• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 6 pages
Summary

Samenvatting - Nederlands, leestheorie

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 6 pages

Samenvatting van 6 pagina's voor het vak Nederlands aan de VWO / Gymnasium (-)

Content preview

Leestheorie
Onderwerp, hoofdgedachte, tekstdoel en ti tel

 Onderwerp = woord of woordgroep dat aangeeft waar de tekst over gaat.
 Hoofdgedachte = een zin die het belangrijkste weergeeft over wat erover het onderwerp
wordt gezegd.
 Tekstdoelen = wat een schrijver met zijn tekst wil bereiken bij het publiek.
 Amuseren = het publiek vermaken
 Informeren = het publiek iets uitleggen
 Opiniëren = het publiek een mening laten vormen
 Overtuigen = het publiek een mening laten overnemen
 Activeren = het publiek aan zetten om iets te gaan doen of juist niet te doen
 Als de hoofdgedachte een constatering is, is het tekstdoel informeren of opiniëren.
 Als de hoofdgedachte een mening is, is het tekstdoel overtuigen en/of activeren.
 Informerende titel = geeft aan waar de tekst overgaat.
 Motiverende titel = maakt de lezer nieuwsgierig naar de tekst.

Inleiding en slot

 Functies inleiding:
o De aandacht trekken
o Het onderwerp van de tekst introduceren.
 Manieren om inleiding aantrekkelijk te maken:
o Naar een actuele gebeurtenis verwijzen
o Kort de voorgeschiedenis beschrijven
o Een aantrekkelijk voorbeeld geven
o Het belang voor het publiek aangeven
 Sterke eerste zinnen voor de inleiding:
o Een intrigerende vraag
o ‘schokkende’ of opvallende cijfers
o Een schijnbare tegenstelling
o Een prikkelend citaat
o Een suggestieve of raadselachtige opsomming
 Manieren om onderwerp te introduceren:
o Er worden vragen gesteld  in het middenstuk beantwoord
o Er wordt een mening/standpunt geformuleerd  in het middenstuk argumenten
o Er wordt een probleem geschetst  in het middenstuk oplossing/verklaring
 Wat een slot kan bevatten
o De hoofdgedachte
o Een samenvatting
o Een afweging
o Een aansporing of aanbeveling
o Een toekomstverwachting
 Manieren een slot aantrekkelijk te maken
o Een aansluiting op de inleiding
o Een pakkende slotzin

Middenstuk

,  Een deelonderwerp kan worden aangegeven met een structureerde zin of een tussenkopje
 Tekststructuren:
 Argumentatiestructuur
 Inleiding: stelling, standpunt
 Middenstuk: argumenten voor de stelling
 Slot: tegenargumenten (+weerlegging) of herhaling stelling
 Aspectenstructuur
 Inleiding: aankondiging onderwerp
 Middenstuk: diverse aspecten van het onderwerp
 Slot: samenvatting
 Probleem-oplossingsstructuur
 Inleiding: probleem
 Middenstuk: gevolgen
 Slot: oorzaken, oplossingen, de beste oplossing
 Verklaringsstructuur
 Inleiding: bepaald verschijnsel
 Middenstuk: kenmerken, voorbeelden
 Slot: verklaringen, oorzaken, redenen, samenvatting, conclusie
 Verleden-heden(-toekomst)structuur
 Inleiding: introductie onderwerp
 Middenstuk: situatie vroeger
 Slot: situatie nu, voorspelling situatie in de toekomst, conclusie
 Voor- en nadelenstructuur
 Inleiding: vraag of stelling
 Middenstuk: voor- en nadelen
 Slot: afweging of conclusie
 Vraag- antwoordstructuur
 Inleiding: vraag
 Middenstuk: antwoorden
 Slot: samenvatting of conclusie

Alinea’s en kernzinnen

 Kernzin is vaak de eerste, tweede of laatste zin van een alinea.

Signaalwoorden en functi ewoorden

Verband Signaalwoorden
Opsommend Ook, tevens, bovendien, daarnaast, vervolgens, verder, ten slotte
Tegenstellend Maar, echter, niettemin, toch, desondanks, evenwel, daarentegen
Chronologisch Eerst, dan, daarna, uiteindelijk, eens, toen, vroeger, later, voordat
Oorzakelijk Doordat, daardoor, als gevolg van, waardoor, zodat
Toelichtend Zo, bijvoorbeeld, zoals, neem nou
Voorwaardelijk Als, indien, wanneer, in het geval dat, tenzij, mits
Redengevend Daarom, omdat, dus, want, namelijk, dat blijkt uit
Vergelijkend Zoals, evenals
Doel-middel Met de bedoeling, opdat, zodat, daarvoor, waarvoor, voor
Toegevend Ookal, weliswaar, hoewel, ofschoon
Samenvattend Kortom, samengevat, met andere woorden, al met al
Concluderend Dus, daarom, dat houdt in, concluderend, kortom, al met al

Document information

Level
School year
6
Uploaded on
October 17, 2023
Number of pages
6
Written in
2023/2024
Type
Summary
$7.20

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
18
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions