MOTIVATIE EN EMOTIE
TAAK 1: LET’S START
Frijda – the laws of emotion
The law of situational meaning = verschillende gebeurtenissen/situaties lokken een andere emotie uit (vb
verdriet door sterfte, woede door beledigd te worden). Emoties ontstaan als reactie op gebeurtenissen die belangrijk
zijn voor een persoon. Iets wat voldoening geeft zorgt voor positieve emoties, iets wat dit niet doet voor negatieve
emoties. Input zorgt voor output (sterfte als input, verdriet als output). De betekenis van de gebeurtenis en de waarde
die een persoon er aan hecht zijn belangrijk. Als iemand de sterfte van een persoon niet als belangrijk ziet zal het ook
niet zorgen voor verdriet. Dus emoties veranderen als de betekenis van een gebeurtenis verandert (als de input
verandert, verandert ook de output). Voorspelbaarheid en controle hebben invloed op de emotie (als iemand sterft
weet je dat deze gebeurtenis niet te controleren is, je kan het niet terugdraaien). Dezelfde types van situaties
zorgen voor eenzelfde emotionele reactie (sterftes zorgen altijd voor verdriet, winst maakt ons blij, enge dingen
maken ons angstig).
Emotions = reacties op gebeurtenissen die belangrijk zijn voor een persoon. Emoties zijn subjectieve
ervaringen met als kern de ervaring van plezier of pijn. Heeft ook te maken met state of action readiness: a) klaar
zijn om iets te doen/weg ervan te gaan of aandacht shiften b) klaar zijn voor een actie maar niet weten welke actie c)
stoppen omdat je interesse weg is.
The law of concern = emoties ontstaan als reactie op gebeurtenissen die belangrijk zijn voor die persoon zijn
doelen, motieven of interesses/bezorgdheid. Emoties hebben altijd de maken met bezorgdheid over iemand/iets (je
wordt verdrietig als iemand ziek is omdat je van die persoon houdt).
The law of apparent reality = emoties ontstaan door gebeurtenissen die als echt/realistisch ervaren worden. De
intensiteit van zo’n emotie is dan afhankelijk van de mate van realiteit. Kan ook toegepast worden op rouwen: niet
iedereen beseft vanaf het begin direct dat iemand echt dood is, soms pas na maanden en dan beginnen ze pas echt
te rouwen. Echte stimuli: a) ongeconditioneerde affectieve stimuli (pijn) b) sensorische stimuli geassocieerd met die
stimulus c) gebeurtenissen (vb geen antwoord krijgen op je sms’en).
The laws of change, habituation and comparative feeling
The law of change = emoties ontstaan niet door favorable/unfavorable condities maar wel door echte of
verwachte veranderingen in die favorable/unfavorable condities. Hoe groter de verandering, hoe sterker de
emotie. Vb je bent blijer als je team wint wanneer de kansen van beide teams gelijk waren, als je team al de hele
tijd voorop lag is het minder leuk.
The law of habituation = als je veel plezier of verdriet hebt stopt dit na een tijd, het wordt minder, je wordt
eraan gewend (emoties nemen af). Vb als iemand sterft is het verdriet heel erg maar na 10j is dit een stuk
minder. zegt dat tijd belangrijk is!
The law of comparative feeling = de intensiteit van een emotie is afhankelijk van de relatie tussen een
gebeurtenis en een referentieframe waarmee een gebeurtenis geëvalueerd wordt.
Jaloersheid/schadenfreude ontstaan vaak door zo’n vergelijkingen. Het referentieframe kan een verwachting zijn.
Vb: als mensen rouwen hebben ze de overledene nog niet losgelaten, ze verwachten nog steeds deze persoon
terug te zien. Wat er gebeurt vergelijken we altijd met een constante referentieframe (wat we gewoon zijn
te doen).
The law of hedonic asymmetry = aan sommige situaties kan je nooit gewend raken. Als iets erg/slecht genoeg is
kan je niet weg van die negatieve gevoelens (angst). Positieve emoties gaan wel altijd weg na een tijd maar
negatieve emoties blijven.
The law of conservation of emotional momentum = gaat in tegen law of habituation, zeggen dat het niet door een
langere tijd komt, maar door herhaling/repeated exposure. Emoties blijven hetzelfde doorheen de tijd, behalve
als we ze herervaren/herevalueren (hierdoor kunnen ze dus afnemen).
The law of closure = we reageren op onze emoties, emoties hangen vast aan oordelen en zijn absoluut.
Mensen reageren er ook op (acties). Als iemand sterft denk je dat je niet verder kan, de wereld stort voor je in. Als
je boos bent uit je dit soms in ‘ik wil hem wel vermoorden’.
