Examen sociologie van de sociale problemen
1) Zowel de federale als de vlaamse regering willen de bevolking op actieve leeftijd
meer en langer doen werken.
Sluit deze beleidslijn tot meer activering aan op het model van differentiële
participatie?
Verduidelijk uw antwoord uitvoering.
= Ja, deze beleidslijn sluit hierbij aan. Het vertrekpunt van dit model is dat elk persoon
bepaalde posities inneemt in de samenleving. Afhankelijk van deze positie heeft men
toegang tot sociale goederen. Elke samenleving heeft bepaalde dominanten waarrond de
samenleving gestructureerd is. De belangrijkste dominant is die van het economisch
systeem. Ieder persoon zal een bepaalde positie innemen tegenover dit centrum. Hoe
dichter men zich bevindt, hoe hoger iemand zijn participatiegraad is.
Het begrip differentiële participatie houdt dan concreet in dat afhankelijk van je positie je
positie je op een verschillende manier deelneemt aan de samenleving. Differentiële
participatie kan verschillende vormen van gradaties aannemen.
Concreet zou de regering de participatiegraad van de actieve bevolking doen toenemen.
Des te meer iemand werkt, hoe dichter hij bij de economische dominant komt te staan.
, 2) Mensen reageren verschillend op de sterk stijgende prijzen van gas, elektriciteit en
stookolie.
Beschrijf deze reacties en doe dit a.d.h.v. het gedetailleerde denkkader van de
cultureel discrepantietheorie.
Mensen kunnen op 5 verschillende manieren reageren volgens Merton.
a) conformisme: Mensen die gaan conformeren gaan braaf hun factuur blijven betalen
en gebruik blijven maken van de traditionele bronnen van energie. Ze houden zich
vast aan de doelen en middelen.
b) Rebellie: Rebellen gaan zowel de doelen als middelen gaan verwerpen. Ze gaan
proberen een nieuw systeem en ideologie in voege te brengen. Ze gaan bv. een
gemeenschap oprichten waarbinnen ze volledig of deels zelf hun energie opwekken.
c) Retractie: Deze mensen gaan niet blijven vasthouden aan zowel doelen als
middelen. Ze gaan zich gaan afzonderen van de samenleving. Deze gaan bv. hun
contracten opzeggen en simpelweg leven zonder gas, elektriciteit en stookolie.
d) Innovatie: Deze groep houdt vast aan zijn doel maar probeert dit op een alternatieve
wijze te gaan bereiken. Ze gaan bijvoorbeeld sjoemelen met hun elektriciteitsmeter
zodat het lijkt alsof ze minder verbruikt zouden hebben dan ze daadwerkelijk deden.
e) Ritualisme: Deze groep houdt vast aan de institutionele middelen maar niet aan die
doelen. Ze houden vast aan de algemeen aanvaarde patronen. Ze zullen blijven
proberen gebruik te maken van gas, elektriciteit en stookolie, maar zullen in de
problemen komen met het betalen van hun facturen. De kans is groot dat ze in
contact zullen komen met deurwaarders en ernstige financiële problemen zullen
krijgen.
1) Zowel de federale als de vlaamse regering willen de bevolking op actieve leeftijd
meer en langer doen werken.
Sluit deze beleidslijn tot meer activering aan op het model van differentiële
participatie?
Verduidelijk uw antwoord uitvoering.
= Ja, deze beleidslijn sluit hierbij aan. Het vertrekpunt van dit model is dat elk persoon
bepaalde posities inneemt in de samenleving. Afhankelijk van deze positie heeft men
toegang tot sociale goederen. Elke samenleving heeft bepaalde dominanten waarrond de
samenleving gestructureerd is. De belangrijkste dominant is die van het economisch
systeem. Ieder persoon zal een bepaalde positie innemen tegenover dit centrum. Hoe
dichter men zich bevindt, hoe hoger iemand zijn participatiegraad is.
Het begrip differentiële participatie houdt dan concreet in dat afhankelijk van je positie je
positie je op een verschillende manier deelneemt aan de samenleving. Differentiële
participatie kan verschillende vormen van gradaties aannemen.
Concreet zou de regering de participatiegraad van de actieve bevolking doen toenemen.
Des te meer iemand werkt, hoe dichter hij bij de economische dominant komt te staan.
, 2) Mensen reageren verschillend op de sterk stijgende prijzen van gas, elektriciteit en
stookolie.
Beschrijf deze reacties en doe dit a.d.h.v. het gedetailleerde denkkader van de
cultureel discrepantietheorie.
Mensen kunnen op 5 verschillende manieren reageren volgens Merton.
a) conformisme: Mensen die gaan conformeren gaan braaf hun factuur blijven betalen
en gebruik blijven maken van de traditionele bronnen van energie. Ze houden zich
vast aan de doelen en middelen.
b) Rebellie: Rebellen gaan zowel de doelen als middelen gaan verwerpen. Ze gaan
proberen een nieuw systeem en ideologie in voege te brengen. Ze gaan bv. een
gemeenschap oprichten waarbinnen ze volledig of deels zelf hun energie opwekken.
c) Retractie: Deze mensen gaan niet blijven vasthouden aan zowel doelen als
middelen. Ze gaan zich gaan afzonderen van de samenleving. Deze gaan bv. hun
contracten opzeggen en simpelweg leven zonder gas, elektriciteit en stookolie.
d) Innovatie: Deze groep houdt vast aan zijn doel maar probeert dit op een alternatieve
wijze te gaan bereiken. Ze gaan bijvoorbeeld sjoemelen met hun elektriciteitsmeter
zodat het lijkt alsof ze minder verbruikt zouden hebben dan ze daadwerkelijk deden.
e) Ritualisme: Deze groep houdt vast aan de institutionele middelen maar niet aan die
doelen. Ze houden vast aan de algemeen aanvaarde patronen. Ze zullen blijven
proberen gebruik te maken van gas, elektriciteit en stookolie, maar zullen in de
problemen komen met het betalen van hun facturen. De kans is groot dat ze in
contact zullen komen met deurwaarders en ernstige financiële problemen zullen
krijgen.