Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 46 pages
Summary

Samenvatting geneeskunde heelkunde: Pathologie 1 / Oncologische aandachtspunten

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 46 pages

Een zeer uitgebreide samenvatting over verpleegkundige aandachtspunten bij oncologische patiënten. Tips ivm het examen zijn terug te vinden in de tekst.

Content preview

Maes Chelsea 3VBl VZOM GK/HK: Pathologie Verpleegkundige aandachtspunten


Verpleegkundige aandachtspunten bij oncologische aandoeningen


Inleiding


Het verschil tussen prevalentie en incidentie cijfers:

-De prevalentie is de verhouding van het aantal personen dat op een bepaald moment
ziek is, gedeeld door alle personen die de aandoening hadden kunnen ontwikkelen. De
prevalentie geeft dus weer hoeveel gevallen er zijn op een bepaald tijdstip.

-De incidentie is het aantal nieuwe gevallen dat er bijkomt per tijdseenheid. De
incidentie geeft dus de snelheid weer waarmee een ziekte zich zal ontwikkelen.


Wat is de vijfjaarsoverleving?

-Het aantal gevallen dat 5 jaar na diagnose nog in leven is. Hoe jonger de patiënt, hoe
hoger de kans dat hij de vijfjaarsoverleving haalt. (Is ook erg tumor- en
stadiumafhankelijk)


Wat zijn de alarmtekens?

-Veranderend stoelgangspatroon
-Veranderende moedervlek: Vorm, kleur, omlijning
-Knobbel in de borst
-Ongewoon vocht-/stoelgangsverlies
-Wonde die niet geneest
-Onverklaarbaar gewichtsverlies/metabole tekens
-Lang aanhoudende hoest/heesheid



Etiologie


Preventie:

-Primaire preventie -> Proberen voorkomen, bv rookstop
-Secundaire preventie -> Vroege detectie, bv screening borstca/colonca
-Tertiaire preventie -> Voorkomen van recidief (herval)

 Verwijzen naar eerstelijnszorg



Beïnvloedende factoren: (Factoren die je wel kan beïnvloeden)

-Roken!
-Alcohol
-Voeding
-Overgewicht
-Lichaamsbeweging

 Groenten en fruit hebben een beschermend effect: Antioxidanten remmen de schade
af die oxidatieproces veroorzaakt door de productie van vrije radicalen.




1

,Maes Chelsea 3VBl VZOM GK/HK: Pathologie Verpleegkundige aandachtspunten



Beïnvloedende factoren: (Factoren die je moeilijk kan beïnvloeden)

-Leeftijd
-Geslacht
-Biologische factoren
-Zonlicht
-Leefmilieu
-Chemische stoffen
-Ioniserende stralen

 + combinaties van risicofactoren


Het ontstaan/carcinogenese:

-Cellen ontsporen in hun groeikinetiek en ontsnappen aan de regulerende processen van
het lichaam -> Multi hitmodel (= meerdere treffers zijn nodig om kanker te doen
ontstaan)

 Cellen gaan ongecontroleerd delen en ontsnappen aan ons immuunsysteem (die kan
normaal celdelingen doen stoppen)



Multi hitmodel:

Initiatie Promotie



Stamcel Intermediare cel Tumorcel




+/- Modulatie



Er gebeurt een verandering in de cel (Bv blootstelling aan een carcinogeen), dit is de
initiatie. Hieruit ontstaat een intermediaire cel.

Als nu het immuunsysteem deze intermediaire cel niet herkent dan spreekt men van
promotie en zal er zich een tumorcel ontwikkelen.

Dan is er vaak nog sprake van factoren die het proces kunnen versnellen of vertragen, dit
heet modulatie. Wanneer een factor het proces versneld dan noemen we dit positieve
modulatie (bv roken), wanneer de factor het proces vertraagd dan heet dit negatieve
modulatie (bv groenten en fruit).


