CULTURELE DIVERSITEIT IN DE KLAS
4. Discriminatie en racisme
4.1 Inleiding
Racisme: Bestaat uit denkinhouden en is dus niet beperkt door wetten.
4.2 Discriminatie
Discriminatie: Het ongelijk behandelen van personen of groepen op basis van kenmerken van die
personen of groepen die in de gegeven situatie niet relevant moeten worden geacht. Het gaat dus
om handelingen en om gedrag en is beperkt door wetten.
Het leidt zelden tot discriminatiestrafzaken, omdat de persoon die discrimineert niet openlijk
motiveert wat hem/haar heeft aangezet tot bepaald gedrag.
Statistische discriminatie: Op grond van statistieken bepaalde groepen achterstellen. Ruwe
generalisaties.
4.3 Positieve actie
Positieve actie: Het gunstiger behandelen van bepaalde personen/groepen op basis van relevante
kenmerken.
4.4 Discriminatie en sociale omgeving
Gedragskeuzen vloeien voort uit twee elementen: de attitude (houding) van het individu en de
heersende sociale normen van de groep. Goedkeuring of afkeuring van bepaald gedrag is gebaseerd
op de normen en waarden van anderen en dus gaat men zich zo gedragen dat men niet wordt
afgewezen door de groep.
4.5 Racisme
Het begrip ‘ras’ met betrekking tot de menselijke soort heeft geen enkele wetenschappelijke waarde.
Wetenschap heeft te maken met ordening om greep te hebben op de complexe werkelijkheid en al
snel bleek dat de mens te complex was om in te delen in bepaalde categorieën (categorisatie). Een
belangrijk criterium voor categorisatie is namelijk dat het duidelijk is en niet te veel categorieën telt.
De eerste pogingen van categorisatie uitten zich in onderscheid tussen superioriteit en inferioriteit,
echter was het rasdenken onmogelijk geworden, omdat raskenmerken biologische kenmerken zijn.
Klassiek racisme: Gebruikt het woord ‘ras’.
Modern racisme: Gebruikt de woorden ‘volk’ en ‘cultuur’ en stelt dat verschillende cultuurgroepen
binnen een nationale staat onverenigbaar zijn.
4.6 Primitief nativisme
Primitief nativisme: “Wij” waren hier het eerst en wij zijn de “echte” Nederlanders; op grond
daarvan hebben “wij” dus ook de oudste rechten, en de oudste rechten behoren doorslaggevend te
zijn. Vloeit voort uit het feit dat men bang is om te concurreren met nieuwkomers.
De diepgewortelde wens van veel mensen is om zich thuis te kunnen voelen op de plek waar ze
wonen en leven. Veranderingen in de omgeving zijn bedreigend en dus voelt men zich niet meer
thuis.
4.7 Bestrijding van vooroordelen in de klas
Een kenmerk van vooroordelen is dat ze niet makkelijk te veranderen zijn en dus is het bestrijden
ervan een lastige opgave.
Individuele gedragskeuzes worden beïnvloed door de attitudes van het individu en de sociale
normen van de groep. Er moet dus een sterke sociale norm zijn binnen de school met betrekking
tot vooroordelen en discriminerend gedrag en die norm moet consequent gehandhaafd worden.
4. Discriminatie en racisme
4.1 Inleiding
Racisme: Bestaat uit denkinhouden en is dus niet beperkt door wetten.
4.2 Discriminatie
Discriminatie: Het ongelijk behandelen van personen of groepen op basis van kenmerken van die
personen of groepen die in de gegeven situatie niet relevant moeten worden geacht. Het gaat dus
om handelingen en om gedrag en is beperkt door wetten.
Het leidt zelden tot discriminatiestrafzaken, omdat de persoon die discrimineert niet openlijk
motiveert wat hem/haar heeft aangezet tot bepaald gedrag.
Statistische discriminatie: Op grond van statistieken bepaalde groepen achterstellen. Ruwe
generalisaties.
4.3 Positieve actie
Positieve actie: Het gunstiger behandelen van bepaalde personen/groepen op basis van relevante
kenmerken.
4.4 Discriminatie en sociale omgeving
Gedragskeuzen vloeien voort uit twee elementen: de attitude (houding) van het individu en de
heersende sociale normen van de groep. Goedkeuring of afkeuring van bepaald gedrag is gebaseerd
op de normen en waarden van anderen en dus gaat men zich zo gedragen dat men niet wordt
afgewezen door de groep.
4.5 Racisme
Het begrip ‘ras’ met betrekking tot de menselijke soort heeft geen enkele wetenschappelijke waarde.
Wetenschap heeft te maken met ordening om greep te hebben op de complexe werkelijkheid en al
snel bleek dat de mens te complex was om in te delen in bepaalde categorieën (categorisatie). Een
belangrijk criterium voor categorisatie is namelijk dat het duidelijk is en niet te veel categorieën telt.
De eerste pogingen van categorisatie uitten zich in onderscheid tussen superioriteit en inferioriteit,
echter was het rasdenken onmogelijk geworden, omdat raskenmerken biologische kenmerken zijn.
Klassiek racisme: Gebruikt het woord ‘ras’.
Modern racisme: Gebruikt de woorden ‘volk’ en ‘cultuur’ en stelt dat verschillende cultuurgroepen
binnen een nationale staat onverenigbaar zijn.
4.6 Primitief nativisme
Primitief nativisme: “Wij” waren hier het eerst en wij zijn de “echte” Nederlanders; op grond
daarvan hebben “wij” dus ook de oudste rechten, en de oudste rechten behoren doorslaggevend te
zijn. Vloeit voort uit het feit dat men bang is om te concurreren met nieuwkomers.
De diepgewortelde wens van veel mensen is om zich thuis te kunnen voelen op de plek waar ze
wonen en leven. Veranderingen in de omgeving zijn bedreigend en dus voelt men zich niet meer
thuis.
4.7 Bestrijding van vooroordelen in de klas
Een kenmerk van vooroordelen is dat ze niet makkelijk te veranderen zijn en dus is het bestrijden
ervan een lastige opgave.
Individuele gedragskeuzes worden beïnvloed door de attitudes van het individu en de sociale
normen van de groep. Er moet dus een sterke sociale norm zijn binnen de school met betrekking
tot vooroordelen en discriminerend gedrag en die norm moet consequent gehandhaafd worden.