Thema 4
Hoe kan het dat iemand een valse bekentenis aflegt?
Kassin, Saul M.,. (2015). The Social Psychology of False Confessions.
An Historical Overview
Er doen zich wel eens zaken voor waarbij mensen bekennen dat ze iets gedaan hebben, maar waarbij
achteraf blijkt dat ze het helemaal niet gedaan hebben. Het lijkt erg tegenstrijdig dat iemand door
sociale druk een valse bekentenis doet, terwijl dit zijn/haar vrijheid en zelfs leven kan kosten. Rond
1900 kwamen de eerste artikelen die dit fenomeen beschreven, maar er was nog niet veel animo voor.
Pas jaren later kwamen er steeds meer onderzoeken naar false confessions. Van de verkeerd
beoordeelde misdaden is 30% een valse bekentenis. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 soorten
valse bekentenissen:
1. Voluntary: vrijwillig zeggen dat je het gedaan hebt. Vaak bij grote criminele activiteiten.
2. Coerced-compliance: doordat een persoon zo doordringend ondervraagd wordt, komt er op een
gegeven moment een punt waarop de persoon breekt en toegeeft dat hij/zij het gedaan heeft om
maar van de ondervraging af te zijn.
3. Coerced-internalization: in which innocent people, subjected to highly misleading claims about
the evidence, question their own innocence, come to infer their own guilt, and in some cases
confabulate memories to support that inference.
Onderzoek
Dit artikel kijkt naar 4 vragen die betrekking hebben op dit onderzoek:
1. Why are innocent people often misidentified for suspicion during a preinterrogation interview?
2. What situational forces during the structure and tactics of interrogation lead innocent people
confess to crimes they did not commit?
3. What adverse consequences follow from confession, both in the effects on judges/juries in the
courtroom and in the effects on witnesses, forensic examiners, and the truth-seeking process self?
4. Following a review on these questions, this article addresses the social policy implications —
namely, what can be done to prevent future miscarriages of justice based on false confessions?
1. The Preinterrogation Interview: Judgments of Truth and Deception
Vaak worden er een aantal verdachten ondervraagd. Meestal gebaseerd op getuigen, verleden van
persoon etc. maar kan ook gebaseerd zijn op een zogenaamd ‘pre-interrogation interview’. Dit is een
puur informatie verzamelend gesprek voor de echte ondervraging waarin eigenlijk al wordt besloten of
iemand schuldig is, puur op de eerste indruk. De technieken die worden gebruikt bij ondervragen
worden ook wel de ’Reid Technieken’ genoemd. Uit onderzoek blijkt alleen dat deze technieken
helemaal niet goed onderscheiden tussen verzinsel en de waarheid. Meestal wordt maar 54% correct
beoordeeld. Ondersteuners van de Reid technieken zeggen dat je zo iets niet kan meten met een lab-
experiment, dat mist externe validiteit. Herkennen van leugens kan verbeterd worden door te kijken
naar de cognitieve lading. Liegen zou namelijk meer cognitief vermogen kosten dan de waarheid
vertellen. Thus, when interviewers challenge truth tellers and liars—for example, by having them
recount their stories in reverse chronological order—observers become more accurate in their ability
to distinguish between truthful and deceptive accounts.
2. Inside Interrogation: Police-Induced False Confessions
De ondervraging zelf wordt beschreven als ‘inherently coercive’. In this approach, investigators are
advised to isolate the suspect in a small, private, windowless room, which increases anxiety and,
hence, the incentive to escape. A nine-step process then ensues involving the interplay of negative and
positive incentives. On the one hand, the interrogator confronts the suspect with accusations of guilt,
assertions that may be bolstered by evidence, real or manufactured, and refuses to accept objections
and denials. On the other hand, the interrogator offers sympathy and moral justification, introducing
“themes” that minimize the crime and lead suspects to see confession as an expedient means of
escape.
Structural Aspects of Interrogation
Het is persoonsafhankelijk of wel of niet een valse bekentenis doet. Vooral erg onvolwassen
adolescenten en volwassenen met een mentale achterstand of mentale stoornis hebben hier een groter
risico op. Naast persoonlijke aspecten zijn er 2 structurele aspecten van ondervraging die zorgen voor
een eerdere valse bekentenis:
, 1. The fact that interrogation is, by definition, a guilt-presumptive process— a theory-driven social
interaction led by an authority figure who has formed a strong belief about the suspect, sometimes
through a pre-interrogation interview, and who single-mindedly measures success by whether he or
she is able to extract a confession. The guilt-presumption that accompanies the start of
interrogation thus provides fertile ground for the operation of cognitive and behavioural
confirmation biases. Bleek ook uit een onderzoek: mensen die ondervraagde met de gedachte dat
iemand schuldig was, deden dit op een agressievere manier wat leidde tot een vakere beoordeling
tot schuldig, zelfs als ze onschuldig waren.
