Opdracht 2.2
S4561724 Vince Stans
S4626230 Thomas de Vries
A Op basis van het causaal diagram, zijn drie control/stuurvariabelen gekozen. Dit zijn
variabelen waar de organisatie invloed op kan uitoefenen en dus kan benutten/inzetten om het
organisatiedoel (cradle-to-cradle) te behalen. De eerste gekozen variabele is: technische
innovatie. Desso kan in grote mate zelf bepalen met welke snelheid en op welke manier zij de
techniek verbeteren om cradle-to-cradle te behalen.
De tweede variabele is: financiële middelen. Ook dit is een variabele waar Desso invloed op
heeft. Weliswaar niet het moment waarop het binnenkomt en met welke hoeveelheden, maar
wel hoe het wordt ingezet. Bijvoorbeeld, gebruikt Desso het geld om zoveel mogelijk van
haar apparatuur te innoveren, zodat het doel (cradle-to-cradle) zo snel mogelijk wordt
behaald, of wordt een deel opgespaard en belegd, of krijgen de medewerkers loonsverhoging.
Ook dit is dus een variabele die van invloed is op het doel van Desso.
Met andere woorden, Desso kan investeren in/met financiële middelen, zoals sparen, zodat
een buffer ontstaat.
De laatste variabele is: vertrouwen/reputatie. Desso kan op deze variabele ook invloed
uitoefenen, door bijvoorbeeld goede en degelijke producten te leveren, die goed zijn voor het
milieu en die functioneren zoals wordt aangegeven. Hierdoor zal Desso meer vertrouwen
krijgen van de klant en zal de reputatie van het bedrijf ook groeien. Dit kan op zijn beurt
nieuwe klanten opleveren, wat hoogstwaarschijnlijk zal zorgen voor meer verkopen.
,In dit geval zijn de twee driving forces te onderscheiden: bewustwording en stimulatie. De
eerste, bewustwording, is een gebeurtenis in de contextuele omgeving die weergeeft in welke
mate de maatschappij rekening houdt met het milieu en probeert op een milieuvriendelijke
manier te leven. Dus, wordt er rekening gehouden met het milieu en men koopt producten die
daaraan bijdragen. Of wordt gedacht: ik leef over 80 jaar toch niet meer. Dit is mijn probleem
niet.
De tweede, stimulatie van financiële middelen. Dit betreft het overheidsondersteuning van
bijvoorbeeld bedrijven, in dit geval Desso, die op een bewuste manier met het milieu omgaan,
en dus milieubewust produceren. Deze ondersteunen zal, gezien de positieve relatie met
financiële middelen, een vorm van subsidie of vergoeding betreffen.
Scenario 1 (Stimulatie negatief, bewustwording negatief): In dit scenario is de samenleving
niet bewust van de milieuproblematiek, geeft zij hier niet om en wordt dus ook geen aandacht
besteed aan het kopen van milieuvriendelijke producten. Ook de overheid ziet de ernst van de
situatie niet in, en besteed haar geld liever aan andere zaken dan het stimuleren van
ondernemingen om het milieu te verbeteren.
Scenario 2 (Stimulatie positief, bewustwording negatief): In dit scenario is de samenleving
zich nog steeds niet bewust van het probleem, geeft zij hier niet om en wordt dus ook geen
aandacht besteed aan het kopen van milieuvriendelijke producten. De overheid daarentegen
ziet wel in dat het milieu aandacht verdient en probeert ondernemingen in de goede richting te
duwen door bijvoorbeeld subsidies of vergoeding te geven aan milieubewuste
ondernemingen, om zo de uitstoot van bijvoorbeeld schadelijke stoffen terug te dringen.
Scenario 3 (Stimulatie negatief, bewustwording positief): In dit geval ziet de samenleving het
probleem in, besteedt zij hier aandacht aan en probeert bewust producten te kopen die beter
zijn voor het milieu, bij organisaties die het milieu hoog in het vaandel hebben staan. De
overheid daarentegen gedraagt zich neutraal tegenover het probleem. Het is blijkbaar niet
urgent genoeg om ondernemingen die milieubewust zijn een financiële vergoedingen te geven
om ook andere organisatie te stimuleren milieubewust te produceren.
Scenario 4 (Stimulatie, positief, bewustwording positief):In dit geval ziet de samenleving het
probleem met betrekking tot het milieu, besteedt zij hier aandacht aan en probeert bewust
producten te kopen die beter zijn voor het milieu bij organisatie die het milieu hoog in het
vaandel hebben staan.
,Ook de overheid ziet de noodzaak om te veranderen in en stimuleert ondernemingen hier het
voortouw in te nemen, door deze financiële vergoedingen te geven om zo ook andere
organisatie een stimulans te geven om het milieubewuste pad te kiezen.
Variabele 1: Mate van technologie/technologische innovatie.
Variabele 2: Omgaan met financiële middelen
Variabele 3: De reputatie die Desso heeft en het vertrouwen van klanten in de onderneming.
