Anne Starmans | | HAN University of Applied Sciences | BIN-V1A
Hoofdstuk 1, stoffen en hoofdstuk 2, chemische reactie
moleculen en atomen
Stof = een samenstelling van bepaalde moleculen
Element = stof die uit één soort atomen bestaat met een gelijke en unieke kernlading
Molecuul = kleine atomen waaruit een stof is opgebouwd (H 2O)
Atoom = kleine bouwstenen van een element
Chemische reactie = een blijvende verandering van stoffen. In een chemische reactie worden de
atomen van de stoffen opnieuw gegroepeerd en ontstaan er nieuwe stoffen. Bijvoorbeeld:
glucose + zuurstof koolstofdioxide + water
Fasen:
Vast solid (s)
Vloeibaar liquid (l)
Gas (g)
Opgelost in water aqua (aq)
Met water (s) wordt ijs bedoeld en met water (g) waterdamp of stoom. Suiker (s) is de witte vaste
stof, suiker (aq) is opgelost in water.
Fase overgangen:
Vast vloeibaar : smelten
Vloeibaar vast : stollen
Vloeibaar gas : verdampen
Gas vloeibaar : condenseren
Vast gas : sublimeren of vervluchtigen
Gas vast : sublimeren of rijpen
Sublimeren kan zowel de overgang van vast naar gas, als van gas naar vast betekenen.
De molecuultheorie (zie verderop) verklaart de faseovergangen.
,Stofeigenschappen:
Smeltpunt
Kookpunt
Smaak
Geur
Kleur
Dichtheid
Brandbaarheid
Geleidbaarheid voor elektrische stroom
Een chemische reactie is vaak te herkennen aan een verandering van stofeigenschappen.
Zuivere stof = bestaat uit één soort moleculen en heeft een smelt- en kookpunt
Mengsel = bestaat uit verschillende soorten moleculen door elkaar en heeft een smelt en kooktraject
Diffusie = 2 vloeistoffen kunnen mengen zonder dat ze geroerd worden (hoog naar laag). Diffusie
gaat sneller als de temperatuur hoger is.
Absolute 0 punt = Als moleculen langzamer bewegen, wordt het voorwerp kouder. Als de moleculen
helemaal stilstaan, is het absolute 0-punt bereikt. Dit is bij -273 graden Celsius. Dit is gelijk aan 0 K.
Als moleculen in een voorwerp sneller bewegen, wordt het voorwerp warmer en hebben ze meer
ruimte nodig en zet het voorwerp uit. Als ze langzamer bewegen, hebben ze minder ruimte nodig en
krimpt het voorwerp. Water is een uitzondering. Als dit bevriest gaan de moleculen wat verder van
elkaar staan, waardoor het volume groter wordt. (zie h4 voor meer uitleg)
Cohesie = de aantrekkingskracht van dezelfde stof (kwik)
Adhesie = de aantrekkingskrachten tussen moleculen van
verschillende stoffen (water)
, Scheidingsmethoden:
scheidingsmethode Scheiding van … Berust op verschil in
Filtreren Vaste stof en vloeistof Deeltjesgrootte
Bezinken Vaste stof en vloeistof Dichtheid
Indampen Vaste stof en vloeistof Kookpunt
Extraheren Mengsel van stoffen (vast, Oplosbaarheid
vloeibaar, gasvormig)
Destilleren -Vaste stof en vloeistof Kookpunt
-Vloeistof en vloeistof
Adsorberen -Opgeloste stoffen Aanhechtingsvermogen
-Gasvormige stoffen
Filtreren Destillatie
Adsorptie
Adsorptie betekent aanhechting en absorptie betekent opslurpen. Actieve kool adsorbeert en een
spons absorbeert.
Ontleding = uit één zuivere stof ontstaan meerdere andere stoffen.
Er zijn 7 niet ontleedbare stoffen, deze komen altijd in 2 voor:
Claire Fietst Naar Brabant In Haar Onderbroek
Ontledingsreacties:
Thermolyse
Elektrolyse
Fotolyse