het zijnde’ (een ding dat bestaat)
Twee wegen die elkaar uitsluiten:
“Er zijn slechts twee wegen van onderzoek te denken: de ene, dat het is en dat niet mogelijk is dat het
niet is, is de weg der overtuiging, want die begeleidt de waarheid; de andere, dat het niet is en dat