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4
Investeren Dalende De overheid De samenleving is De samenleving is
in techniek verkoop (geen geeft geld, bewust van het bewust van het
bewustwording) maar de probleem (wellicht probleem (wellicht
, geen subsidies samenlevin stijgende verkoop). stijgende verkoop)
en het blijven g ziet het De overheid echter en de overheid
investeren in probleem niet, dus geen stimuleert
techniek om niet in. Dus subsidies. Wanneer ondernemingen ook.
cradle-to-cradle nog steeds Desso verder Wanneer Desso ook
te behalen, geen goede investeert, zal zij investeert in haar
brengt de verkoop. milieubewuster technologie om
financiële Door kunnen produceren, milieubewuster te
positie ernstig subsidies is en daarmee meer produceren, zal dit
in gevaar. dit deels op aandacht van de de aandacht nog
te vangen. klant krijgen. meer trekken.
Echter, Gevolg: goede Gevolg: zeer goede
Desso blijft financiële positie. financiële positie.
investeren
in
technologie.
Gevolg: een
matige
financiële
positie.
Investeren Dalende De overheid De samenleving is De samenleving is
financiële verkoop (geen geeft geld, bewust van het bewust van het
middelen bewustwording) maar de probleem (wellicht probleem (wellicht
, en geen subsidie samenlevin stijgende verkoop). stijgende verkoop)
zorgt voor een g ziet het De overheid echter en de overheid
slechte probleem niet, dus geen stimuleert
financiële niet in. Dus subsidies. Daarnaast onderneming.
positie. Door nog steeds creëert Desso een Hiernaast investeert
sparen en/of geen goede buffer door te Desso ook in en met
beleggen van verkoop. investeren (sparen, haar financiële
financiële Door beleggen) in haar middelen, waardoor
middelen kan dit subsidies is financiële middelen. een buffer ontstaat
gedeeltelijk dit deels op Gevolg: goede voor wellicht
worden te vangen. financiële positie. mindere tijden.
opgevangen, Daarnaast Verkopen worden
wat leidt tot een investeert hier echter niet mee
slechte Desso gepromoot.
financiële (sparen, Gevolg: goede
positie. beleggen) financiële positie.
ook in
financiële
middelen,
waardoor
een buffer
ontstaat.
Gevolg:
matige tot
redelijke
financiële
positie.
Investeren Ondanks de De overheid De samenleving is De samenleving is
reputatie dalende verkoop geeft geld, bewust van het bewust van het
(geen maar de probleem (wellicht probleem (wellicht
bewustwording) samenlevin stijgende verkoop). stijgende verkoop)
en geen subsidie g ziet het De overheid echter en de overheid
S4561724 Vince Stans
S4626230 Thomas de Vries
A Op basis van het causaal diagram, zijn drie control/stuurvariabelen gekozen. Dit zijn
variabelen waar de organisatie invloed op kan uitoefenen en dus kan benutten/inzetten om het
organisatiedoel (cradle-to-cradle) te behalen. De eerste gekozen variabele is: technische
innovatie. Desso kan in grote mate zelf bepalen met welke snelheid en op welke manier zij de
techniek verbeteren om cradle-to-cradle te behalen.
De tweede variabele is: financiële middelen. Ook dit is een variabele waar Desso invloed op
heeft. Weliswaar niet het moment waarop het binnenkomt en met welke hoeveelheden, maar
wel hoe het wordt ingezet. Bijvoorbeeld, gebruikt Desso het geld om zoveel mogelijk van
haar apparatuur te innoveren, zodat het doel (cradle-to-cradle) zo snel mogelijk wordt
behaald, of wordt een deel opgespaard en belegd, of krijgen de medewerkers loonsverhoging.
Ook dit is dus een variabele die van invloed is op het doel van Desso.
Met andere woorden, Desso kan investeren in/met financiële middelen, zoals sparen, zodat
een buffer ontstaat.
De laatste variabele is: vertrouwen/reputatie. Desso kan op deze variabele ook invloed
uitoefenen, door bijvoorbeeld goede en degelijke producten te leveren, die goed zijn voor het
milieu en die functioneren zoals wordt aangegeven. Hierdoor zal Desso meer vertrouwen
krijgen van de klant en zal de reputatie van het bedrijf ook groeien. Dit kan op zijn beurt
nieuwe klanten opleveren, wat hoogstwaarschijnlijk zal zorgen voor meer verkopen.
,In dit geval zijn de twee driving forces te onderscheiden: bewustwording en stimulatie. De
eerste, bewustwording, is een gebeurtenis in de contextuele omgeving die weergeeft in welke
mate de maatschappij rekening houdt met het milieu en probeert op een milieuvriendelijke
manier te leven. Dus, wordt er rekening gehouden met het milieu en men koopt producten die
daaraan bijdragen. Of wordt gedacht: ik leef over 80 jaar toch niet meer. Dit is mijn probleem
niet.
De tweede, stimulatie van financiële middelen. Dit betreft het overheidsondersteuning van
bijvoorbeeld bedrijven, in dit geval Desso, die op een bewuste manier met het milieu omgaan,
en dus milieubewust produceren. Deze ondersteunen zal, gezien de positieve relatie met
financiële middelen, een vorm van subsidie of vergoeding betreffen.
