Macromoleculen
Koolhydraten Lipiden
Eiwitten DNA
Afbraak: Hydrolyse door toevoeging van water
Synthese: Dehydratie en condensatie
Hoofdstuk 1: Koolhydraten
1.1. Samenstelling en indeling van gluciden
Sachariden = koolhydraten/suikers/gluciden
Zit in voedsel, aardappelen, groenten, ... en is een bron van energie (+ bron van C)
Belangrijk als bouwsteen (celwand)
Bepaalde koolhydraatstructuren op het oppervlak van cellen -> cellen herkennen elkaar
Koolhydraten kunnen met eiwitten complexe verbindingen vormen: glycoproteïnen
Glycoproteïnen: Bloedgroep A, B, AB of O
Koolhydraten kunnen met lipiden glycolipiden vormen
1.2 Monosachariden
Opgebouwd uit natuurlijke stoffen: water, koolstof en zuurstof
Bruto formule: CmH2nOn
Monosacchariden:
Eenvoudigste koolhydraten, bevatten drie tot 8 C-atomen
In de natuur komen een twintigtal monosacchariden voor.
De belangrijkste zijn de pentosen (bvb. Ribose) en de hexosen (bvb. Fructose en glucose)
Disachariden
Door condensatie van twee moleculen monosaccharide (met verlies van water). Voorbeelden:
lactose, sucrose en maltose
Pentosen, hexosen disachariden zijn wateroplosbaar en hebben een zoete smaak. Daarom worden
zij ook suikers genoemd.
Polysachariden
Door condensatie van een groot aantal monosaccharide–eenheden.
De belangrijkste voorbeelden zijn: cellulose, zetmeel en glycogeen
Polysachariden zijn niet wateroplosbaar en smaken niet zoet.
Samenstelling sachariden: C, O en H
Aldehyde/keton groep + veel alcoholgroepen = polyhydroxyaldehyde/keton
Na hydrolyse: (D-Glucose)
1