MEETFOUTEN
1. Absolute fout (AF)
- Grootheid = (waarde ± AF) . 10n . eenheid
Grootheid = naam van wat we meten
Waarde = dichtstbijgelegen waarde op de schaalverdeling
- Standaard
AF op toestel
AF = de helft van de kleinste schaalverdeling op het meettoestel
AF op een meting
Meting = twee aflezingen (nulpunt en meting) = 2x een halve verdeling
AF = is een volledige kleinste schaalverdeling
[AF] = eenheid meetresultaat
- Afronden AF
2 B.C.: 1ste B.C. = 1 of 2 vb. AF = 12 of AF = 27
1 B.C.: 1ste B.C. > 2 vb. AF = 5 of AF = 4 . 102
Vermijd onbeduidende nullen 300 = 3 . 10² of 0,03 = 3 . 10-2 of 3000g = 3kg
of 3 . 10³g
Meetresultaat wordt afgerond zoals AF
2. Relatieve en procentuele fout
- Relatieve fout (RF)
RF = AF/waarde grootheid (W)
- Procentuele fout
PF = RF . 100% = AF/W . 100%
3. Rekenen met meetresultaten
- AF op gedetailleerde grootheden (zie cursus)
- Som of verschil = AF optellen (nooit aftrekken)
- Vermenigvuldigen of delen = PF optellen (nooit aftrekken)
1. Absolute fout (AF)
- Grootheid = (waarde ± AF) . 10n . eenheid
Grootheid = naam van wat we meten
Waarde = dichtstbijgelegen waarde op de schaalverdeling
- Standaard
AF op toestel
AF = de helft van de kleinste schaalverdeling op het meettoestel
AF op een meting
Meting = twee aflezingen (nulpunt en meting) = 2x een halve verdeling
AF = is een volledige kleinste schaalverdeling
[AF] = eenheid meetresultaat
- Afronden AF
2 B.C.: 1ste B.C. = 1 of 2 vb. AF = 12 of AF = 27
1 B.C.: 1ste B.C. > 2 vb. AF = 5 of AF = 4 . 102
Vermijd onbeduidende nullen 300 = 3 . 10² of 0,03 = 3 . 10-2 of 3000g = 3kg
of 3 . 10³g
Meetresultaat wordt afgerond zoals AF
2. Relatieve en procentuele fout
- Relatieve fout (RF)
RF = AF/waarde grootheid (W)
- Procentuele fout
PF = RF . 100% = AF/W . 100%
3. Rekenen met meetresultaten
- AF op gedetailleerde grootheden (zie cursus)
- Som of verschil = AF optellen (nooit aftrekken)
- Vermenigvuldigen of delen = PF optellen (nooit aftrekken)