1.1 Grafieken, verbanden en functies
è Verbanden worden vaak weergegeven
• in woorden
• met een formule
• met een tabel
• met een grafiek
è We noemen een verband tussen 2 variabelen x en y een functie als
we bij elke x-waarde hoogstens 1 y-waarde kunnen berekenen.
Grafisch betekent dit dat elke verticale rechte de grafiek snijdt in
hoogstens 1 punt.
We noemen x de
onafhankelijke
variabele (deze kun
je kiezen) en y de
afhankelijke
variabele (deze
hangt af van x).
We zeggen dat y
een functie is van x.
1.2 Functiewaarden, originelen, nulpunten en tekentabel
è Meestal geven we functies een naam: f, g, h …
Het functievoorschrift kunnen we op verschillende manieren
noteren.
Als bij een functie f voor x = a geldt dat y = b, dan noteren we f(a) = b
We noemen b het beeld of de functiewaarde van a.
Omgekeerd is a een origineel van b.
1