Project Systeem en Omgeving 2017-2018 Blok 1
Opdracht 1.1 Reflective Practitioner
- Uitwerking van Opdracht 1.1 op papier inleveren bij de bijeenkomst op dinsdag 19-09-
2017 of donderdag 21-09-2017 (week 38).
- Uitwerking van Opdracht 1.1 via Blackboard inleveren (Assignments) uiterlijk 24 uur
voor de bijeenkomst waarin de opdracht besproken wordt (dus maandag of woensdag).
- Deze opdracht wordt beoordeeld volgens de richtlijnen weergegeven in de
studentenhandleiding.
Doel van opdracht 1.1
Na afloop van deze opdracht heb je inzicht in reflectie als kerncompetentie van de academische
professional.
Je rol in Het Project: “reflective practitioner”
In Het Project dien je op sommige momenten expliciet te reflecteren. Omdat deze reflectie plaats
dient te vinden in het kader van het omgaan met praktijkproblemen is je rol in deze te
karakteriseren als die van wat wel de “reflective practitioner” wordt genoemd. Reflectie en het
continu blijven leren is een belangrijke vaardigheid van een aankomende professional. Het
begrip reflective practitioner ligt overigens erg dicht aan tegen wat in het profiel van de
bedrijfskundeopleiding in Nijmegen omschreven wordt als “theory and action-based learning”.
Om effectief te reflecteren is achtergrondkennis nodig die je opdoet in deze opdracht
(leernoodzaak).
Lees de tekst “Towards becoming a reflective practitioner” en het artikel van Gray (1997) te
vinden op Blackboard.
a Welke onduidelijkheden kwam je tegen in de tekst en het artikel?
1
, In het artikel (Gray, 1997) werd veel aandacht besteed uit reflectie tools en – processen, op
welke manier deze kunnen bijdragen aan (kritische) reflectie en waarom dat het geval is.
Onduidelijk was daarentegen, en dat ontbrak niet in de tekst, hoe (op welke manier) de lezer die
tools en processen het best kan inzetten om maximaal resultaat te behalen. Waar de tekst meer
een handleiding was waarin werd beschrijven op welke manier je iets het best kon uitvoeren
(bijvoorbeeld, welke vragen je moet stellen of waarop gelet moet worden als een dagboek wordt
bijgehouden), besteedt het artikel meer aandacht aan de tool zelf, wat die precies inhoudt en waar
en waarom die tool van nut kan zijn tijdens reflectie. Hoe deze tools en processen echter gebruikt
moeten worden tijdens die reflectie, blijft in de meeste gevallen voor de lezer vaag.
Zoals al eerder genoemd is de tekst meer een handleiding/gebruiksaanwijzing. Hier ontbreekt
echter waar en waarom de tools die de lezer worden aangereikt nuttig zijn tijdens de reflectie. Er
wordt aangegeven: dat deze tools (• Reflective Journals/Diaries • Reading Log • Critical Incident
Analysis • Action learning sets and Reflective Conversations • Problem Based learning •
Portfolio Development • Intervision • Organizational learning histories • Reflective project
journals) kunnen worden benut, maar wat deze inhouden, waar in het proces ze van pas komen
en waarom, blijft vaag.
Als laatste, verwijst de tekst naar een groot aantal andere auteurs en hun definities van reflectie.
Dat deze definities elkaar soms tegenspreken, maar ook aanvullen kan enige verwarring
veroorzaken, maar welke definitie van reflectie in de tekst wordt gehanteerd, wordt niet
behandeld. Hierdoor krijgt de lezer wel een goed beeld van reflectie, maar tast sommige punten
wel enigszins in het duister tast.
b Wat zou je definitie zijn van een reflective practitioner?
Een Reflective Practitioner is een persoon die regelmatig terugkijkt op het werk dat hij of zei
doet of heeft gedaan en de werkprocessen die daaraan ten grondslag liggen. Hierbij word gezocht
naar mogelijke fouten en op welke manier dat werk of die processen te verbeteren zijn. Door dit
terugkijken en verbeteren leert de ‘Reflective Practitioner’ om in de toekomst niet dezelfde
fouten te maken, of efficiënter en effectiever te zijn.
c Hoe verhouden reflectieprocessen, reflectie-tools (Gray, 1997) en ‘models of reflection’
zich tot elkaar?