Een andere schematische voorstelling:



Fysiologisch: Pathologisch:




2

,Maes Chelsea 3VBl VZOM GK/HK: Pathologie Verpleegkundige aandachtspunten




 Fysiologisch is er een continu proces van mitose (celaanmaak) en apaptose. Als
dit niet meer goed werkt dan kan er te veel celverlies optreden, of net te veel
celaanmaak (=Kanker)


Betrokkenheid van de genen:

-Oncogenen
-Tumorsuppressorgenen
-DNA-herstelgenen
-Telomerase

 Oncogenen KUNNEN de groei van een kankercel stimuleren (bv HER2neu)
Oncogenen zijn altijd aanwezig in het lichaam, maar worden normaal gezien onderdrukt

 Tumorsuppressorgenen remmen de groei van kankercellen. Wanneer ze
onvoldoende/niet functioneren zal een tumor toenemen.

 DNA-herstelgenen kunnen foutieve mutaties in het DNA herstellen. Ze zijn steeds op
zoek naar fouten in ons DNA.

 Telomerase is een enzymeiwit dat ervoor zorgt dat een cel kan delen. Normaal
verliest een cel na een tijdje dit vermogen. Een tumorcel kan telomerasereactivatie doen
optreden -> Onbeperkt celdelingsvermogen



Angiogenese:

-Een tumor scheidt een stof af die de bloedvaten aanspoort nieuwe vaatjes te creëren tot
aan de tumor zodat deze kan gaan metastaseren.



Onderzoek en diagnose


Diagnostische tests:

-Anamnese (stoelgang, hoesten, vocht, …)
-Lichamelijk onderzoek
-Bloedanalyse

 Bemerk de volgorde van de handeling: Van goedkoper en algemener naar duurder en
meer specifiek/invasief. Men gaat steeds een stap verder in het uitsluiten van andere
diagnosen.


Pathologie:

-Cytologisch
-Histologisch (biopsie)
-Sentinelbiopsie (enkel bij borstkanker)

 Cytologisch: Excreta (bv urine, uitstrijkje) of punctie (bv ruggenmergpunctie)

 Histologisch: Weefsel (bv vriescoupe)

Sentinelbiopsie: Klier die als eerste lymfevocht uit verdachte cellen afvoert zal als
eerste aangetast worden.


3

, Maes Chelsea 3VBl VZOM GK/HK: Pathologie Verpleegkundige aandachtspunten


Men brengt een kleurstof in de tumor en tijdens de mastectomie of tumorectomie wordt
er gekeken of de kleurstof is doorgevloeid naar de poortwachterklier. Als deze is
aangetast dan doen ze een volledige klierdrainage.

Radiodiagnostiek:

-RX (met of zonder contrast)
-Echo
-CT
-MRI
-Endoscopie

 Met een camera kijken ze in het lichaam en hebben zo een beter zicht op de tumor.
Ook kan er ineens een stuk weefsel afgenomen worden voor onderzoek.

-Nucleair geneeskundig onderzoek:
-Isotopen
-Botscan
-PET-scan
-PET-scan CT/MRI

 Een nucleair onderzoek doen ze meestal om te kijken of er sprake is van metastasen.

 Isotopen zijn radioactieve stoffen die ons tonen waar er tumorcellen zitten dmv
oplichting.



Goedaardige vs kwaadaardige tumor (MELANOOM)

EIGENSCHAP GOEDAARDIG KWAADAARDIG
BEGRENZING Scherp afgelijnd Onscherp, onregelmatig
GROEIWIJZE Expansief (oppervlakkig) Infiltrerend (in de diepte
groeiend)
GROEISNELHEID Traag Snel
NECROSE (aan omliggend Zelden Vaak
weefsel)
DIFFERENTIATIE Hoog, goed Matig, slecht
MITOTISCHE ACTIVITEIT Laag Hoog
(celdeling)


Stadiëring


TNM classificatie:

-Elke tumor heeft een eigen TNM
-Bv T1 N0 MX

-Er zijn nog andere stadiëringmethoden

 WHO heeft een eigen classificatie. Voor prostaatkanker gebruikt men de Gleasonscore,
voor ovariumkanker gebruikt men de FIGO-classificatie.

 T = Tumor (T1 = 1e stadium)
 N = Nodus (Lymph nodes) (N0 = Geen aantasting lymfeklieren)
 M = Metastasis (MX = Geen metastasering) (Soms 0, soms X)

Een anatoom patholoog bepaalt het stadium



4

Document information

Study
Uploaded on
September 25, 2023
Number of pages
46
Written in
2022/2023
Type
Summary
$7.55

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
1
Items
45
Last sold
2 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions