MOTIVATIE EN EMOTIE
TAAK 8: APPLYING MOTIVATION THEORY: GOAL SETTING AND GOAL STRIVING
Locke – Building a practically useful theory of goal setting and task motivation
Goal mechanisms
Doelen hebben invloed op prestaties:
1) Directive function: zorgen dat aandacht en moeite nar de doel-relevante activiteiten gestuurd wordt
en weg van de irrelevante activiteiten.
2) Energizing function: voor hogere doelen doe je meer moeite dan voor lagere doelen
3) Invloed op doorzetting: als je zelf de tijd mag regelen die je aan een taak besteed, zorgen harde
doelen voor meer/langer moeite doen. Vaak is er een trade-off tussen tijd en intensiteit van de
moeite. Bij een moeilijk doel kan je sneller en intensiever werken voor een korte periode of
langzamer en minder intensief voor een langere periode.
4) Indirect invloed op acties: doelen hebben dus indirect invloed op je acties door te leiden naar
arousal, discovery en het gebruiken van taak-relevante kennis/strategieën. Er is altijd interactie
tussen cognitie en motivatie. Vb als je een taak moet doen gebruik je altijd de info die je al kent uit
ervaringen.
Moderators
Goal commitment
Commitment is het belangrijkste wanneer je doel heel moeilijk is omdat je hiervoor meer moeite nodig
hebt en minder kans hebt om dat doel te bereiken.
Invloed:
1) Belang van de uitkomst van een doel: mensen moeten begrijpen dat het doel belangrijk is, anders
zullen ze er ook geen moeite voor doen. Dit kan je duidelijk maken door je publiekelijk te committen
aan dat doel. Je kan ook degene die het doel moet uitvoeren net dat doel laten verzinnen, iets wat je
zelf gemaakt hebt vind je automatisch meer belangrijk. Geld kan ook zorgen voor meer motivatie en
het helpt ook wanneer je het doel uitlegt.
2) Het geloof dat ze het doel kunnen bereiken (self-efficacy): dit kan je vergroten door die mensen de
juiste skills aan te leren om het doel te bereiken, iemand zoeken naar waar die persoon kan
opkijken/deze kan nadoen, zelf zeggen dat je vertrouwen hebt in de persoon.
Feedback
Mensen hebben info nodig over wat ze doen, zodat ze hun gedrag kunnen bijsturen en dus beter hun
doel kunnen bereiken. Als je feedback krijgt dat je niet goed bezig bent, ga je automatisch meer moeite
doen of een andere strategie gebruiken.
Task complexity
Als de taak moeilijker wordt heb je ook meer skills nodig. Het bereiken van een doel is dan afhankelijk
van jij die een goede strategie kan ontdekken. Bij complexe taken is dit dus veel moeilijker om een goede
1
TAAK 8: APPLYING MOTIVATION THEORY: GOAL SETTING AND GOAL STRIVING
Locke – Building a practically useful theory of goal setting and task motivation
Goal mechanisms
Doelen hebben invloed op prestaties:
1) Directive function: zorgen dat aandacht en moeite nar de doel-relevante activiteiten gestuurd wordt
en weg van de irrelevante activiteiten.
2) Energizing function: voor hogere doelen doe je meer moeite dan voor lagere doelen
3) Invloed op doorzetting: als je zelf de tijd mag regelen die je aan een taak besteed, zorgen harde
doelen voor meer/langer moeite doen. Vaak is er een trade-off tussen tijd en intensiteit van de
moeite. Bij een moeilijk doel kan je sneller en intensiever werken voor een korte periode of
langzamer en minder intensief voor een langere periode.
4) Indirect invloed op acties: doelen hebben dus indirect invloed op je acties door te leiden naar
arousal, discovery en het gebruiken van taak-relevante kennis/strategieën. Er is altijd interactie
tussen cognitie en motivatie. Vb als je een taak moet doen gebruik je altijd de info die je al kent uit
ervaringen.
Moderators
Goal commitment
Commitment is het belangrijkste wanneer je doel heel moeilijk is omdat je hiervoor meer moeite nodig
hebt en minder kans hebt om dat doel te bereiken.
Invloed:
1) Belang van de uitkomst van een doel: mensen moeten begrijpen dat het doel belangrijk is, anders
zullen ze er ook geen moeite voor doen. Dit kan je duidelijk maken door je publiekelijk te committen
aan dat doel. Je kan ook degene die het doel moet uitvoeren net dat doel laten verzinnen, iets wat je
zelf gemaakt hebt vind je automatisch meer belangrijk. Geld kan ook zorgen voor meer motivatie en
het helpt ook wanneer je het doel uitlegt.
2) Het geloof dat ze het doel kunnen bereiken (self-efficacy): dit kan je vergroten door die mensen de
juiste skills aan te leren om het doel te bereiken, iemand zoeken naar waar die persoon kan
opkijken/deze kan nadoen, zelf zeggen dat je vertrouwen hebt in de persoon.
Feedback
Mensen hebben info nodig over wat ze doen, zodat ze hun gedrag kunnen bijsturen en dus beter hun
doel kunnen bereiken. Als je feedback krijgt dat je niet goed bezig bent, ga je automatisch meer moeite
doen of een andere strategie gebruiken.
Task complexity
Als de taak moeilijker wordt heb je ook meer skills nodig. Het bereiken van een doel is dan afhankelijk
van jij die een goede strategie kan ontdekken. Bij complexe taken is dit dus veel moeilijker om een goede
1