2. Vergelijking met het Milgram ‘schok-experiment’. In both venues, the subject is isolated— without
access to friends, family, or other means of social support—in a specially designed space, whether
the laboratory or an interrogation room. In both venues, the subject is confronted by a figure of
authority—a psychology experimenter or a detective. In an interrogation, suspects are led to
believe that confession serves their personal self-interest better than denial. In both venues, the
authority figure then proceeds to make a series of unwavering and relentless demands. Ook wordt
zowel bij Milgram als in de wetgeving vaak geklaagd over ethiek en dat het filmen van het proces
zorgt voor andere reacties.
Confession as a Decision-Making Dilemma
Wanneer er wordt gekeken naar de context van ‘decision making’, beslist iemand altijd wat voor
hem/haar op dat moment voor de beste uitkomst zorgt. Een ondervraging verhoogd de angst om te
ontkennen en verlaagd de angst om te bekennen. In dat oogpunt zou je dus kunnen zeggen dat het voor
een persoon op dat moment het makkelijkst is om te bekennen, ook al heeft de persoon niets gedaan.
Dit kan ook nog beinvloed worden door een aantal factoren, such as the expected length of an
interrogation and being sleep deprived, or questioned during “off-peak” periods of alertness. As
suggested by a self-regulation perspective, even suspects who vigorously refuse to confess at first will
become exhausted over time and lose their will to resist. Whereas the typical interrogation lasts for 1
or 2 hours, in proven false confession cases in which interrogation time was recorded, 34% lasted 6–
12 hours and 39% lasted 12–24 hours.
Analyses of Police Interrogation Tactics in the Laboratory
- The false evidence effect: onderzoek in lab. Mensen werd gezegd niet op ALT te drukken op een
computer, want dan zou die crashen. Sommige werden vervolgens gedwongen het wel te doen en
andere niet. Van degene die onschuldig waren, werd gezegd dat iemand gezien had dat ze er wel
op gedrukt hadden. Dit verhoogde de bekentenis van 48% naar 94%. Ze verzonnen zelfs valse
herinneringen en dachten echt dat ze het gedaan hadden. Follow-up bleek dat dit vooral bij
kinderen en adolescenten zo is. Vals bewijs kan dus voor bekentenis zorgen.
- Minimization effects: bepaalde manier van ondervragen waardoor de persoon denkt dat als hij/zij
bekent er minder straf zal volgen of dat het dan minder erg is wat diegene gedaan heeft. Uit
onderzoek blijkt dat bij gebruik van deze techniek valse bekentenissen stijgen van 6% naar 18%.
- Effects of actual innocence: echt onschuldig zijn kan een risicofactor zijn. (1) Doordat men steeds
maar hulp of advocaten weigert omdat ze denken dat het toch wel uitkomt dat ze onschuldig zijn.
(2) ‘Illusion of transparancy’: mensen die onschuldig zijn denken dat iedereen dat wel kan zien,
terwijl dat niet zo hoeft te zijn.
3. The Consequences of Confession
- How Juries and Judges Perceive Confessions: er wordt nooit direct een bekentenis gedaan (in
bijv. de ondervragingsruimte etc). Deze bekentenis moet altijd nog voor een jury worden
afgelegd. Het is dan aan de jury om te bepalen of iemand een echte of valse bekentenis aflegt,
maar meestal gaan ze er vanuit dat die echt is (waarom zou je twijfelen). Zelfs als het duidelijk is
dat de reactie is uitgelokt door ondervraging, de persoon een mentale stoornis heeft, de persoon
nog jong is, wanneer de bekentenis wordt gegeven door een persoon die voor hen spreekt en zelfs
wanneer er tegenstrijdig DNA bewijs is. Vooral 2 redenen: (1) men denkt dat statements over
jezelf altijd waar zijn (toch eerder bekentenis geloven dan ontkenning) en (2) personen hebben
vaak kennis en herinneringen over de misdaad die niemand anders zou kunnen weten. Kan komen
doordat de politie al informatie heeft doorgespeeld of dat mensen zelf details verzinnen, waardoor
de geloofwaardigheid hoger wordt.
- Corruptive Effects of Confessions on Other Evidence: als iemand een valse bekentenis heeft
afgelegd beïnvloed dit de manier hoe je naar ander bewijs kijkt, bijv. statements van getuigen,
forensische psychologen etc. Specifically, false confessions were accompanied by invalid or
improper forensic science (63%), mistaken eyewitness identifications (29%) and snitches or
Hoe kan het dat iemand een valse bekentenis aflegt?