1
TAAK 1: LET’S START
Frijda – the laws of emotion
The law of situational meaning = verschillende gebeurtenissen/situaties lokken een andere emotie uit (vb
verdriet door sterfte, woede door beledigd te worden). Emoties ontstaan als reactie op gebeurtenissen die belangrijk
zijn voor een persoon. Iets wat voldoening geeft zorgt voor positieve emoties, iets wat dit niet doet voor negatieve
emoties. Input zorgt voor output (sterfte als input, verdriet als output). De betekenis van de gebeurtenis en de waarde
die een persoon er aan hecht zijn belangrijk. Als iemand de sterfte van een persoon niet als belangrijk ziet zal het ook
niet zorgen voor verdriet. Dus emoties veranderen als de betekenis van een gebeurtenis verandert (als de input
verandert, verandert ook de output). Voorspelbaarheid en controle hebben invloed op de emotie (als iemand sterft
weet je dat deze gebeurtenis niet te controleren is, je kan het niet terugdraaien). Dezelfde types van situaties
zorgen voor eenzelfde emotionele reactie (sterftes zorgen altijd voor verdriet, winst maakt ons blij, enge dingen
maken ons angstig).
Emotions = reacties op gebeurtenissen die belangrijk zijn voor een persoon. Emoties zijn subjectieve
ervaringen met als kern de ervaring van plezier of pijn. Heeft ook te maken met state of action readiness: a) klaar
zijn om iets te doen/weg ervan te gaan of aandacht shiften b) klaar zijn voor een actie maar niet weten welke actie c)
stoppen omdat je interesse weg is.
The law of concern = emoties ontstaan als reactie op gebeurtenissen die belangrijk zijn voor die persoon zijn
doelen, motieven of interesses/bezorgdheid. Emoties hebben altijd de maken met bezorgdheid over iemand/iets (je
wordt verdrietig als iemand ziek is omdat je van die persoon houdt).
The law of apparent reality = emoties ontstaan door gebeurtenissen die als echt/realistisch ervaren worden. De
intensiteit van zo’n emotie is dan afhankelijk van de mate van realiteit. Kan ook toegepast worden op rouwen: niet
iedereen beseft vanaf het begin direct dat iemand echt dood is, soms pas na maanden en dan beginnen ze pas echt
te rouwen. Echte stimuli: a) ongeconditioneerde affectieve stimuli (pijn) b) sensorische stimuli geassocieerd met die
stimulus c) gebeurtenissen (vb geen antwoord krijgen op je sms’en).
The laws of change, habituation and comparative feeling
The law of change = emoties ontstaan niet door favorable/unfavorable condities maar wel door echte of
verwachte veranderingen in die favorable/unfavorable condities. Hoe groter de verandering, hoe sterker de
emotie. Vb je bent blijer als je team wint wanneer de kansen van beide teams gelijk waren, als je team al de hele
tijd voorop lag is het minder leuk.
The law of habituation = als je veel plezier of verdriet hebt stopt dit na een tijd, het wordt minder, je wordt
eraan gewend (emoties nemen af). Vb als iemand sterft is het verdriet heel erg maar na 10j is dit een stuk
minder. zegt dat tijd belangrijk is!
The law of comparative feeling = de intensiteit van een emotie is afhankelijk van de relatie tussen een
gebeurtenis en een referentieframe waarmee een gebeurtenis geëvalueerd wordt.
Jaloersheid/schadenfreude ontstaan vaak door zo’n vergelijkingen. Het referentieframe kan een verwachting zijn.
Vb: als mensen rouwen hebben ze de overledene nog niet losgelaten, ze verwachten nog steeds deze persoon
terug te zien. Wat er gebeurt vergelijken we altijd met een constante referentieframe (wat we gewoon zijn
te doen).
The law of hedonic asymmetry = aan sommige situaties kan je nooit gewend raken. Als iets erg/slecht genoeg is
kan je niet weg van die negatieve gevoelens (angst). Positieve emoties gaan wel altijd weg na een tijd maar
negatieve emoties blijven.
The law of conservation of emotional momentum = gaat in tegen law of habituation, zeggen dat het niet door een
langere tijd komt, maar door herhaling/repeated exposure. Emoties blijven hetzelfde doorheen de tijd, behalve
als we ze herervaren/herevalueren (hierdoor kunnen ze dus afnemen).
The law of closure = we reageren op onze emoties, emoties hangen vast aan oordelen en zijn absoluut.
Mensen reageren er ook op (acties). Als iemand sterft denk je dat je niet verder kan, de wereld stort voor je in. Als
je boos bent uit je dit soms in ‘ik wil hem wel vermoorden’.
1