Toegepaste Psychologie, periode 1
Toetsdoelen uitgewerkt per fase
Algemeen:
Student herkent in een artikel over een bestaande en uitgevoerde voorlichting, de
verschillende fasen van het Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en
Gedragsverandering.
Student beschrijft deze fasen zoals ze worden weergegeven in het betreffende artikel.
Student maakt matrix met determinanten, gedragsdoelen en veranderingsdoelen aan de
hand van de tekst van het betreffende artikel.
De student herkent de fasen in het Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en
Gedragsverandering. D.m.v. een casus.
Het Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en Gedragsverandering
De student maakt onderscheid tussen de begrippen primaire, secundaire en tertiaire
preventie.
3 vormen van preventie:
Primair Voorkomen van gezondheidsproblemen of aandoeningen.
Secundair Mensen in voorstadium of vroeg stadium van ziekte identificeren om erger te
voorkomen.
Tertiair Beheersen van handicap of ziekte om verdere invalidering te voorkomen. Mensen zijn al
ziek. Mensen ermee leren omgaan.
1
, De student kan kwantitatieve maten van de staat van de volksgezondheid herkennen en
toepassen.
De student kan onderscheid maken tussen het optreden van aandoeningen bij mensen van
verschillende leeftijden, komend uit verschillende groepen en gebieden.
Fase 1: Wat is het probleem? Hoe erg is het?
Kwantitatieve maten:
- Gezondheidstoestand algemene bevolking
Levensverwachting gemiddeld aantal jaren dat mensen leven (op een bepaalde plek), gebaseerd op
sterftecijfers.
Gezonde levensverwachting gemiddeld aantal jaren leven in goede gezondheid, gemeten met
enquêtes die bepaalde indicatoren meten.
QALY en QALE QALY: kwaliteit van leven kan minder zijn door een bepaalde ziekte. Dan telt een
jaar minder mee. Bijvoorbeeld: ik heb een chronisch vermoeidheidssyndroom, dan telt een jaar van
mij minder mee dan een jaar toen ik nog niet ziek was: mijn jaar telt bijvoorbeeld maar voor 80%.
QALE: mijn voor kwaliteit gewogen levensverwachting is dus lager: als je mijn QALE’s allemaal bij
elkaar optelt krijg je bijvoorbeeld 75 in plaats van 83 (levensverwachting voor vrouwen). Mijn
levensverwachting is wel 83, maar mijn QALE is 75.
- Het optreden van aandoeningen
Prevalentie hoeveel mensen lijden er aan een specifieke ziekte?
Incidentie hoeveel nieuwe gevallen komen er (jaarlijks) bij?
Sterftecijfer hoeveel mensen overlijden er aan deze ziekte?
Hiermee kan goed beargumenteerd worden waarom iets een groot probleem is.
- De impact van aandoeningen
Verloren levensjaren jaren die mensen extra hadden kunnen leven als ze niet zouden lijden aan
een bepaald gezondheidsprobleem. Hoeveel jaren iemand langer had kunnen leven zonder de ziekte
of handicap.
Ziektejaren hoeveel jaren zijn mensen al ziek?
DALY’s verloren levensjaren + levensjaren met de ziekte. De omvattende maat voor de ‘ziektelast’.
Wordt veel gebruikt om aandoeningen met elkaar te vergelijken.
(berekeningen hoef je niet te kennen)
Fase 2: Hoe komt het en welk gedrag is daaraan te koppelen? Onderzoek deze gedragen, zoek naar
de oorzaak (in termen van gedrag).
Student herkent de verschillende verstorende variabelen bij de interpretatie van
epidemiologisch onderzoek.
Confounder factor die invloed heeft op zowel het resultaat als de oorzakelijke gedrag.
Mediator factor die de werkelijke oorzaak verklaart. Dus bijvoorbeeld niet dat kleine kinderen te veel eten
maar dat de ouders ze teveel eten geven, en daardoor krijgen ze overgewicht.
Moderator Het loopt niet direct via dat maar het werkt wel stimulerend of remmend op het probleem. Dus
het heeft wel invloed.
2