Kassin, Saul M.,. (2015). The Social Psychology of False Confessions.
An Historical Overview
Er doen zich wel eens zaken voor waarbij mensen bekennen dat ze iets gedaan hebben, maar waarbij
achteraf blijkt dat ze het helemaal niet gedaan hebben. Het lijkt erg tegenstrijdig dat iemand door
sociale druk een valse bekentenis doet, terwijl dit zijn/haar vrijheid en zelfs leven kan kosten. Rond
1900 kwamen de eerste artikelen die dit fenomeen beschreven, maar er was nog niet veel animo voor.
Pas jaren later kwamen er steeds meer onderzoeken naar false confessions. Van de verkeerd
beoordeelde misdaden is 30% een valse bekentenis. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 soorten
valse bekentenissen:
1. Voluntary: vrijwillig zeggen dat je het gedaan hebt. Vaak bij grote criminele activiteiten.
2. Coerced-compliance: doordat een persoon zo doordringend ondervraagd wordt, komt er op een
gegeven moment een punt waarop de persoon breekt en toegeeft dat hij/zij het gedaan heeft om
maar van de ondervraging af te zijn.
3. Coerced-internalization: in which innocent people, subjected to highly misleading claims about
the evidence, question their own innocence, come to infer their own guilt, and in some cases
confabulate memories to support that inference.
Onderzoek
Dit artikel kijkt naar 4 vragen die betrekking hebben op dit onderzoek:
1. Why are innocent people often misidentified for suspicion during a preinterrogation interview?
2. What situational forces during the structure and tactics of interrogation lead innocent people
confess to crimes they did not commit?
3. What adverse consequences follow from confession, both in the effects on judges/juries in the
courtroom and in the effects on witnesses, forensic examiners, and the truth-seeking process self?
4. Following a review on these questions, this article addresses the social policy implications —
namely, what can be done to prevent future miscarriages of justice based on false confessions?
1. The Preinterrogation Interview: Judgments of Truth and Deception
Vaak worden er een aantal verdachten ondervraagd. Meestal gebaseerd op getuigen, verleden van
persoon etc. maar kan ook gebaseerd zijn op een zogenaamd ‘pre-interrogation interview’. Dit is een
puur informatie verzamelend gesprek voor de echte ondervraging waarin eigenlijk al wordt besloten of
iemand schuldig is, puur op de eerste indruk. De technieken die worden gebruikt bij ondervragen
worden ook wel de ’Reid Technieken’ genoemd. Uit onderzoek blijkt alleen dat deze technieken
helemaal niet goed onderscheiden tussen verzinsel en de waarheid. Meestal wordt maar 54% correct
beoordeeld. Ondersteuners van de Reid technieken zeggen dat je zo iets niet kan meten met een lab-
experiment, dat mist externe validiteit. Herkennen van leugens kan verbeterd worden door te kijken
naar de cognitieve lading. Liegen zou namelijk meer cognitief vermogen kosten dan de waarheid
vertellen. Thus, when interviewers challenge truth tellers and liars—for example, by having them
recount their stories in reverse chronological order—observers become more accurate in their ability
to distinguish between truthful and deceptive accounts.
2. Inside Interrogation: Police-Induced False Confessions
De ondervraging zelf wordt beschreven als ‘inherently coercive’. In this approach, investigators are
advised to isolate the suspect in a small, private, windowless room, which increases anxiety and,
hence, the incentive to escape. A nine-step process then ensues involving the interplay of negative and
positive incentives. On the one hand, the interrogator confronts the suspect with accusations of guilt,
assertions that may be bolstered by evidence, real or manufactured, and refuses to accept objections
and denials. On the other hand, the interrogator offers sympathy and moral justification, introducing
“themes” that minimize the crime and lead suspects to see confession as an expedient means of
escape.
Structural Aspects of Interrogation
Het is persoonsafhankelijk of wel of niet een valse bekentenis doet. Vooral erg onvolwassen
adolescenten en volwassenen met een mentale achterstand of mentale stoornis hebben hier een groter
risico op. Naast persoonlijke aspecten zijn er 2 structurele aspecten van ondervraging die zorgen voor
een eerdere valse bekentenis:
, 1. The fact that interrogation is, by definition, a guilt-presumptive process— a theory-driven social
interaction led by an authority figure who has formed a strong belief about the suspect, sometimes
through a pre-interrogation interview, and who single-mindedly measures success by whether he or
she is able to extract a confession. The guilt-presumption that accompanies the start of
interrogation thus provides fertile ground for the operation of cognitive and behavioural
confirmation biases. Bleek ook uit een onderzoek: mensen die ondervraagde met de gedachte dat
iemand schuldig was, deden dit op een agressievere manier wat leidde tot een vakere beoordeling
tot schuldig, zelfs als ze onschuldig waren.
