Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie
Seksuele stoornissen, genderdysforie en parafilia
Rutgers Kenniscentrum op het gebied van seksualiteit: Hoe staan we er nu voor?
Veel mensen ervaren weleens problemen met seksueel functioneren, slechts 10% van de
gehele bevolking heeft op geen enkel moment in het leven last van seksualiteit, wat wel
aangeeft dat het een ingewikkeld onderwerp is voor veel mensen. Ongeveer een op de vijf
mannen en een op de vier vrouwen ervaart problemen met seksueel functioneren. Toch
vraagt niet iedereen om hulp, hetgeen deels komt omdat er veel schaamte en verlegenheid
is om over dit onderwerp te praten. Tevens vinden hulpverleners het vaak lastig om vragen te
stellen over seks.
Doelen van het college
Beschrijven
Beschrijvende diagnose [classificatie DSM 5] van seksuele stoornissen, waarbij de
seksuele responscyclus grotendeels als leidraad wordt genomen.
Begrijpen
Verklarende diagnose van seksuele stoornissen, waarbij de een cognitief
gedragstherapeutisch model [G-schema: gebeurtenis, gedachten en gevoelens,
gedragsreactie en –seksuele- gevolgen] als leidraad wordt genomen.
Behandelen
Cognitief gedragstherapeutische interventies en soms medicamenteus
Biopsychosociale belemmeringen bij seksualiteit
Seksueel Lichamelijk
Inadequate stimulatie Vermoeidheid
Beperkt seksueel repertoire Anatomische aandoeningen
Prestatiegericht Hormonale aandoeningen
Seksuele problemen partner Neurologische aandoeningen
Irreële verwachtingen (mythes) Cardiovasculaire aandoeningen
Medicatiegebruik
Sociaal Psychologisch
Relatieproblemen Gebrek aan kennis of onjuiste kennis
Verschil in verlangen Gebrek aan vaardigheden
Miscommunicatie over wensen en grenzen Stress en life events
Repressieve culturele normen en waarden Levensfaseproblematiek
Repressieve religieuze normen en waarden Depressie, woede of angst
Geen partner Belemmerende negatieve gedachten
Geen geschikte plek Negatief zelfbeeld
Negatief lichaamsbeeld
Negatieve seksuele ervaringen
Cognitief gedragstherapeutische interventies
De oorzaken van de meeste seksuele problemen komen in de kern grotendeels neer op:
Een gebrek aan adequate psychische en of lichamelijke stimulatie
Negatieve interpretatie van seksuele prikkels
Geen of weinig aandacht voor de eigen beleving en/of voor het contact met de
partner
, Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie
Selectief gerichte aandacht op negatieve aspecten
Daarvoor hebben we in huis:
Psycho-educatie: inzicht verwerven in voorwaarden om seksueel te kunnen
responderen
Cognitieve uitdaagtechnieken: herstructureren van remmende gedachten
Gedragstherapeutische technieken: Sensate focus
Lichamelijke interventies
Nauwe samenwerking met gynaecoloog, uroloog en/of huisarts name bij
dyspareunie, somatische klachten, medicijngebruik
Eventueel ook operatieve verwijdering of aanpassen van pijnlijke gedeelten
Samenwerking met bekkenfysiotherapeut (doel: controle en ontspanning) met name
bij dyspareunie, in mindere mate ook bij erectieklachten
Gebruik van:
o Vacuümpomp,
o Implantaten,
o Glijmiddel,
o Lokale verdovingscrème, etc.
Medicamenteuze behandeling [bijv. extra androgenen of testosteron [denk aan
Viagra]
Beschrijven
De DSM-5 onderscheid drie groepen stoornissen, namelijk parafiele stoornissen,
genderdysforie en seksuele disfuncties of stoornissen. Seksuele stoornissen worden
voornamelijk opgevat als een verstoring in het vermogen om seksueel te responderen of het
onvermogen om seksueel plezier te ervaren.
Seksuele responscyclus
De seksuele responscyclus wordt bij de classificatie van seksuele stoornissen grotendeels als
leidraad genomen. Deze cyclus begint met de solo fase, waarbij iemand verlangen ervaart,
hetgeen vanzelf kan komen, maar ook geprikkeld kan worden door bijvoorbeeld een
aanraking of een opwindende gedachte. In deze fase is er sprake van oriëntatie op seksuele
activiteit en deze wordt niet gekenmerkt door een specifieke fysiologische reactie, waarbij
het voor anderen niet merkbaar is dat die persoon een verlangen heeft.
De volgende fase is de opwindingsfase, waarbij er sprake kan zijn van interactie tussen
verschillende personen. Gedurende deze fase neemt de opwinding die de persoon voelt toe,
hetgeen ook te voelen is in de geslachtsorganen. De penis kan stijver worden, de vagina
vochtiger, de tepels worden harder en het hart gaat sneller kloppen. Binnen deze fase is er
sprake van een fysieke maar ook een psychische opbouw naar de seksuele activiteit en het
orgasme. Het lichaam zorgt ervoor dat het mogelijk is dat mensen de seksuele activiteit en
interactie beleven met liefdevolle gevoelens.
De derde fase is de plateaufase, waarbij er sprake is van opwinding die blijft hangen en
eigenlijk nauwelijks nog kan toenemen. Dit is de fase vlak voordat het orgasme plaatsvindt,
hetgeen de ontlading van de seksuele energie is. Veel mensen ervaren het orgasme als
Seksuele stoornissen, genderdysforie en parafilia
Rutgers Kenniscentrum op het gebied van seksualiteit: Hoe staan we er nu voor?
