Woordenboek definitie = ‘een kritisch bewustzijn van de eigen situatie en identiteit.
Introspectie en de functies van bewustzijn:
Bewustzijn van moment tot moment bewustzijn van onszelf, onze gedachten en de omgeving.
Bewustzijn is volkomen gepersonaliseerd. Je kan niet iemand anders bewustzijn ervaren.
Introspectie het proces van ‘looking within’, om onze eigen gedachtes en gevoelens te
observeren.
Nadelen:
- Mensen hoeven niet te onthullen wat ze écht denken
Bijv: “Lijk ik dik in deze jurk?”
- Je wilt eerlijk zijn, maar je hebt simpelweg de vocabulaire daar niet voor
- Inverted spectrum
- Je bent er niet van verzekerd dat jou woorden hetzelfde voor iemand anders betekenen
“Wat was de naam van je docent van de 1e klas?”
Je hebt verschillende stappen nodig om deze informatie te vinden, en dus om op die naam te komen.
Cognitieve onbewuste de mentale ondersteunende processen, buiten ons bewustzijn, die onze
perceptie, geheugen en denken mogelijk maken.
Freud:
Bewuste – op hun hoede tegen de onbewuste acties
Onbewuste – het streven om zich te doen gelden
Moderne geleerden:
Het cognitieve onbewuste is de term voor de brede set van achtergrond operaties die onze
ervaringen mogelijk maken. Oftewel, achter de schermen.
Bewust – het product
Onbewust – het proces
De onbewuste processen zijn onzichtbaar voor introspectie.
Anterograda amnesie = een grondige verstoring van herinneringen, meestal veroorzaakt door schade
aan de hippocampus.
Blindsight = het bereiken in de richting van objecten in het gezichtsveld, ondanks dat hij rapporteert
niks te zien. Het wordt veroorzaakt door verwondingen in de visuele cortex. Het lijkt erop dat ze
kunnen ‘zien’, maar ze zijn er niet bewust van (slot experiment).
Experiment:
Deelnemers waren gevraagd om een serie van schokken te verduren. De schokken werden met de
schok erger. De vraag was: “Hoe ver waren de deelnemers bereid te gaan, wat is hun maximum?”.
Voordat het experiment begon, kregen sommige deelnemers een pil. Hen werd verteld dat de pil
verschillende effecten kan hebben: trillende handen, onregelmatig ademhalen, enz. Dit was allemaar
niet waar! De pil was een placebo.
Deelnemers die uiteindelijk een pil hadden genomen, accepteerden een 4 keer zo hoog level van
schokken dan de deelnemers zonder pil.
Mensen die geen pil hadden dachten: “oh, mijn handen trillen, ik moet stoppen.”
Mensen die wel een pil hadden dachten: “oh, mijn handen trillen, dat zijn de bijwerkingen van de pil,
ik ga door.”
De deelnemers die aan de pil dachten, was onbewust.