Sociologie
Jelke van de sijpe 1BaTP
Sociale context: wat houdt dit in? Invloed op ons gedrag? Invloed op onze identiteit?
Vragen; waarom gedragen mensen zich volgens bepaalde regels? Is er een samenleving mogelijk
zonder verschillen in macht, inkomen en aanzien? Welke invloed heeft onze omgeving op ons gedrag?
Welke invloed heeft sociale context op ons zelfbeeld?
Waarom sociologie ?
What you see is what you get?
Neiging om anderen te zien in functie van persoonlijkheid en karakter
context = moeilijker zichtbaar
de wereld is een ‘stabiele plaats ‘en mensen hebben ‘een stabiel karakter’
cultureel bepaald
We zien vaak de context over het hoofd, nochtans is dat belangrijk om inzicht te krijgen in mensen
Hoofdstuk 1: wat is sociologie ?
Denken zoals een socioloog :
alles is contingent maar niet arbitrair
de sociologische verbeelding
alles is contingent maar niet arbitrair
Alles is contingent…
Gewoontes, handelingen, instellingen…die voor ons vanzelfsprekend zijn, zijn elders vaak
totaal anders, en hadden zich dus ook bij ons op een andere manier kunnen ontwikkelen
Sociologie = het vanzelfsprekende ‘loslaten
…Maar niet arbitrair
Geen ‘toeval’
Socioloog zoekt naar PATRONEN en naar SOCIALE DETERMINANTEN daarvan en SAMENHANG
o Bv. Is het toevallig dat de participatie aan het hoger onderwijs is gestegen?
o Bv. Is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en gezondheid?
o Bv. Hoe komt het dat groepen mensen hun werk verliezen?
o Bv. Waarom beperken mensen zich tot twee kinderen?
Samenleving = door mensen gemaakt, niet door opperwezen, God…
Dit komt uit het verlichtingsdenken
Gevaar voor chaos???
Indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom worden ze dan
nageleefd? (JJ Rousseau)
Marx: “mensen maken hun eigen geschiedenis, maar niet onder de voorwaarden die ze zelf
willen
,De sociologische verbeelding: denken zoals een socioloog
• “The sociological imagination necessitates above all, being able to think ourselves away from
the familiar routines of our daily lives in order to look at them anew.” (C.W. Mills, 1959)
• “the vivid awareness of the relationship between experience and the wider society”. (C.W.
Mills, 1959)
De sociologische verbeelding = Individuele gebeurtenissen Historische processen
plaatsen en verklaren vanuit het geheel van sociale relaties
(de SOCIALE CONTEXT), die zelf een specifieke historische
oorsprong hebben
Sociale context
Waarom sociologie in sociaal agogisch werk? “Gebeurtenissen in
iemands dagelijks leven kunnen we enkel ten volle begrijpen als
(sociale relaties)
we niet enkel kijken naar het individu en zijn kenmerken, maar ook
naar de sociale kenmerken en trends waarin die gebeurtenissen zich afspelen.”
De sociale context
3 niveaus binnen de sociale context :
Biografie
1. MACRO: de samenleving, sociale categorieën… (gebeurtenissen)
2. MESO: sociale instituties, groeperingen…
3. MICRO: het gezin, de vriendengroep, en rolrelaties
hierin (ouder-kind; werkgever-werknemer…)
Contextuele factoren
= kenmerken van de sociale context waarin de interactie plaats vindt die de interactie
beïnvloeden
5 soorten:
o Sociologische factoren
Factoren die zelf het resultaat zijn van interactie tussen personen en op hun
beurt nieuwe interacties beïnvloeden
Bv. normen, wetten → conflict
Bv. Arbeidsspecialisatie ↔ samenwerking
o Demografische factoren
Structurele kenmerken van een bevolkingsgroep
Bv. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte, huwelijkscijfer, migratie,
vergrijzing
o Ecologische factoren
o Materiële factoren
rondstoffen, technologie, infrastructuur,… waarover een maatschappij
beschikt
Bv. Facebook-generatie → betoging?“Het internet vervangt het activisme in
de echte wereld niet, het helpt wel om acties te coördineren in de virtuele
straten”
o Economische factoren
= Productie, consumptie, distributie van diensten en goederen
BNP = de globale waarde van alle goederen en diensten geproduceerd door
de inwoners van een bepaald land
Economische conjunctuur: Hoog of laag?
(groei versus recessie)
, Bv. werkloosheid
Opmerking: de contextuele factoren beïnvloeden elkaar en beïnvloeden samen interactie &
gedrag
Gedrag, sociaal handelen en interactie
Sociaal handelen
Handelen is sociaal wanneer de actor bij het plannen van haar/zijn handelen rekening houdt met wat
anderen gaan of kunnen doen
Subjectieve betekenis (mentale voorbereiding) gericht op de andere
Gerichtheid op andere kan zowel betrekking hebben op heden, verleden als op toekomst
Interactie
Wanneer mensen een complementaire betekenis geven aan elkaars handelen, elkaars handelen
beïnvloeden
• Wisselwerking tussen actoren
• Men anticipeert op het gedrag van de andere
• Er is een gemeenschappelijke interpretatie van elkaars handelen
5 basisvormen :
• Uitwisseling of sociale ruil
• Samenwerking
• Conflict
• Conformiteit
• Machtsuitoefening
Gedrag
• Het zichtbare sociale gedrag
o Bv. voldoen aan rolverwachtingen
• Ook ideeën, opinies, attitudes, gevoelens
o Bv. houding t.a.v België versus Vlaanderen
o Bv. ideeën t.a.v. milieu
• Cognitieve prestaties
Jelke van de sijpe 1BaTP
Sociale context: wat houdt dit in? Invloed op ons gedrag? Invloed op onze identiteit?