De models of reflection zijn bedoeld om: ‘to encourage a structural process and to guide the act
of reflection’. (TOWARDS BECOMING A REFLECTIVE PRACTITIONER, p3). De modellen
2
Opdracht 1.1 Reflective Practitioner
- Uitwerking van Opdracht 1.1 op papier inleveren bij de bijeenkomst op dinsdag 19-09-
2017 of donderdag 21-09-2017 (week 38).
- Uitwerking van Opdracht 1.1 via Blackboard inleveren (Assignments) uiterlijk 24 uur
voor de bijeenkomst waarin de opdracht besproken wordt (dus maandag of woensdag).
- Deze opdracht wordt beoordeeld volgens de richtlijnen weergegeven in de
studentenhandleiding.
Doel van opdracht 1.1
Na afloop van deze opdracht heb je inzicht in reflectie als kerncompetentie van de academische
professional.
Je rol in Het Project: “reflective practitioner”
In Het Project dien je op sommige momenten expliciet te reflecteren. Omdat deze reflectie plaats
dient te vinden in het kader van het omgaan met praktijkproblemen is je rol in deze te
karakteriseren als die van wat wel de “reflective practitioner” wordt genoemd. Reflectie en het
continu blijven leren is een belangrijke vaardigheid van een aankomende professional. Het
begrip reflective practitioner ligt overigens erg dicht aan tegen wat in het profiel van de
bedrijfskundeopleiding in Nijmegen omschreven wordt als “theory and action-based learning”.
Om effectief te reflecteren is achtergrondkennis nodig die je opdoet in deze opdracht
(leernoodzaak).
Lees de tekst “Towards becoming a reflective practitioner” en het artikel van Gray (1997) te
vinden op Blackboard.
a Welke onduidelijkheden kwam je tegen in de tekst en het artikel?
1
, In het artikel (Gray, 1997) werd veel aandacht besteed uit reflectie tools en – processen, op
welke manier deze kunnen bijdragen aan (kritische) reflectie en waarom dat het geval is.
Onduidelijk was daarentegen, en dat ontbrak niet in de tekst, hoe (op welke manier) de lezer die
tools en processen het best kan inzetten om maximaal resultaat te behalen. Waar de tekst meer
een handleiding was waarin werd beschrijven op welke manier je iets het best kon uitvoeren
(bijvoorbeeld, welke vragen je moet stellen of waarop gelet moet worden als een dagboek wordt
bijgehouden), besteedt het artikel meer aandacht aan de tool zelf, wat die precies inhoudt en waar
en waarom die tool van nut kan zijn tijdens reflectie. Hoe deze tools en processen echter gebruikt
moeten worden tijdens die reflectie, blijft in de meeste gevallen voor de lezer vaag.
Zoals al eerder genoemd is de tekst meer een handleiding/gebruiksaanwijzing. Hier ontbreekt
echter waar en waarom de tools die de lezer worden aangereikt nuttig zijn tijdens de reflectie. Er
wordt aangegeven: dat deze tools (• Reflective Journals/Diaries • Reading Log • Critical Incident
Analysis • Action learning sets and Reflective Conversations • Problem Based learning •
Portfolio Development • Intervision • Organizational learning histories • Reflective project
journals) kunnen worden benut, maar wat deze inhouden, waar in het proces ze van pas komen
en waarom, blijft vaag.
Als laatste, verwijst de tekst naar een groot aantal andere auteurs en hun definities van reflectie.
Dat deze definities elkaar soms tegenspreken, maar ook aanvullen kan enige verwarring
veroorzaken, maar welke definitie van reflectie in de tekst wordt gehanteerd, wordt niet
behandeld. Hierdoor krijgt de lezer wel een goed beeld van reflectie, maar tast sommige punten
wel enigszins in het duister tast.
b Wat zou je definitie zijn van een reflective practitioner?
Een Reflective Practitioner is een persoon die regelmatig terugkijkt op het werk dat hij of zei
doet of heeft gedaan en de werkprocessen die daaraan ten grondslag liggen. Hierbij word gezocht
naar mogelijke fouten en op welke manier dat werk of die processen te verbeteren zijn. Door dit
terugkijken en verbeteren leert de ‘Reflective Practitioner’ om in de toekomst niet dezelfde
fouten te maken, of efficiënter en effectiever te zijn.
c Hoe verhouden reflectieprocessen, reflectie-tools (Gray, 1997) en ‘models of reflection’
zich tot elkaar?
De models of reflection zijn bedoeld om: ‘to encourage a structural process and to guide the act
of reflection’. (TOWARDS BECOMING A REFLECTIVE PRACTITIONER, p3). De modellen
2