Soorten schade (Technieken van Beeldende Kunsten)
Y.E.
Craquelé - Dunne scheurtjes (0,5 mm)
- Regelmatig patroon in drager
- Natuurlijke zetting
- Geen spanningen in onderliggende lagen
- Oorzaak
o Opspannen van doek
o Korenaar-vorm: mechanische schade
o Spinnenweb: drukken of interne spanning
Paneel
- Ouderdomscraquelé
o Lagen worden bros -> fijne basten en scheuren
o Houtsoort bepaalt type ouderdomscraquelé
▪ Hout met duidelijke jaarringen: in
nerfrichting
▪ Zacht hout: dwars op nerf
Span- of spieraamcraquelé
- Doeken met een/meerdere craquelé-lijnen op een
gelijkmatige afstand, evenwijdig aan randen van schilderij
Korstvorming - Verfschollen met ruw, korstachtig oppervlak met brede
krimpscheuren
- Door schijndroge en nog niet volledig droge
onderschildering
Krimpscheuren - Bredere scheuren
- Enkel in verflaag, niet zo diep als craquelé
- Door vlug droogproces
- Verflaag gaat bewegen mar schildergrond niet ->
spanningen in schilderij
- Krimpscheuren niet schadelijk maar met slechte
atmosferische invloed gaan krimpscheuren opstaan ->
moeten gefixeerd worden
- Ontstaan door chemische/fysische processen tijdens
drogen
o Schildergrond me veel olieachtige bindmiddelen
was nog niet helemaal droog wanneer men de verf
had aangebracht
Schotelvorming - Type craquelé onder invloed van klimaat en
chemische/fysische reacties
- Verflaag uiteen in kleine eilandjes waarvan de randen
schotelvormig opstaan
- Verfschollen trekken doek mee waardoor het negatief van
het craquelé aan de achterkant zichtbaar wordt
- Bindmiddelrijke (bruine) verflagen vertonen sterkere
schotelvorming dan andere verflagen
Rimpelvorming - Verflagen met een te hoog oliegehalte
o Te veel olie en te weinig vaste stof/pigment
krimpen de onderste verflagen tijdens het drogen
en ontstaan er rimpels aan het droge oppervlak
Blindgeslagen vernis - Verniscraquelures zo dicht bij elkaar dat het vernis
helemaal/deels ondoorzichtig wordt
- Verouderd vernis
- Melkachtige structuur
Y.E.
Craquelé - Dunne scheurtjes (0,5 mm)
- Regelmatig patroon in drager
- Natuurlijke zetting
- Geen spanningen in onderliggende lagen
- Oorzaak
o Opspannen van doek
o Korenaar-vorm: mechanische schade
o Spinnenweb: drukken of interne spanning
Paneel
- Ouderdomscraquelé
o Lagen worden bros -> fijne basten en scheuren
o Houtsoort bepaalt type ouderdomscraquelé
▪ Hout met duidelijke jaarringen: in
nerfrichting
▪ Zacht hout: dwars op nerf
Span- of spieraamcraquelé
- Doeken met een/meerdere craquelé-lijnen op een
gelijkmatige afstand, evenwijdig aan randen van schilderij
Korstvorming - Verfschollen met ruw, korstachtig oppervlak met brede
krimpscheuren
- Door schijndroge en nog niet volledig droge
onderschildering
Krimpscheuren - Bredere scheuren
- Enkel in verflaag, niet zo diep als craquelé
- Door vlug droogproces
- Verflaag gaat bewegen mar schildergrond niet ->
spanningen in schilderij
- Krimpscheuren niet schadelijk maar met slechte
atmosferische invloed gaan krimpscheuren opstaan ->
moeten gefixeerd worden
- Ontstaan door chemische/fysische processen tijdens
drogen
o Schildergrond me veel olieachtige bindmiddelen
was nog niet helemaal droog wanneer men de verf
had aangebracht
Schotelvorming - Type craquelé onder invloed van klimaat en
chemische/fysische reacties
- Verflaag uiteen in kleine eilandjes waarvan de randen
schotelvormig opstaan
- Verfschollen trekken doek mee waardoor het negatief van
het craquelé aan de achterkant zichtbaar wordt
- Bindmiddelrijke (bruine) verflagen vertonen sterkere
schotelvorming dan andere verflagen
Rimpelvorming - Verflagen met een te hoog oliegehalte
o Te veel olie en te weinig vaste stof/pigment
krimpen de onderste verflagen tijdens het drogen
en ontstaan er rimpels aan het droge oppervlak
Blindgeslagen vernis - Verniscraquelures zo dicht bij elkaar dat het vernis
helemaal/deels ondoorzichtig wordt
- Verouderd vernis
- Melkachtige structuur