Veel mensen ervaren weleens problemen met seksueel functioneren, slechts 10% van de
gehele bevolking heeft op geen enkel moment in het leven last van seksualiteit, wat wel
aangeeft dat het een ingewikkeld onderwerp is voor veel mensen. Ongeveer een op de vijf
mannen en een op de vier vrouwen ervaart problemen met seksueel functioneren. Toch
vraagt niet iedereen om hulp, hetgeen deels komt omdat er veel schaamte en verlegenheid
is om over dit onderwerp te praten. Tevens vinden hulpverleners het vaak lastig om vragen te
stellen over seks.
Doelen van het college
Beschrijven
Beschrijvende diagnose [classificatie DSM 5] van seksuele stoornissen, waarbij de
seksuele responscyclus grotendeels als leidraad wordt genomen.
Begrijpen
Verklarende diagnose van seksuele stoornissen, waarbij de een cognitief
gedragstherapeutisch model [G-schema: gebeurtenis, gedachten en gevoelens,
gedragsreactie en –seksuele- gevolgen] als leidraad wordt genomen.
Behandelen
Cognitief gedragstherapeutische interventies en soms medicamenteus
Biopsychosociale belemmeringen bij seksualiteit
Seksueel Lichamelijk
Inadequate stimulatie Vermoeidheid
Beperkt seksueel repertoire Anatomische aandoeningen
Prestatiegericht Hormonale aandoeningen
Seksuele problemen partner Neurologische aandoeningen
Irreële verwachtingen (mythes) Cardiovasculaire aandoeningen
Medicatiegebruik
Sociaal Psychologisch
Relatieproblemen Gebrek aan kennis of onjuiste kennis
Verschil in verlangen Gebrek aan vaardigheden
Miscommunicatie over wensen en grenzen Stress en life events
Repressieve culturele normen en waarden Levensfaseproblematiek
Repressieve religieuze normen en waarden Depressie, woede of angst
Geen partner Belemmerende negatieve gedachten
Geen geschikte plek Negatief zelfbeeld
Negatief lichaamsbeeld
Negatieve seksuele ervaringen
Cognitief gedragstherapeutische interventies
De oorzaken van de meeste seksuele problemen komen in de kern grotendeels neer op:
Een gebrek aan adequate psychische en of lichamelijke stimulatie
Negatieve interpretatie van seksuele prikkels
Geen of weinig aandacht voor de eigen beleving en/of voor het contact met de
partner
, Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie
Selectief gerichte aandacht op negatieve aspecten
Daarvoor hebben we in huis:
Psycho-educatie: inzicht verwerven in voorwaarden om seksueel te kunnen
responderen
Cognitieve uitdaagtechnieken: herstructureren van remmende gedachten
Gedragstherapeutische technieken: Sensate focus
Lichamelijke interventies
Nauwe samenwerking met gynaecoloog, uroloog en/of huisarts name bij
dyspareunie, somatische klachten, medicijngebruik
Eventueel ook operatieve verwijdering of aanpassen van pijnlijke gedeelten
Samenwerking met bekkenfysiotherapeut (doel: controle en ontspanning) met name
bij dyspareunie, in mindere mate ook bij erectieklachten
Gebruik van:
o Vacuümpomp,
o Implantaten,
o Glijmiddel,
o Lokale verdovingscrème, etc.
Medicamenteuze behandeling [bijv. extra androgenen of testosteron [denk aan
Viagra]
Beschrijven
De DSM-5 onderscheid drie groepen stoornissen, namelijk parafiele stoornissen,
genderdysforie en seksuele disfuncties of stoornissen. Seksuele stoornissen worden
voornamelijk opgevat als een verstoring in het vermogen om seksueel te responderen of het
onvermogen om seksueel plezier te ervaren.
Seksuele responscyclus
De seksuele responscyclus wordt bij de classificatie van seksuele stoornissen grotendeels als
leidraad genomen. Deze cyclus begint met de solo fase, waarbij iemand verlangen ervaart,
hetgeen vanzelf kan komen, maar ook geprikkeld kan worden door bijvoorbeeld een
aanraking of een opwindende gedachte. In deze fase is er sprake van oriëntatie op seksuele
activiteit en deze wordt niet gekenmerkt door een specifieke fysiologische reactie, waarbij
het voor anderen niet merkbaar is dat die persoon een verlangen heeft.
De volgende fase is de opwindingsfase, waarbij er sprake kan zijn van interactie tussen
verschillende personen. Gedurende deze fase neemt de opwinding die de persoon voelt toe,
hetgeen ook te voelen is in de geslachtsorganen. De penis kan stijver worden, de vagina
vochtiger, de tepels worden harder en het hart gaat sneller kloppen. Binnen deze fase is er
sprake van een fysieke maar ook een psychische opbouw naar de seksuele activiteit en het
orgasme. Het lichaam zorgt ervoor dat het mogelijk is dat mensen de seksuele activiteit en
interactie beleven met liefdevolle gevoelens.
De derde fase is de plateaufase, waarbij er sprake is van opwinding die blijft hangen en
eigenlijk nauwelijks nog kan toenemen. Dit is de fase vlak voordat het orgasme plaatsvindt,
hetgeen de ontlading van de seksuele energie is. Veel mensen ervaren het orgasme als