Vragen; waarom gedragen mensen zich volgens bepaalde regels? Is er een samenleving mogelijk
zonder verschillen in macht, inkomen en aanzien? Welke invloed heeft onze omgeving op ons gedrag?
Welke invloed heeft sociale context op ons zelfbeeld?
Waarom sociologie ?
What you see is what you get?
Neiging om anderen te zien in functie van persoonlijkheid en karakter
context = moeilijker zichtbaar
de wereld is een ‘stabiele plaats ‘en mensen hebben ‘een stabiel karakter’
cultureel bepaald
We zien vaak de context over het hoofd, nochtans is dat belangrijk om inzicht te krijgen in mensen
Hoofdstuk 1: wat is sociologie ?
Denken zoals een socioloog :
alles is contingent maar niet arbitrair
de sociologische verbeelding
alles is contingent maar niet arbitrair
Alles is contingent…
Gewoontes, handelingen, instellingen…die voor ons vanzelfsprekend zijn, zijn elders vaak
totaal anders, en hadden zich dus ook bij ons op een andere manier kunnen ontwikkelen
Sociologie = het vanzelfsprekende ‘loslaten
…Maar niet arbitrair
Geen ‘toeval’
Socioloog zoekt naar PATRONEN en naar SOCIALE DETERMINANTEN daarvan en SAMENHANG
o Bv. Is het toevallig dat de participatie aan het hoger onderwijs is gestegen?
o Bv. Is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en gezondheid?
o Bv. Hoe komt het dat groepen mensen hun werk verliezen?
o Bv. Waarom beperken mensen zich tot twee kinderen?
Samenleving = door mensen gemaakt, niet door opperwezen, God…
Dit komt uit het verlichtingsdenken
Gevaar voor chaos???
Indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom worden ze dan
nageleefd? (JJ Rousseau)
Marx: “mensen maken hun eigen geschiedenis, maar niet onder de voorwaarden die ze zelf
willen
,De sociologische verbeelding: denken zoals een socioloog
• “The sociological imagination necessitates above all, being able to think ourselves away from
the familiar routines of our daily lives in order to look at them anew.” (C.W. Mills, 1959)
• “the vivid awareness of the relationship between experience and the wider society”. (C.W.
Mills, 1959)
De sociologische verbeelding = Individuele gebeurtenissen Historische processen
plaatsen en verklaren vanuit het geheel van sociale relaties
(de SOCIALE CONTEXT), die zelf een specifieke historische
oorsprong hebben
Sociale context
Waarom sociologie in sociaal agogisch werk? “Gebeurtenissen in
iemands dagelijks leven kunnen we enkel ten volle begrijpen als
(sociale relaties)
we niet enkel kijken naar het individu en zijn kenmerken, maar ook
naar de sociale kenmerken en trends waarin die gebeurtenissen zich afspelen.”
De sociale context
3 niveaus binnen de sociale context :
Biografie
1. MACRO: de samenleving, sociale categorieën… (gebeurtenissen)
2. MESO: sociale instituties, groeperingen…
3. MICRO: het gezin, de vriendengroep, en rolrelaties
hierin (ouder-kind; werkgever-werknemer…)
Contextuele factoren
= kenmerken van de sociale context waarin de interactie plaats vindt die de interactie
beïnvloeden
5 soorten:
o Sociologische factoren
Factoren die zelf het resultaat zijn van interactie tussen personen en op hun
beurt nieuwe interacties beïnvloeden
Bv. normen, wetten → conflict
Bv. Arbeidsspecialisatie ↔ samenwerking
o Demografische factoren
Structurele kenmerken van een bevolkingsgroep
Bv. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte, huwelijkscijfer, migratie,
vergrijzing
o Ecologische factoren
o Materiële factoren
rondstoffen, technologie, infrastructuur,… waarover een maatschappij
beschikt
Bv. Facebook-generatie → betoging?“Het internet vervangt het activisme in
de echte wereld niet, het helpt wel om acties te coördineren in de virtuele
straten”
o Economische factoren
= Productie, consumptie, distributie van diensten en goederen
BNP = de globale waarde van alle goederen en diensten geproduceerd door
de inwoners van een bepaald land
Economische conjunctuur: Hoog of laag?
(groei versus recessie)
, Bv. werkloosheid
Opmerking: de contextuele factoren beïnvloeden elkaar en beïnvloeden samen interactie &
gedrag
Gedrag, sociaal handelen en interactie
Sociaal handelen
Handelen is sociaal wanneer de actor bij het plannen van haar/zijn handelen rekening houdt met wat
anderen gaan of kunnen doen
Subjectieve betekenis (mentale voorbereiding) gericht op de andere
Gerichtheid op andere kan zowel betrekking hebben op heden, verleden als op toekomst
Interactie
Wanneer mensen een complementaire betekenis geven aan elkaars handelen, elkaars handelen
beïnvloeden
• Wisselwerking tussen actoren
• Men anticipeert op het gedrag van de andere
• Er is een gemeenschappelijke interpretatie van elkaars handelen
5 basisvormen :
• Uitwisseling of sociale ruil
• Samenwerking
• Conflict
• Conformiteit
• Machtsuitoefening
Gedrag
• Het zichtbare sociale gedrag
o Bv. voldoen aan rolverwachtingen
• Ook ideeën, opinies, attitudes, gevoelens
o Bv. houding t.a.v België versus Vlaanderen
o Bv. ideeën t.a.v. milieu
• Cognitieve prestaties