Oefenvragen hoofdstuk 7
Wat is een serotype of serovar? (p91)
Typen die afwijken in 1 of meerdere minder belangrijke eigenschappen. Als deze alleen verschillende
antigenen vertonen.
Wat is faagtypering? (p91)
Een bepaald bacteriofaagtype kan alleen specifieke stammen binnen een soort aantasten.
Bacteriën die nog fijnere verschillen hebben dan de biotypen of serotypen.
Wat is het G+C-gehalte? Hoe kan men het G+C gehalte bepalen? (p94)
Het G+C gehalte is het percentage stikstofbasen op een DNA molecuul
dat ofwel guanine of cytosine zijn.
Wat is ribotypering? (p95)
Bij robotypering worden de genen gebruikt die instaan voor ribosomen.
Een identificatiemethode dat informatie gebruikt van de rRNA gebaseerde fylogenetische
eigenschappen.
Hoe kan men nagaan of een bacterie een bepaald suiker kan omzett en? (p102)
Door het uitvoeren van de koolhydraatfermentatie.
Wat gebeurt er met de zuurtegraad van het medium als een bacterie een suiker
fermenteert? (p103)
Ze vormt na incubatie zure eindproducten.
Wat wordt er getest met de Methylrood test? Leg deze test uit (p103)
Men kan nagaan of een bacterie na fermentatie van glucose zoveel zure eindproducten heeft
gevormd, dat de fosfaatbuffer van het medium niet in staat i som de p H constant te houden
MR-positieve stabiele zure eindproducten p H dalen sterker dan buffersysteem rood
MR-negatieve eerst gevormde zuren neutrale eindproducten geel
Waarom worden de aminozuren ornithine, lysine en arginine gebruikt bij de
decarboxylase testen? (p104) + internet
Ze worden gebruikt als identificatiemiddel. De eindproducten van de aminozuren na in contact te
komen met het decarboxylase zijn zuur genoeg om de pH genoeg te verhogen zodat het mengsel
paars kleurt.
Wat kan men nagaan als een bacterie geënt wordt op een Hugh en Leifson medium? (p
104)
Of een bacterie oxidatief of fermentatieve omzetting doet.
Wat is een serotype of serovar? (p91)
Typen die afwijken in 1 of meerdere minder belangrijke eigenschappen. Als deze alleen verschillende
antigenen vertonen.
Wat is faagtypering? (p91)
Een bepaald bacteriofaagtype kan alleen specifieke stammen binnen een soort aantasten.
Bacteriën die nog fijnere verschillen hebben dan de biotypen of serotypen.
Wat is het G+C-gehalte? Hoe kan men het G+C gehalte bepalen? (p94)
Het G+C gehalte is het percentage stikstofbasen op een DNA molecuul
dat ofwel guanine of cytosine zijn.
Wat is ribotypering? (p95)
Bij robotypering worden de genen gebruikt die instaan voor ribosomen.
Een identificatiemethode dat informatie gebruikt van de rRNA gebaseerde fylogenetische
eigenschappen.
Hoe kan men nagaan of een bacterie een bepaald suiker kan omzett en? (p102)
Door het uitvoeren van de koolhydraatfermentatie.
Wat gebeurt er met de zuurtegraad van het medium als een bacterie een suiker
fermenteert? (p103)
Ze vormt na incubatie zure eindproducten.
Wat wordt er getest met de Methylrood test? Leg deze test uit (p103)
Men kan nagaan of een bacterie na fermentatie van glucose zoveel zure eindproducten heeft
gevormd, dat de fosfaatbuffer van het medium niet in staat i som de p H constant te houden
MR-positieve stabiele zure eindproducten p H dalen sterker dan buffersysteem rood
MR-negatieve eerst gevormde zuren neutrale eindproducten geel
Waarom worden de aminozuren ornithine, lysine en arginine gebruikt bij de
decarboxylase testen? (p104) + internet
Ze worden gebruikt als identificatiemiddel. De eindproducten van de aminozuren na in contact te
komen met het decarboxylase zijn zuur genoeg om de pH genoeg te verhogen zodat het mengsel
paars kleurt.
Wat kan men nagaan als een bacterie geënt wordt op een Hugh en Leifson medium? (p
104)
Of een bacterie oxidatief of fermentatieve omzetting doet.