Scenario 1 (Stimulatie negatief, bewustwording negatief): In dit scenario is de samenleving
niet bewust van de milieuproblematiek, geeft zij hier niet om en wordt dus ook geen aandacht
besteed aan het kopen van milieuvriendelijke producten. Ook de overheid ziet de ernst van de
situatie niet in, en besteed haar geld liever aan andere zaken dan het stimuleren van
ondernemingen om het milieu te verbeteren.
Scenario 2 (Stimulatie positief, bewustwording negatief): In dit scenario is de samenleving
zich nog steeds niet bewust van het probleem, geeft zij hier niet om en wordt dus ook geen
aandacht besteed aan het kopen van milieuvriendelijke producten. De overheid daarentegen
ziet wel in dat het milieu aandacht verdient en probeert ondernemingen in de goede richting te
duwen door bijvoorbeeld subsidies of vergoeding te geven aan milieubewuste
ondernemingen, om zo de uitstoot van bijvoorbeeld schadelijke stoffen terug te dringen.
Scenario 3 (Stimulatie negatief, bewustwording positief): In dit geval ziet de samenleving het
probleem in, besteedt zij hier aandacht aan en probeert bewust producten te kopen die beter
zijn voor het milieu, bij organisaties die het milieu hoog in het vaandel hebben staan. De
overheid daarentegen gedraagt zich neutraal tegenover het probleem. Het is blijkbaar niet
urgent genoeg om ondernemingen die milieubewust zijn een financiële vergoedingen te geven
om ook andere organisatie te stimuleren milieubewust te produceren.
Scenario 4 (Stimulatie, positief, bewustwording positief):In dit geval ziet de samenleving het
probleem met betrekking tot het milieu, besteedt zij hier aandacht aan en probeert bewust
producten te kopen die beter zijn voor het milieu bij organisatie die het milieu hoog in het
vaandel hebben staan.
,Ook de overheid ziet de noodzaak om te veranderen in en stimuleert ondernemingen hier het
voortouw in te nemen, door deze financiële vergoedingen te geven om zo ook andere
organisatie een stimulans te geven om het milieubewuste pad te kiezen.
Variabele 1: Mate van technologie/technologische innovatie.
Variabele 2: Omgaan met financiële middelen
Variabele 3: De reputatie die Desso heeft en het vertrouwen van klanten in de onderneming.
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4
Investeren Dalende De overheid De samenleving is De samenleving is
in techniek verkoop (geen geeft geld, bewust van het bewust van het
bewustwording) maar de probleem (wellicht probleem (wellicht
, geen subsidies samenlevin stijgende verkoop). stijgende verkoop)
en het blijven g ziet het De overheid echter en de overheid
investeren in probleem niet, dus geen stimuleert
techniek om niet in. Dus subsidies. Wanneer ondernemingen ook.
cradle-to-cradle nog steeds Desso verder Wanneer Desso ook
te behalen, geen goede investeert, zal zij investeert in haar
brengt de verkoop. milieubewuster technologie om
financiële Door kunnen produceren, milieubewuster te
positie ernstig subsidies is en daarmee meer produceren, zal dit
in gevaar. dit deels op aandacht van de de aandacht nog
te vangen. klant krijgen. meer trekken.
Echter, Gevolg: goede Gevolg: zeer goede
Desso blijft financiële positie. financiële positie.
investeren
in
technologie.
Gevolg: een
matige
financiële
positie.
Investeren Dalende De overheid De samenleving is De samenleving is
financiële verkoop (geen geeft geld, bewust van het bewust van het
middelen bewustwording) maar de probleem (wellicht probleem (wellicht
, en geen subsidie samenlevin stijgende verkoop). stijgende verkoop)
zorgt voor een g ziet het De overheid echter en de overheid
slechte probleem niet, dus geen stimuleert
financiële niet in. Dus subsidies. Daarnaast onderneming.
positie. Door nog steeds creëert Desso een Hiernaast investeert
sparen en/of geen goede buffer door te Desso ook in en met
beleggen van verkoop. investeren (sparen, haar financiële
financiële Door beleggen) in haar middelen, waardoor
middelen kan dit subsidies is financiële middelen. een buffer ontstaat
gedeeltelijk dit deels op Gevolg: goede voor wellicht
worden te vangen. financiële positie. mindere tijden.
opgevangen, Daarnaast Verkopen worden
wat leidt tot een investeert hier echter niet mee
slechte Desso gepromoot.
financiële (sparen, Gevolg: goede
positie. beleggen) financiële positie.
ook in
financiële
middelen,
waardoor
een buffer
ontstaat.
Gevolg:
matige tot
redelijke
financiële
positie.
Investeren Ondanks de De overheid De samenleving is De samenleving is
reputatie dalende verkoop geeft geld, bewust van het bewust van het
(geen maar de probleem (wellicht probleem (wellicht
bewustwording) samenlevin stijgende verkoop). stijgende verkoop)
en geen subsidie g ziet het De overheid echter en de overheid