Aardrijkskunde hoofdstuk 2
§2: Planeet Aarde
De zon is net als andere sterren een gloeiend hete gasbol die enorme
hoeveelheden energie produceert. Rond de zon draaien planeten; koude bollen
die verwarmd en verlicht worden door de zon. Sommige planeten bestaan uit
vast gesteente, andere uit gas. Het licht van de zon doet er 8 minuten over om
bij de aarde te komen. Het licht van sterren die je ’s nachts ziet heeft er
miljoenen jaren over gedaan.
Er zijn grote verschillen tussen de planeten. De aarde lijkt nog het meeste op
haar buurplaneten Venus en Mars. Ze hebben namelijk het volgende gemeen:
Ze zijn allemaal ongeveer even groot
Ze bestaan uit hetzelfde materiaal
Ze hebben vergelijkbare opbouw
Ze staan allemaal vrij dicht bij de zon
Er zijn ook verschillen. Op aarde leven allerlei soorten organismen, maar op
Venus en Mars is dit onmogelijk. Ook de korst van de planeten zijn verschillend.
De aarde bestaat uit twee soorten korst, namelijk de oceaanbodem en de
continenten. Omdat de oceaanbodem bestaat uit het vulkanische gesteente
basalt ligt dit deel van de aardkorst veel lager dan de continentale korst die
bestaat uit lichtere gesteenten zoals graniet en sedimentgesteenten.
Om de volgorde van de planeten te onthouden:
Met Venus Als Maan Jaagt Saturnus Uranus Na
De kalkrotsen in Engeland bestaan uit enorme hoeveelheden samengeperste
schelpen en kalkskeletjes van algen. Ook andere gesteenten zoals steenkool,
bruinkool en veen zijn opgebouwd uit overblijfselen van planten en bomen
(levende organismen). Alle gesteentes die ontstaan uit levende organismen
noem je organische sedimentgesteenten. Dit komt overal op aarde voor. Doordat
planten en kalkdieren CO2 opnemen is de samenstelling van de atmosfeer
veranderd.
Men denkt dat de aarde ongeveer 4,5 miljard jaar oud is. In het begin was alles
super heet en gesmolten. Daarna is de aarde afgekoeld en zijn de aardkern,
aardmantel en aardkorst gevormd. Door de enorme vulkanische activiteit kwam
er waterdamp en CO2 in de lucht. Door de afkoeling veranderde de waterdamp
weer in water, wat nu voor een groot deel in de zee ligt. Heel langzaam werden
de omstandigheden geschikt voor organismen.
Copyright: Noa Jansen, Roosendaal
§2: Planeet Aarde
De zon is net als andere sterren een gloeiend hete gasbol die enorme
hoeveelheden energie produceert. Rond de zon draaien planeten; koude bollen
die verwarmd en verlicht worden door de zon. Sommige planeten bestaan uit
vast gesteente, andere uit gas. Het licht van de zon doet er 8 minuten over om
bij de aarde te komen. Het licht van sterren die je ’s nachts ziet heeft er
miljoenen jaren over gedaan.
Er zijn grote verschillen tussen de planeten. De aarde lijkt nog het meeste op
haar buurplaneten Venus en Mars. Ze hebben namelijk het volgende gemeen:
Ze zijn allemaal ongeveer even groot
Ze bestaan uit hetzelfde materiaal
Ze hebben vergelijkbare opbouw
Ze staan allemaal vrij dicht bij de zon
Er zijn ook verschillen. Op aarde leven allerlei soorten organismen, maar op
Venus en Mars is dit onmogelijk. Ook de korst van de planeten zijn verschillend.
De aarde bestaat uit twee soorten korst, namelijk de oceaanbodem en de
continenten. Omdat de oceaanbodem bestaat uit het vulkanische gesteente
basalt ligt dit deel van de aardkorst veel lager dan de continentale korst die
bestaat uit lichtere gesteenten zoals graniet en sedimentgesteenten.
Om de volgorde van de planeten te onthouden:
Met Venus Als Maan Jaagt Saturnus Uranus Na
De kalkrotsen in Engeland bestaan uit enorme hoeveelheden samengeperste
schelpen en kalkskeletjes van algen. Ook andere gesteenten zoals steenkool,
bruinkool en veen zijn opgebouwd uit overblijfselen van planten en bomen
(levende organismen). Alle gesteentes die ontstaan uit levende organismen
noem je organische sedimentgesteenten. Dit komt overal op aarde voor. Doordat
planten en kalkdieren CO2 opnemen is de samenstelling van de atmosfeer
veranderd.
Men denkt dat de aarde ongeveer 4,5 miljard jaar oud is. In het begin was alles
super heet en gesmolten. Daarna is de aarde afgekoeld en zijn de aardkern,
aardmantel en aardkorst gevormd. Door de enorme vulkanische activiteit kwam
er waterdamp en CO2 in de lucht. Door de afkoeling veranderde de waterdamp
weer in water, wat nu voor een groot deel in de zee ligt. Heel langzaam werden
de omstandigheden geschikt voor organismen.
Copyright: Noa Jansen, Roosendaal