2. Vergelijking met het Milgram ‘schok-experiment’. In both venues, the subject is isolated— without
access to friends, family, or other means of social support—in a specially designed space, whether
the laboratory or an interrogation room. In both venues, the subject is confronted by a figure of
authority—a psychology experimenter or a detective. In an interrogation, suspects are led to
believe that confession serves their personal self-interest better than denial. In both venues, the
authority figure then proceeds to make a series of unwavering and relentless demands. Ook wordt
zowel bij Milgram als in de wetgeving vaak geklaagd over ethiek en dat het filmen van het proces
zorgt voor andere reacties.
Confession as a Decision-Making Dilemma
Wanneer er wordt gekeken naar de context van ‘decision making’, beslist iemand altijd wat voor
hem/haar op dat moment voor de beste uitkomst zorgt. Een ondervraging verhoogd de angst om te
ontkennen en verlaagd de angst om te bekennen. In dat oogpunt zou je dus kunnen zeggen dat het voor
een persoon op dat moment het makkelijkst is om te bekennen, ook al heeft de persoon niets gedaan.
Dit kan ook nog beinvloed worden door een aantal factoren, such as the expected length of an
interrogation and being sleep deprived, or questioned during “off-peak” periods of alertness. As
suggested by a self-regulation perspective, even suspects who vigorously refuse to confess at first will
become exhausted over time and lose their will to resist. Whereas the typical interrogation lasts for 1
or 2 hours, in proven false confession cases in which interrogation time was recorded, 34% lasted 6–
12 hours and 39% lasted 12–24 hours.
Analyses of Police Interrogation Tactics in the Laboratory
- The false evidence effect: onderzoek in lab. Mensen werd gezegd niet op ALT te drukken op een
computer, want dan zou die crashen. Sommige werden vervolgens gedwongen het wel te doen en
andere niet. Van degene die onschuldig waren, werd gezegd dat iemand gezien had dat ze er wel
op gedrukt hadden. Dit verhoogde de bekentenis van 48% naar 94%. Ze verzonnen zelfs valse
herinneringen en dachten echt dat ze het gedaan hadden. Follow-up bleek dat dit vooral bij
kinderen en adolescenten zo is. Vals bewijs kan dus voor bekentenis zorgen.
- Minimization effects: bepaalde manier van ondervragen waardoor de persoon denkt dat als hij/zij
bekent er minder straf zal volgen of dat het dan minder erg is wat diegene gedaan heeft. Uit
onderzoek blijkt dat bij gebruik van deze techniek valse bekentenissen stijgen van 6% naar 18%.
- Effects of actual innocence: echt onschuldig zijn kan een risicofactor zijn. (1) Doordat men steeds
maar hulp of advocaten weigert omdat ze denken dat het toch wel uitkomt dat ze onschuldig zijn.
(2) ‘Illusion of transparancy’: mensen die onschuldig zijn denken dat iedereen dat wel kan zien,
terwijl dat niet zo hoeft te zijn.
3. The Consequences of Confession
- How Juries and Judges Perceive Confessions: er wordt nooit direct een bekentenis gedaan (in
bijv. de ondervragingsruimte etc). Deze bekentenis moet altijd nog voor een jury worden
afgelegd. Het is dan aan de jury om te bepalen of iemand een echte of valse bekentenis aflegt,
maar meestal gaan ze er vanuit dat die echt is (waarom zou je twijfelen). Zelfs als het duidelijk is
dat de reactie is uitgelokt door ondervraging, de persoon een mentale stoornis heeft, de persoon
nog jong is, wanneer de bekentenis wordt gegeven door een persoon die voor hen spreekt en zelfs
wanneer er tegenstrijdig DNA bewijs is. Vooral 2 redenen: (1) men denkt dat statements over
jezelf altijd waar zijn (toch eerder bekentenis geloven dan ontkenning) en (2) personen hebben
vaak kennis en herinneringen over de misdaad die niemand anders zou kunnen weten. Kan komen
doordat de politie al informatie heeft doorgespeeld of dat mensen zelf details verzinnen, waardoor
de geloofwaardigheid hoger wordt.
- Corruptive Effects of Confessions on Other Evidence: als iemand een valse bekentenis heeft
afgelegd beïnvloed dit de manier hoe je naar ander bewijs kijkt, bijv. statements van getuigen,
forensische psychologen etc. Specifically, false confessions were accompanied by invalid or
improper forensic science (63%), mistaken eyewitness identifications (29%) and snitches or