tweetaligheid: algemeen begrip voor meertaligheid.
1. taal overkapping
2. 2 talen woorden er gesproken
3. 1 spreek 1 taal en sommige spreken de andere taal
minderheidstalen kunnen autochtoon of allochtoon zijn
diglossie: in een tweetalige gemeenschap is er een functiescheiding. H is de officiele
taal en wordt in formele situatie gebruik wordt bijna niet als moedertaal geleerd. L is
de taal voor het alledaagse, informele gebruik is de moedertaal.
lingua franca: als 2 mensen een taal spreken waarvan het geen van beide de
moedertaal is. hierdoor raakt de minderheidstaal in de verdrukking
waardoornniemand meer deze taal gaat spreken
taaldood: een taal sterft uit
taalpolitiek: als de overheid wil ingrijpen in de taal
- volledig ingaan van dominante taal. minderheidstaal wordt ontmoedigd of
verboden
- onverschilligheid (erbij laten)
- actief het gebruik van de minderheidstaal stimuleren
transitioneel programma: 1 minderheidstaal wordt eerst als voertaal gesproken dan wordt
de nationale taal ingevoerd totdat de minderheidstaal gebruikt. (wordt in scholen gedaan) de
minderheidstaal kan dan wel als vak gegeven worden
1. interferentie: elementen van de moedertaal komen in de doeltaal terecht
2. codewisseling: de spreker schakelt over van een taal naar de ander
3. ontlening; een taal uit een andere taal nemen en in ‘onze’ taal plakken
pidgin: vereenvoudig taalsysteem dat wordt gebruikt door mensen die geen
gemeenschappelijke taal spreken
creooltaal: een taal die uit een pidgin is ontstaan maar die zich veel verder heeft ontwikkeld.
doordat hij als moedertaal wordt geleerd.
reflexicatie: woordenschat wordt vervangen maar de grammatica blijft (bij creooltaal)
1. taal overkapping
2. 2 talen woorden er gesproken
3. 1 spreek 1 taal en sommige spreken de andere taal
minderheidstalen kunnen autochtoon of allochtoon zijn
diglossie: in een tweetalige gemeenschap is er een functiescheiding. H is de officiele
taal en wordt in formele situatie gebruik wordt bijna niet als moedertaal geleerd. L is
de taal voor het alledaagse, informele gebruik is de moedertaal.
lingua franca: als 2 mensen een taal spreken waarvan het geen van beide de
moedertaal is. hierdoor raakt de minderheidstaal in de verdrukking
waardoornniemand meer deze taal gaat spreken
taaldood: een taal sterft uit
taalpolitiek: als de overheid wil ingrijpen in de taal
- volledig ingaan van dominante taal. minderheidstaal wordt ontmoedigd of
verboden
- onverschilligheid (erbij laten)
- actief het gebruik van de minderheidstaal stimuleren
transitioneel programma: 1 minderheidstaal wordt eerst als voertaal gesproken dan wordt
de nationale taal ingevoerd totdat de minderheidstaal gebruikt. (wordt in scholen gedaan) de
minderheidstaal kan dan wel als vak gegeven worden
1. interferentie: elementen van de moedertaal komen in de doeltaal terecht
2. codewisseling: de spreker schakelt over van een taal naar de ander
3. ontlening; een taal uit een andere taal nemen en in ‘onze’ taal plakken
pidgin: vereenvoudig taalsysteem dat wordt gebruikt door mensen die geen
gemeenschappelijke taal spreken
creooltaal: een taal die uit een pidgin is ontstaan maar die zich veel verder heeft ontwikkeld.
doordat hij als moedertaal wordt geleerd.
reflexicatie: woordenschat wordt vervangen maar de grammatica blijft (bij creooltaal)